Volgens H. Krol van de Gay Krant staat die uitspraak op hetzelfde niveau als recente opmerkingen van imams als El Moumni en Haselhoef, die homoseksualiteit een te straffen misdaad hebben genoemd. Als gevolg daarvan, aldus Krol, hebben „veel lezers van de Gay Krant te maken gekregen met toenemend geweld door jongeren, verbaal en fysiek. Zij hebben de indruk dat jongeren zich in deze discriminatie gesterkt voelen door de uitspraken van hun geestelijke leiders."
Krol heeft niet alleen een aanklacht tegen Kolijn bij het openbaar ministerie ingediend –„hoewel wij ervaren dat aanklachten in deze zaken amper effect sorteren"– maar ook een brief gestuurd aan de voorzitters van alle fracties in de Tweede Kamer. Daarin herinnert hij aan de toezegging van het kabinet een notitie op te stellen over „de grenzen tussen de vrijheid van godsdienst en meningsuiting enerzijds en het recht om niet gediscrimineerd te worden anderzijds." Krol wil dat die notitie er zo snel mogelijk komt en zo spoedig mogelijk besproken wordt. Ook bepleit Krol het toekennen van sanctiebevoegdheden aan de Commissie Gelijke Behandeling.
Erotisch getint
Na de presentatie van het SGP-verkiezingsprogramma, afgelopen dinsdag, heeft Kolijn een stagiaire van NRC Handelsblad te woord gestaan. In een vanmorgen uitgegeven verklaring stelt Kolijn dat de kop boven de zeer korte weergave van dat gesprek ("SGP wil verbod op homoseksualiteit in het openbaar") geen recht doet aan wat hij heeft gezegd. De SGP, aldus Kolijn, wil ernst maken met de openbare zedelijkheid. „Dat betekent concreet dat erotisch getinte reclames of publiek seksueel getint gedrag niet door de beugel kan. Dat geldt voor homoseksuele, maar evengoed voor heteroseksuele uitingen."
In de verklaring roept Kolijn politici op het recht van de SGP te erkennen om „op gepaste wijze" haar opvattingen over homoseksualiteit uit te dragen. „Ook van degene die onze overtuiging niet deelt, mag worden verwacht dat hij die uitspraken niet onder het vergrootglas legt om te zien of met behulp van een extensieve uitleg van het strafrechtelijk discriminatieverbod er niet iets strafwaardigs in schuilt."