Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Evangelisten van homoseksualiteit

 Door vorig jaar augustus mee te varen op de regeringsboot tijdens de Gay Pride in Amsterdam wilde minister Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking (l.) aandacht vragen voor de positie van homo’s in ontwikkelingslanden. „Homoseksualiteit blijft in veel van die landen een gevoelig thema”, zei hij toen. Foto Charles Roffey

Door vorig jaar augustus mee te varen op de regeringsboot tijdens de Gay Pride in Amsterdam wilde minister Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking (l.) aandacht vragen voor de positie van homo’s in ontwikkelingslanden. „Homoseksualiteit blijft in veel van die landen een gevoelig thema”, zei hij toen. Foto Charles Roffey

Pleitbezorgers van homorechten prijzen de gedrevenheid waarmee het kabinet-Balkenende IV werkt aan de acceptatie van homoseksualiteit in het buitenland. Het beleid ligt echter ook onder vuur. Nederland moet zijn visie niet opleggen aan landen die homoseksualiteit verbieden, meent een criticus. „Laat Afrika met rust.”
De aandacht die het kabinet besteedt aan homo-emancipatie in andere landen is bijzonder groot. Onophoudelijk en waar mogelijk bepleit het ministerie van Buitenlandse Zaken via zijn ambassades en posten de rechten van homoseksuelen. „Het lijkt wel alsof het departement de aanvaarding van homoseksualiteit predikt zoals christenen het Evangelie”, zegt Lottie van Zwol, die jarenlang als partner van een ontwikkelingswerker in Afrika woonde en werkte.

Andere critici -die anoniem willen blijven, maar onder meer werkzaam zijn bij een christelijke ontwikkelingsorganisatie- vallen Van Zwol bij. Ze vinden dat het kabinet „absurd” veel aandacht besteedt aan homo-emancipatie. Ambassades die moeten inkrimpen, hoeven volgens hen niet te besparen op steun aan homo-organisaties. Homobelangenclubs zijn daarnaast een graag geziene gast op het ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking. De visie van organisaties die de homoseksuele praxis afwijzen of wijzen op de risico’s die homoseksualiteit met zich meebrengt, vindt er nauwelijks weerklank.

Met afkeuring beziet Van Zwol de inspanningen van het kabinet om homoseksualiteit bij mensen in ondermeer ontwikkelingslanden „af te dwingen.” Homo-emancipatie -een van de zes prioriteiten in het Nederlandse mensenrechtenbeleid- druist lijnrecht in tegen de Afrikaanse cultuur, schetst ze. In dat continent is de gemeenschapszin nog groot. Seksualiteit hoort, vinden Afrikanen, thuis tussen mannen en vrouwen en staat in het teken van gezinsvorming. Homoseksualiteit is er „taboe.” Een instituut als het homohuwelijk is de Afrikaanse cultuur wezensvreemd.

De Ugandese minister van Ethiek, Nsaba Buturo, noemde homoseksualiteit vorig jaar „on-Afrikaans, onnatuurlijk en onacceptabel.” Hij riep Nederland ertoe op te stoppen met de niet-aflatende aanmoediging ervan.

„Hoe kan minister Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking zich beroepen op zijn democratische inborst”, vraagt Van Zwol zich af, „en tegelijkertijd zijn wil proberen op te leggen aan de 95 procent van de Ugandese bevolking die tegen het normaliseren van onnatuurlijk seksueel gedrag is?”

Sociale acceptatie
Homoseksualiteit is in veel landen -vooral in Afrika en West- en Zuid-Azië- nog verboden. Zeven staten kennen de doodstraf voor homoseksuelen, in 76 andere landen staat er gevangenisstraf op homoseksuele handelingen. Het kabinet-Balkenende IV wil dat die strafbaarstelling van homoseksualiteit wereldwijd wordt afgeschaft. Daarnaast wil het kabinet discriminatie van homoseksuelen tegengaan en de sociale acceptatie van homoseksualiteit bevorderen.

