RMU-voorman Peter Schalk (r.) overhandigde dinsdag in de Tweede Kamer het resultaat van de actie Winkelrust aan de leden van de vaste Kamercommissie voor economische zaken. Inmiddels hebben circa 36.000 mensen hun steun betuigd aan het gezamenlijke initiatief van FNV, CNV, RMU en GMV in hun strijd tegen het misbruik van koopzondagen. Foto RD, Christiaan Zielman
De coalitiepartijen CDA, PvdA en ChristenUnie steunden voluit het ‘eigen’ wetsvoorstel van Minister Van der Hoeven van Economische Zaken.
Om een einde te maken aan het misbruik dat gemeenten maken van de Winkeltijdenwet door met een dubieus beroep op toeristische aantrekkingskracht extra koopzondagen toe te staan, wil de CDA-bewindsvrouw gemeenten dwingen een explicitere afweging van verschillende, vaak tegenstrijdige belangen te maken. Ook moet er straks sprake zijn van „substantieel” toerisme.
SGP-Kamerlid Van der Staaij karakteriseerde het plan als „de lightversie” van de twee wetsvoorstellen waarover de Kamer zich gisteren boog. Tezamen met de SP dienden de staatkundig gereformeerden namelijk een concurrerende initiatiefwet in die een slag verder gaat dan het voorstel van Van der Hoeven. Het behelst onder meer dat het ministerie van Economische Zaken vooraf goedkeuring moet verlenen aan gemeenten die met een beroep op toerisme het aantal koopzondagen willen uitbreiden.
CDA-Kamerlid Blanksma erkende ronduit dat het kabinetsvoorstel niet heel erg ver gaat. „Er is sprake van een bescheiden wijziging, that’s it.” Het wordt volgens haar straks allemaal niet zozeer „anders”, als wel „duidelijker.”
SGP en SP promootten daarom dinsdag vooral hun eigen voorstel. „De minister spaart de kool en de geit”, stelde SP-Kamerlid Gerkens vast. „Gemeenten kunnen straks nog steeds alle kanten uit.”
Ze bestreed de liberale opinie dat een ijver voor de zondagsrust „achterhaald” zou zijn. „En het is ook niet alleen maar een wens van religieuze fanatici. Wie dat stelt, ontkent de natuurlijke behoefte van mensen aan rust. De 24 uurseconomie heeft een duidelijk negatieve weerslag op de maatschappij.”
De overige oppositiepartijen –D66, VVD, GroenLinks en de PVV– lieten, niet zelden op een badinerende toon, weten in beide wetsvoorstellen niets te zien. Toch vlogen zij gisteren ook veelvuldig elkaar in de haren. Want over de vraag hoe het allemaal wél moet, verschilden de meningen.
Waar D66 en GroenLinks het puur aan gemeenten willen overlaten om te bepalen waar en wanneer de winkels op zondag open mogen, pleiten VVD en PVV juist een volledige vrijheid voor winkeliers.
Op de vraag van Van der Staaij of de PVV zo niet „juist aansluit bij de praktijk in islamitische culturen” waar de zondagsrust wordt veronachtzaamd terwijl de partij juist stelt „de joods-christelijke cultuur te willen bewaken”, antwoordde PVV-Kamerlid Graus –„Ik ben een gelovige jongen, maar ik wil ook kunnen winkelen op zondag”– ontkennend. „Ik sta hier toch niet te pleiten voor een winkelsluiting op de vrijdag?”
Voor kleine middenstanders die vrezen door meer koopzondagen het loodje te zullen leggen, toonde de PVV’er weinig clementie. Graus: „Dat hoort allemaal bij het ondernemersrisico. Wanneer je als middenstander niet bereid bent om dag en nacht te werken kun je maar beter in loondienst gaan.”
De coalitie schaarde zich dinsdag ook achter de wens van Van der Hoeven om gemeenten na invoering van de wetswijziging nog één jaar te geven om zich op de veranderingen voor te bereiden. Omdat haar wet op z’n vroegst pas in juli volgend jaar kan worden ingevoerd, krijgt de wijziging hierdoor pas kracht van wet per 1 juli 2011.
Tamelijk laat, betoogde Van der Ham (D66): „Dat is ná de nieuwe verkiezingen. Een ander kabinet veegt dit zo weer van tafel. De CU komt straks van een koude kermis thuis.”
De ChristenUnie gaf verder tegenover SGP en SP aan niets te zien in hun plan tevens een einde te maken aan de groeiende praktijk van supermarkten die zich op zondag voordoen als avondwinkel. Tot verbazing van Gerkens. „Vroeger was je óf een jongetje óf een meisje. Van de ChristenUnie mag je doordeweeks dus een jongetje zijn en op zondag een meisje.”