De bewindspersonen van Financiën spraken gisteren bij hun beraad in Luxemburg af de ondergrens bij de garantieregeling te verhogen tot 50.000 euro. Landen mogen ook 100.000 euro waarborgen. Geen gelijkschakeling dus. Minister Bos leek allang blij dat er in het oerwoud van meningen in ieder geval over één aspect overeenstemming was bereikt. Verder verklaren hij en zijn collega’s toonaangevende banken niet te zullen laten sneuvelen. Maar een gemeenschappelijke strategie daartoe van hun kant ontbreekt.
President Trichet van de Europese Centrale Bank legde vorige week de vinger bij de zere plek in dit verband: „Europa is geen politieke federatie.” Wij verkeren niet in dezelfde positie als de VS. Zo beslist elk van de 27 lidstaten soeverein over zijn budget en kent elk ervan een nationale instantie waarbij het toezicht op de financiële instellingen berust. De ECB heeft alleen tot taak te waken over de waarde van de euro, de inflatie te beteugelen en een goede werking van de geldmarkt te bevorderen door de spelers in dat circuit de daarvoor benodigde kredietfaciliteiten aan te reiken.
Tegen de achtergrond van dit alles zei Trichet afgelopen donderdag al dat er hier geen kopie komt van de Amerikaanse reddingsoperatie van 700 miljard dollar. De verwarring die er toen trouwens heerste over mogelijk zo’n plan was veelzeggend voor de gebrekkige coördinatie en communicatie.
Premier Balkenende reisde naar Parijs om bij president Sarkozy, die dit halfjaar het voorzitterschap van de Unie bekleedt, de oprichting te bepleiten van een fonds om slechte leningen op te kopen. Niet in de vorm van één grote pot, maar in een versie waarbij in onderlinge afstemming ieder land een eigen reserve in het leven roept. Duitsland schoot het idee meteen af, wellicht bang dat het voor een te hoog bedrag zou worden aangeslagen.
Sarkozy, actief als altijd, ontbood zaterdag de leiders van vier grote EU-landen op het Elysée. Behalve hijzelf namen de Duitse bondskanselier Merkel en de Britse en de Italiaanse premier, Brown en Berlusconi, aan het onderonsje deel. Hier en daar viel gemopper te beluisteren over het feit dat de kleinere partners niet waren uitgenodigd.
De vergadering leverde niet veel op. Geen Europees antwoord op de dreigingen. Plichtmatig bezigde elk van de aanwezigen mooie woorden over samenwerking en nauw overleg, maar uiteindelijk bleef het te hulp schieten van banken een nationale aangelegenheid. De ontwikkelingen in het weekend illustreerden het: Duitsland was druk in de weer om Hypo Real Estate voor een faillissement te behoeden en België had de handen vol aan Fortis.
Ierland had inmiddels klare wijn geschonken in de richting van de spaarders. Het beloofde dat hun tegoeden voor de volle honderd procent veilig waren. Dat ontlokte kritiek. Groot-Brittannië vreesde een kapitaalvlucht naar het naburige eiland en de Europese Commissie signaleerde oneerlijke concurrentie. Duitsland oordeelde eveneens afkeurend over de maatregel, om spoedig daarna als een blad aan een boom om te draaien en het voorbeeld na te volgen. Ondertussen doen geruchten de ronde dat Berlijn timmert aan een vangnet ten behoeve van de gehele Duitse financiële sector.
Volgende week zijn op woensdag en donderdag in Brussel de regeringsleiders van de EU bijeen voor hun gebruikelijke herfsttop. Dan krijgen zij een nieuwe kans om op het hoogste niveau heldere gemeenschappelijke lijnen uit te zetten en in crisistijd de toegevoegde waarde te tonen van een verenigd Europa.
Of vragen we dan te veel? De woordvoerder van Barroso hierover op zijn dagelijkse briefing: „De Commissie benadrukt dat we ons in een zeer ernstige situatie bevinden, die vraagt om het mobiliseren van alle beschikbare instrumenten. Maar ook is duidelijk dat er niet één, magisch middel bestaat om de problemen te overwinnen. Laten we niet in de val trappen te pretenderen dat er gemakkelijke oplossingen voorhanden zijn. Dit vereist volhardend, verantwoord, diepgaand werk en daar is iedereen volop mee bezig.”