De bewindslieden Verhagen (Buitenlandse Zaken) en Koenders zijn zich ervan bewust dat promotie van de Nederlandse visie op homoseksualiteit verkeerd kan vallen in het buitenland. „Het is een zeer gevoelig onderwerp”, aldus Verhagen vorig jaar in een brief aan de Kamer. Volgens de bewindslieden is een „behoedzame aanpak” vereist in de landen waar op homoseksualiteit een „groot taboe” rust. Desondanks moet het onderwerp overal op de agenda worden gezet. „Lastige discussies gaan we daarbij niet uit de weg.”

Protest
Het huidige kabinet is een groter pleitbezorger van homoseksualiteit dan vorige kabinetten. Het vorige kabinet maakte er niet zo’n punt van. Typerend daarvoor is de klacht van D66-Kamerlid Van der Ham eind 2006 dat het kabinet „zelden uit eigen beweging protest aantekent tegen de schending van de mensenrechten van homoseksuelen in het buitenland.” Hij vroeg toenmalig minister Bot van Buitenlandse Zaken „de expliciete veroordeling van de schending van de rechten van homoseksuelen in het buitenland tot vast onderdeel van het Nederlands buitenlands beleid te maken.”

Zijn pleidooi is door het huidige kabinet overgenomen. Voormalig D66-fractievoorzitter Boris Dittrich bevestigt dat het zittende kabinet meer dan vorige regeringen aan homo-emancipatie doet. „Ik prijs dit kabinet met de ChristenUnie erin dat het internationaal homobeleid als een van de zes prioriteiten van mensenrechtenbeleid heeft uitgekozen. Veel ambassades zijn daarom actief op dit onderwerp om de ergste pijn te verzachten.”

In zijn huidige functie als advocaat op het gebied van rechten voor homoseksuelen bij de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) krijgt hij „veel rugdekking” vanuit het kabinet. De vraag of het bevorderen van homo-emancipatie prioriteit moet hebben in een land als Zambia, waar 68 procent van de mensen onder de armoedegrens leeft, noemt Dittrich verkeerd. „In Zambia is het van belang dat ook homo’s toegang hebben tot gezondheidszorg. Waar ze worden uitgesloten vanwege hun seksuele geaardheid is er sprake van discriminatie en zal ik dit aan de kaak stellen.”

Na zijn Haagse periode ging Dittrich in 2007 aan de slag bij HRW. Via contacten met andere non-gouvernementele organisaties en media probeert hij in landen als Uganda, Zuid-Afrika en Senegal de publieke opinie te beïnvloeden. „Vaak lukt het lokale mensenrechtenorganisaties in ontwikkelingslanden niet om met hun regering of parlement over de situatie van homo’s te praten. Mij lukt dat wel. Meestal neem ik dan enkele van de mensen mee voor zo’n gesprek”, beschrijft Dittrich zijn activiteiten.

De weerstand tegen de lobby voor homorechten ontgaat de HRW-medewerker niet. „Veel machthebbers die mensen strafbaar hebben gesteld die uitkomen voor hun seksuele voorkeur verschuilen zich achter argumenten dat homoseksualiteit iets westers is en niet in hun land thuis hoort. Daarmee ontkennen ze het bestaan van een deel van hun eigen bevolking.”

Desondanks gaat Dittrich met die politici en beleidsmakers in gesprek. „Ik probeer hun andere kanten van dit vraagstuk te laten zien. Zo heb ik bijvoorbeeld in Uganda met de minister van Binnenlandse Zaken over de betekenis van mensenrechten gesproken.”

Wat geeft het Westen het recht om de Afrikaanse cultuur op deze wijze te beïnvloeden? „De cultuur is belangrijk, maar mensenrechten zijn internationaal erkend. Ook Afrikaanse regeringen hebben internationale verdragen ondertekend. Het kenmerk van de mensenrechten is dat ze universeel zijn. Je kunt niet een bepaalde groep mensen uitsluiten omdat hun bestaan je niet aanstaat. Net zo min mag je mensen met een andere huidskleur uitsluiten. De rechten gelden voor alle mensen in de hele wereld.”

