Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

De Roon: Spil in Wilders’ keurbende

 PVV'er De Roon.

PVV'er De Roon.

De PVV wil groeien en uiteindelijk in het kabinet belanden. Een spilfiguur in de fractie is voormalig advocaat-generaal De Roon. Jarenlang stemde hij GPV en ChristenUnie. Nu pleit hij voor absolute vrijheid van meningsuiting. „Als je niet meer mag zeggen wat je vindt, ligt de democratie op de vuilnisbelt.”
Zelf was hij niet op het idee gekomen om Tweede Kamerlid te worden. Zijn vrouw zei op een gegeven moment: „Jij moet eens naar Wilders gaan kijken, die zegt vaak dezelfde dingen als jij.”

De Roon, op dat moment nog advocaat-generaal, keek naar een EO-uitzending met Wilders. Hij had met instemming de opvattingen van de parlementariër over de islam aangehoord. En met bewondering. Want tjsa, Wilders werd streng beveiligd en desondanks wilde hij niet buigen voor de doodsbedreigingen. Moedig, vond De Roon dat.

„Toen dacht ik: Goed, als hij er alleen voor staat, laat ik hem dan maar een mailtje sturen om mijn diensten aan te bieden.” Hij had een functie vanaf de zijlijn in gedachten, juridisch adviseur of zo. Maar Wilders vroeg hem na een gesprek al snel of hij op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen wilde staan.

Inmiddels is Raymond de Roon (56) ruim twee jaar Kamerlid. Collega-Kamerleden noemen hem „een spilfiguur in Wilders’ keurbende”; een rustgevende factor op de achtergrond, een scherpzinnig jurist ook. Wilders en Brinkman, zo zeggen fractiegenoten, kunnen er tijdens een PVV-vergadering nog wel eens wat uitflappen. Dat zal De Roon niet gebeuren. Bedaard en bedachtzaam, maar niet minder verbeten, formuleert hij zijn mening.

Bij zijn beëdiging als Kamerlid legde hij „uit overtuiging” de eed af: „Zo waarlijk helpe mij God almachtig.” „Ik ben rooms-katholiek opgevoed”, vertelt De Roon. „Nog steeds beschouw ik me zelf als christen. Dat bepaalt toch mijn denken en handelen. Nee, ik ga niet meer naar de kerk, daar heb ik niet zo’n behoefte aan. Maar ik geloof wel dat God de wereld leidt.” Tijdens zijn studie rechten aan de Vrije Universiteit raakte hij geïnspireerd door het gedachtegoed van Abraham Kuyper en de Reformatorische Wijsbegeerte. Hij was zelfs nog zes jaar medewerker bij de gereformeerde rechtsfilosoof Van Eikema Hommes, de opvolger van de bekende prof. Dooyeweerd.

U stemde voor de komst van de PVV op GPV en ChristenUnie. Wat sprak u aan in de kleine christelijke partijen?

„De personen van GPV’ers Jongeling en Schutte. Ik vond vooral hun integriteit bewonderenswaardig. Bij de grote politieke partijen miste ik altijd de eerlijkheid en oprechtheid. De SGP vond ik iets te veel van de zwarte kousen.

Niet op alle punten was ik het met GPV en ChristenUnie eens. Maar ik deelde wel de zaken waar ze voor stonden: het belang van familiewaarden en het christelijk geloof. Tijdens mijn studie heb ik me verdiept in Dooyeweerds ”Wijsbegeerte der wetsidee”. De belangrijkste les voor mij was dat het recht niet geïsoleerd is. Wat er in het recht gebeurt hangt heel sterk samen met andere sferen, zoals de markt, de politiek, het onderwijs, het gezin. Die gedachte was ook bij het GPV aanwezig.”

Waarom stapte u in 2003 over naar de PVV? Die partij ademt toch wel een wat andere sfeer dan de ChristenUnie?

„De visie op de islam sprak mij aan. Ik had bij de ChristenUnie altijd het idee: die club gaat niets bereiken. Bij Wilders had ik dat wel; die deed al vanaf het begin heel stevige uitspraken en wil echt iets veranderen.”

Wie zijn uw inspiratiebronnen?

De Roon wijst naar een krantenknipsel op de muur van zijn werkkamer. „Daar hangt-ie: Snouck Hurgronje.” Hij glimlacht. „Geef de islam geen vat op de seculiere werkelijkheid”, zo luidt het citaat van de arabist en islamkenner op het knipsel. Snouck Hurgronje (1857-1936) was een fel tegenstander van de politieke variant van de islam. „Nee, een held is Snouck Hurgronje voor mij niet. Ik houd niet van adoratie van personen. Maar dit is wel een heel treffende uitspraak, het geeft kernachtig aan wat mij drijft om met Wilders in zee te gaan. Voor duizend procent om zo te zeggen.”

De Roon zwijgt even. Hij draagt een horloge met Hebreeuwse cijfers. Israël zit hem al sinds zijn tienerjaren in het hart. Een „grote hobby”, noemt hij het. „Ik heb de geschiedenis van Israël altijd nauw bestudeerd. Dat krijg je vanzelf zicht op de kwalijke ontwikkelingen binnen de islam.”

Begin januari kwamen in Den Haag een paar honderd betogers van onder meer Christenen voor Israël bijeen om Israël te steunen in de oorlog tegen Hamas. De Roon was erbij, als een van de weinige Kamerleden. Na de demonstratie nam hij deel aan het debat in de Tweede Kamer over de kwestie. „Hamas strijdt niet voor stukjes land, maar voor de overwinning van de islam”, zei hij in de Kamer. „Het conflict is pure jihad, de door de Koran aan elke moslim opgedragen plicht.”

Wat is uw angst precies, waarvoor bent u bang?

„Het grote probleem van onze samenleving is de islam. Die religie is uit op werelddominantie en beschouwt alles wat niet-islamitisch is als ondergeschikt en minderwaardig. Alles wat niet-islamitisch is mag je aanvallen en bedriegen, en dat bevalt mij niet. Ik wil niet geregeerd worden door moslims, want dan is al onze vrijheid weg.”

Hoe kunt u nu zeggen dat de islam het kernprobleem van de samenleving is? In Nederland, zo blijkt uit cijfers, zijn slechts enkele honderden mensen het gewelddadige islamisme toegedaan.

„Nee, natuurlijk is het niet zo dat iedere individuele moslim rond loopt met het idee om de heerschappij te grijpen. Gelukkig niet. Maar het is ook niet zo dat moslims afstand nemen van dat beeld, op een paar uitzonderingen na. En ik zie niet graag dat hun aantal in Europa toeneemt, zoals nu wel gebeurt.”

Uw partij benadrukt nogal eens de waarde van „onze joods-christelijke cultuur.” Wat bedoelt u daar precies mee?

„Onze samenleving is sterk beïnvloed geweest door de joods-christelijke en humanistische cultuur.”

U zegt: wij hebben een joods-christelijke cultuur. Bedoelt u niet vooral te zeggen: wij hebben een niet-islamitische cultuur?

„Dat is zeker waar.” Hij lacht. „Ja, misschien is dat reactionair.”

Welke betekenis heeft die joods-christelijke traditie dan nog, behalve dat het iets anders, de islamitische cultuur, uitsluit?

„Onze samenleving is grotendeels gevormd door de joods-christelijke en humanistische cultuur, dat is een gegeven. De PVV-fractie koestert daarom kernwaarden als respect voor het leven en de vrijheid van onderwijs. Zo zijn wij bijvoorbeeld zeer behoudend als het gaat om abortus. Wij hebben echt niet het standpunt, zoals de meeste partijen: dat moet allemaal maar kunnen. Bij mij komt die houding voort uit christelijke noties. Maar ook mijn fractiegenoten, die lang niet allemaal gelovig zijn, denken sterk vanuit de joods-christelijke en humanistische traditie.”

U bent bang voor de dominantie van de islam. Maar angst is toch niet bepaald een deugd uit de joods-christelijke traditie?

„Angst is niet het goede woord, die speelt geen rol in de PVV. Wij willen alleen maar waarschuwen voor een dominantie van de islam.”

De Roon diende in januari een motie in om de vrijheid van meningsuiting op te rekken. Het verbod op het beledigen van een groep mensen vanwege hun godsdienst moet uit het Wetboek van Strafrecht worden gehaald, zo luidde de motie. Fractievoorzitter Wilders liep bij de stemming naar voren. Voorzitter, zo zei hij vastberaden, met gevoel voor dramatiek: „De motie die nu in stemming komt, raakt de kern van de vrijheid van meningsuiting en ook de kern van het bestaansrecht en de existentie van mijn partij.” Hij vroeg om een hoofdelijke stemming.

U wilt het verbod op belediging van een groep mensen vanwege hun godsdienst schrappen. Waarom precies?

„De vrijheid van meningsuiting is voor ons een van de belangrijkste grondrechten. Als je niet meer mag zeggen wat je vindt, ligt de democratie op de vuilnisbelt.”

Iedereen kan bijna alles zeggen in dit land. Er is toch geen probleem met de vrijheid van meningsuiting?

„Er is wel een probleem. De huidige regering is op allerlei manieren bezig om de vrijheid van meningsuiting aan banden te leggen. Nu ligt er weer een wetsvoorstel om een Nederlander die in de Verenigde Staten een kritische uitspraak doet over de islam of moslims, in Nederland alsnog te kunnen laten vervolgen. Dat is toch schandalig. Onacceptabel!”

Zijn er voor u nog ergens grenzen aan de vrijheid van meningsuiting?

„Je mag niet oproepen tot geweld.”

Dus iemand mag de Holocaust ontkennen? Dus imam El Moumni mag homoseksualiteit met een besmettelijke ziekte vergelijken?

„Op die kwesties wil ik niet ingaan.”

Waarom niet?

„Wij zijn nog bezig met onze standpuntbepaling hierover.”

Minister Hirsch Ballin zei vorig jaar eens: „Met nodeloos grievende uitlatingen kun je de samenleving stukmaken.”

„Dat ben ik niet met hem eens. Je kunt op twee manieren reageren op een belediging: naast je neerleggen of in gesprek gaan. De samenleving is het meest bij een gesprek gebaat. Anders krijg je een hogedrukketel; dan gaan mensen zich ergeren, dat krijgt een psychologische uitwerking, en dat kan weer leiden tot geweld.”

Velen zeggen: de PVV zaait met haar anti-islamuitspraken tweedeling in de samenleving.

„Dat zie ik anders. Wij vertolken alleen maar de gevoelens van velen.”

Drie dagen voor publicatie van dit interview belt De Roon op: sommige uitspraken wil hij liever niet terugzien in de krant. Hij had iets gezegd over de relevantie van de Tien Geboden. Bij nader inzien was dat niet zo handig. Hij wil zijn fractiegenoten niet voor het hoofd stoten.

Een dag later overhandigt hij nog wel een briefje. „De vrijheid van meningsuiting is iets waar ik erg mee bezig ben”, luidt de eerste zin. Kort en krachtig laat hij weten het kabinetsbeleid op dit punt schadelijk voor de democratie te vinden.

Op vragen over de grondwettelijke vrijheid van godsdienst wil hij in het tweede gesprek voor dit interview niet ingaan. Hoe belangrijk de vrijheid van godsdienst is? Of het grondwetsartikel soms moet opgaan in de vrijheid van meningsuiting? Allemaal zaken waar hij niet op kan antwoorden. „Daar gaat Geert Wilders over. Ik wil niet in de portefeuille van een fractiegenoot treden, net zo min als ik wil dat een collega iets over mijn portefeuille zegt.” Daar wil hij het bij laten.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek