De onvergetelijke Godfried Bomans zag kans om enkelvoud en meervoud te verhaspelen in een –taalkundig correct– gedichtje: „Ik wou dat ik twee hondjes was, dan kon ik samen spelen.” Een of twee. Twee zijn in je eentje’, dat gaat gewoon niet, evenmin als één met z’n tweetjes.
Eigenlijk deed Leonardo da Vinci hetzelfde, maar dan met beeld. Hoewel, het begon met letters. Leonardo da Vinci gebruikte in zijn, met de hand geschreven, werk spiegelschrift. Waarom, dat weet niemand. Misschien wilde hij op deze manier zijn werk moeilijker leesbaar maken, als een soort geheimschrift; een Da Vincicode dus. Het is ook mogelijk dat hij linkshandig was, en het schrijven in spiegelschrift makkelijker vond, dan rechtshandig te schrijven, of linkshandig in normaal schrift.
De stap van het spiegelschrift naar de spiegel is bij Da Vinci dus volstrekt te begrijpen. Het was spielerei voor Da Vinci. Een spiegel op z’n bureau. En nog één, en nog éen. Zo ontstond spelenderwijs zijn spiegelzaal.
In het Chinese Hangzhou –waar zo’n honderd reproducties, manuscripten en uitvindingen van Da Vinci tentoongesteld zijn– is Da Vinci’s spiegel speelgoed voor kinderen. Een enorme groep van... drie kinderen.