In sommige Afrikaanse landen wordt de invloed van de islam sterker ten koste van het christendom, stelt Dittrich. „Dit heeft negatieve gevolgen voor de positie van homo’s, al is de situatie voor homo’s in strengchristelijke landen niet veel beter. Maar informeel is er dan veel mogelijk.”

Dittrich zegt geen westerlingen te kennen die nu in Afrika het homohuwelijk willen invoeren. „Als we spreken over homo-emancipatie in Afrika gaat het over het recht van homo’s om niet zomaar gearresteerd te kunnen worden, in een cel te belanden of te worden gemarteld.”

Aandacht
Ook programmamedewerker homo-emancipatie Paul Jansen van het Humanistisch Instituut voor Ontwikkelingssamenwerking (Hivos) prijst het huidige kabinetsbeleid. „Het is fantastisch dat dit kabinet homo-emancipatie zo hoog op de agenda heeft staan. Dat was hard nodig. We prijzen de visie van dit kabinet en de durf om een onderwerp dat lang niet altijd gemakkelijk ligt in het buitenland bespreekbaar te maken.”

Jansen erkent dat de westerse opvattingen over homoseksualiteit niet dezelfde zijn als de opvattingen in andere landen. „Maar we hebben nu al bijna zestig jaar de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Helaas lijkt deze verklaring niet voor homoseksuelen te gelden en worden in veel landen homoseksuelen deze ondeelbare en universele mensenrechten onthouden.”

Dat de westerse homolobby in het buitenland als drammerig kan overkomen, wil er bij Jansen niet in. „Dat er luid en duidelijk aandacht voor de problematiek en discriminatie van homoseksuelen gevraagd wordt, is helaas hard nodig. Het opkomen voor universele mensenrechten en voor een gelijke behandeling kan nooit drammerig zijn, als je daarmee aandacht krijgt voor de schendingen van deze rechten.”

Ontwrichtend
Van Zwol meent echter dat westerse regeringen niet het recht hebben „de Afrikaanse cultuur naar eigen hand te zetten, met veronachtzaming van de heersende opvattingen en gevoeligheden van mensen ter plekke.” Uit ervaring kent ze het ontwrichtende effect van de westerse zendingsdrang: „De opmars van zogenaamde westerse waarden als individuele vrijheid veroorzaakt verwarring en tast traditionele, collectief georiënteerde Afrikaanse waarden zoals eenheid en harmonie aan. Dat doet afbreuk aan de onderlinge verbondenheid en de medemenselijkheid tussen Afrikanen.”

Ze heeft een kort en krachtig advies voor minister Koenders: „Dring Afrika geen wezensvreemde concepten op. Laat het continent met rust.”

Actief homobeleid
Het kabinet is wereldwijd actief om discriminatie van homo’s te bestrijden en de acceptatie van homoseksualiteit te vergroten. Een paar voorbeelden:

  • De ambassade in Kameroen heeft bij de lokale autoriteiten aangedrongen op een toleranter optreden jegens homo’s.
  • In Rwanda wordt in informele contacten met de overheid geprobeerd de „negatieve” mening over homoseksualiteit te veranderen.
  • In Marokko heeft de ambassadeur ervoor gepleit om de strafbaarstelling van homoseksualiteit af te schaffen.
  • Diverse ambassades, onder andere in Senegal en Egypte, zijn aanwezig bij rechtszaken tegen homo’s.
  • In landen als Bangladesh, Bolivia, Litouwen en Mozambique geeft de ambassade geld aan organisaties die homodiscriminatie bestrijden.
  • Het kabinet betaalt een functionaris bij de Raad van Europa die homodiscriminatie in Europese landen bestrijdt.
  • Nederland heeft diverse keren zijn zorgen geuit over discriminatie van homo’s in Polen.

Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek