Print artikel print Stuur artikel door stuur door Deel via twitter deel via twitter Stuur artikel door knipsel

In troosteloos Oost-Duitsland groeit een gemeente

04-05-2009 09:09 | Kerkredactie
Christiaan en Kseniya Kooiman.
Christiaan en Kseniya Kooiman.
 
LEUVEN – Het communisme beroofde Oost-Duitsland van God en godsdienst. Tachtig procent van de bevolking heeft geen band met de kerk, stelt zendingsorganisatie European Christian Mission (ECM).
Uitgerekend hier –in de havenstad Rostock, om precies te zijn– tekenen zich de contouren af van een nieuwe christelijke gemeente. De Leuvense theologiestudenten Christiaan Kooiman (23) en zijn vrouw Kseniya (26) vestigen zich nog dit jaar in Duitsland.

Niet enthousiast
ECM wijdde onlangs een nieuwsbrief aan het gemeentestichtingsproject in de Duitse deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren, het „minst glamoureuze deel van Duitsland.” Twee gezinnen en een alleenstaande man werken sinds 2006 onder leiding van de Ier Victor Watson als tentenmakers in Rostock. Na enkele jaren pionieren gaan na de zomer de eerste fulltime zendelingen aan de slag in de universiteitsstad. De gemeente ontstond in een stadsdeel met ongeveer 30.000 inwoners. Een kerk was er niet meer.

„In nog geen vijftig jaar is het eens zo gelovige Oost-Duitsland veranderd in een zendingsgebied”, meldt de zendingsorganisatie in de nieuwsbrief. Halverwege de vorige eeuw bezocht 80 procent van de inwoners de Evangelische Kerk in Duitsland –de grootste protestantse kerk van het land– of de Evangelisch-Lutherse Kerk. Een even groot percentage heeft nu, naar eigen zeggen, niets meer met de kerk. In Rostock bezoeken inmiddels tientallen mensen de samenkomsten, Bijbelstudies en vrouwenbijeenkomsten.

Kooiman kwam in contact met ECM voor een korte stage in het tweede jaar van zijn theologiestudie in, destijds, Apeldoorn. Toen de zendingsorganisatie –die Europa tot haar werkgebied rekent– hem op Duitsland wees, was hij niet erg enthousiast. „Ik had geen idee wat ik daar moest gaan doen, hád er ook niets mee. Liever was ik naar een spannend gebied gegaan, of naar een aantrekkelijk land zoals Frankrijk.”

Tijdens de zomerstage in Oost-Duitsland werd hij echter „heel diep getroffen” door de grote geestelijke nood in het gebied en de inzet van de evangelicale gemeente in Barth. Deze gemeente behoort tot de Freie evangelische Gemeinde in Norddeutschland (FeGN), waarmee ECM samenwerkt.

Religieuze leegte
„Het communistische regime heeft God systematisch uit het publieke leven geweerd. De kerk is daardoor enorm verzwakt. Zelfs in gemeenten van de Evangelische Kerk in Duitsland, de volkskerk, zitten op zondag niet meer dan tien leden. Er is een onwaarschijnlijke religieuze leegte. Het overgrote deel van de bevolking heeft geen binding met de kerk en heeft geen idee wat geloven is. Een enkeling was vroeger lid. Het is volstrekt normaal om atheïst te zijn.”

In Barth hielp Kooiman onder meer met het organiseren van activiteiten en verdiepte hij zich in de Oost-Duitse cultuur. Het tweede deel van zijn stage speelde zich af in de stad Rostock. Daar voerde hij gesprekken op straat. Goede gesprekken.

Samen met anderen hield de student enquêtes om een indruk te krijgen van de geestelijke situatie en tegelijk bekendheid te geven aan de nieuwe gemeente. „Zo gauw je over ”glauben” begon, was er openheid en interesse”, zegt hij. „Zelfs mensen die niets met de kerk of het geloof te maken willen hebben, verwachten iets van een kerkelijke gemeente. Bijvoorbeeld dat zij activiteiten voor jongeren of ouderen organiseert.”

Big Brothercultuur
In de regio is weinig hoopgevends, constateert Kooiman. Oost-Duitsers hebben volgens hem een plat, materialistisch wereldbeeld en kampen met werkloosheid. „Velen trekken weg. Jongeren vooral.” Het ‘gat’ in de bevolkingsopbouw maakt het leven in het gebied „saai.” Wantrouwen bemoeilijkt relaties als gevolg van de Big Brothercultuur achter het IJzeren Gordijn.

Kooiman en zijn Wit-Russische vrouw vertrekken waarschijnlijk naar Schwerin, de hoofdstad van de deelstaat. Een jaar lang verdiepen zij zich in taal en cultuur en doen zij kerkenwerk in de FeGN. „Daarnaast willen we ons oriënteren op een plaats in de regio waar wij als zendingswerkers aan de slag kunnen gaan.”

Het werk van de grond af opbouwen zal uithoudingsvermogen vergen, vermoedt hij. „Je kunt geen voorkennis veronderstellen. En een wereldbeeld veranderen, kost tijd. De voorganger van de evangelicale gemeente in Barth stelt dat Oost-Duitsers behoefte hebben aan wonderen. Zij weten niet anders dan dat er geen God is. Alleen onverklaarbare dingen zouden een aanzet kunnen vormen om te gaan geloven.”

In een dergelijke context is het opbouwen van relaties van belang. De theologiestudent hoopt een ingang te vinden met zijn liefde voor klassieke muziek. „Daarin is veel van de christelijke boodschap aanwezig. Zoals bijvoorbeeld in de Matthäus Passion.” Kunst en cultuur bieden nog meer aanknopingspunten. Rostock was eens „een van de machinekamers van de Reformatie”, aldus ECM.

Hoewel Kooiman aanvankelijk sceptisch was ten aanzien van zijn buurland, gaat hij toch in Duitsland wonen en werken. „Ik voel me geroepen om zendeling te worden. Waar dat is, doet er dan niet zo veel meer toe. In dit gebied gingen de deuren steeds voor ons open. Wie ben ik dan om nee te zeggen?”

Goede preek
Er is nog iets wat hem overtuigt om naar Oost-Duitsland te gaan. De Deutsche Missionsgemeinschaft, partner van ECM, zond tot nu toe zo’n 350 zendelingen de wereld in, maar niet één naar Oost-Duitsland. „Waarom niet? Werken in dat gebied is moeilijk en onaantrekkelijk.”

Pluspunt voor Kooiman is dat de Oost-Duitse cultuur „sterk op de inhoud gericht is.” West-Duitsers hechten naar zijn idee meer belang aan performance en organisatie.

Kooiman: „In enquêtes werd aan mensen gevraagd: „Wat zou er volgens u in elk geval in een kerkdienst moeten zitten?” Een veelgehoord antwoord was: „Een goede preek.” Zo’n cultuur ligt mij wel.”

Knipsels