In een brief aan de Tweede Kamer schrijft de minister dat de activiteiten van Onze Weg bij nader inzien niet in het kabinetsbeleid passen. Dat is erop gericht de sociale acceptatie van homoseksualiteit te bevorderen. Onze Weg houdt nadrukkelijk de mogelijkheid open dat bij sommige mensen hun homoseksuele gerichtheid verandert in een heteroseksuele, ontdekte de bewindsman.
Is dat een probleem dan?
„Ik koppel daar geen morele kwalificaties aan. Ik zeg ook niet dat dit niet-rechtstatelijk is. Wel stel ik vast dat dit niet past binnen een subsidieprogramma dat gericht is op de sociale acceptatie van homoseksualiteit.”
Kortgeleden meldde u de Kamer nog dat Onze Weg haar subsidie kon behouden.
„Maar ik heb daar meteen bij gezegd dat als mij zou blijken dat deze organisatie zich richt op het „genezen” van homoseksuelen, dat voor mij reden zou zijn de subsidie te stoppen. Net zomin als heteroseksuelen moeten worden genezen, hoeven ook homoseksuelen dat niet.”
Onze Weg geeft nadrukkelijk aan homoseksualiteit geen „ziekte” te willen noemen die „te genezen” zou zijn.
„Dat is juist. Maar dat is niet het hele verhaal. De stichting geeft tevens aan dat zij „verandering en heelheid zoekt in Jezus Christus en dat zij gelooft dat de intensiteit van homoseksuele gevoelens kan verbleken, waardoor er bij sommigen inderdaad sprake kan zijn van een verandering naar heteroseksualiteit.” Dat komt dus dicht in de buurt van genezen.”
Toch is dat niet bij voorbaat het doel van Onze Weg.
„Nee. Maar het is voor hen wel, om het zo te zeggen, een ’grote bijvangst’. Ook worden op hun site boeken aangeprezen met de titel ”Niet langer zo” en ”Genezing van homoseksualiteit”. Dat is voor mij duidelijk genoeg.”
Met alle respect, maar had u dit niet al eerder kunnen weten?
„Dat geloof ik niet. Ik heb me, bij de subsidieverlening in september, natuurlijk georiënteerd op deze stichting. Dan merk je dat de mensen met het thema worstelen. Dat begrijp ik, dat waardeer ik, maar dat maakt het voor mij wel lastig scherp te krijgen waar zo’n groep nu precies voor staat.
Aanvankelijk meende ik dat hun doelstellingen in het kabinetsbeleid pasten. Na het artikel in Revu en de Kamervragen van D66 hierover heb ik de stichting schriftelijk om verheldering gevraagd. Na een brief van hen was het me nog niet geheel duidelijk en heb ik nogmaals nadere toelichting gevraagd. Ik ging twijfelen. Toen ik hun laatste brief donderdagmorgen onder ogen kreeg, heb ik meteen actie ondernomen. Het was me helder: dit past niet in mijn beleid.”
Kan ook deze beslissing nog heroverwogen worden?
„Het kan, maar het ligt niet voor de hand. Men vindt wat men vindt. Dat zal over twee maanden niet plotseling anders liggen.”