Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
 

Sinds 1 april bijna 2000 homohuwelijken

VOORBURG – In het eerste halfjaar sinds de invoering van het homohuwelijk zijn bijna 2000 van dergelijke verbintenissen gesloten. In de eerste maanden betroffen het vooral omzettingen van bestaande partnerregistraties. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek die woensdagmorgen bekend werden.

Sinds 1 april 2001 kunnen in Nederland mensen van hetzelfde geslacht met elkaar trouwen. In de eerste twee maanden –april en mei– was het aantal homohuwelijken met bijna 400 relatief hoog. Daarna daalde het maandelijks aantal tot onder de 300. Het aandeel in het totaalaantal huwelijken was het eerste halfjaar 3,6 procent. In april bedroeg dit aandeel weliswaar nog ruim 6 procent, maar daarna zakte het tot rond de 3 procent.

Mannen trouwen vaker met een man dan vrouwen met een vrouw. Ongeveer 55 procent van de huwelijken tussen personen van hetzelfde geslacht betreft een huwelijk tussen twee mannen. Dit percentage verandert nauwelijks van maand op maand. Inmiddels sloten 2100 mannen een huwelijk met een man en 1700 vrouwen een huwelijk met een vrouw.

Bijna 600 van de partners die met iemand van hetzelfde geslacht zijn getrouwd –ofwel 16 procent– heeft al een huwelijk met een partner van het andere geslacht achter de rug. Vrijwel al deze personen zijn gescheiden van hun vorige partner, een enkeling is weduwe of weduwnaar. Vrouwen die met een vrouw trouwen, hebben vaker een huwelijk achter de rug dan mannen. Een op de vijf vrouwen was al eens gehuwd met een man. Voor mannen is dit aandeel de helft lager: een op de tien mannen was eerder gehuwd met een vrouw.

Omzetting
Op 1 april 2001 werd het ook mogelijk een geregistreerd partnerschap om te zetten in een huwelijk. In de maanden april en mei betroffen huwelijken tussen personen van hetzelfde geslacht in de meeste gevallen omzettingen van bestaande partnerschappen. In april was dit aandeel nog ruim driekwart. Dit aandeel is inmiddels sterk gedaald tot ongeveer een kwart in de laatste maanden. Steeds vaker worden dus huwelijken tussen personen van hetzelfde geslacht gesloten zonder dat er een geregistreerd partnerschap aan vooraf is gegaan.

De openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht lijkt de behoefte aan een geregistreerd partnerschap voor mannen- en vrouwenparen te hebben verminderd. Sinds april hebben maandelijks zo’n 25 mannenparen en twintig vrouwenparen hun partnerschap laten registreren. Dit is beduidend minder dan vóór de openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek