Door critici is indertijd wel eens onderzocht welk soort middelen het Staphorster Boertje zijn patiënten in de maag splitste, wat aan het licht bracht dat hij gewoon wat willekeurige kruiden gebruikte. Toch kon dat niet verhinderen dat hij tot aan het laatst van zijn leven (hij werd 82) populair bleef. Zijn zoons zetten de praktijk vervolgens voort, wat een lonende bezigheid was.
De Vereniging tegen de Kwakzalverij publiceerde zeven jaar geleden een lijst met de meest fameuze kwakzalvers uit de twintigste eeuw en het zal niemand verbazen dat het Staphorster Boertje een hoge notering heeft gekregen. De man lijkt in alles het prototype van een beunhaas die zijn patiënten voor een hoop geld groentesoep verkocht. Toch is het voor de vereniging maar goed dat hij niet meer leeft, want hij zou waarschijnlijk zijn plaatsing op de lijst bij de rechter hebben aangevochten. Dat is het gevolg van de uitspraak van het gerechtshof in Amsterdam in de zaak van de arts Sickesz tegen de eerdergenoemde Vereniging tegen de Kwakzalverij.
Ook Sickesz komt voor op de kwakzalverslijst omdat ze in de visie van de vereniging een nog al aanvechtbare therapie heeft ontwikkeld. Zo zouden hartkloppingen maar ook schizofrenie en depressies het gevolg zijn van scheefstand van de nekwervels. Sickesz stapte naar de rechter, ving in eerste instantie bot maar werd door het hof in het gelijk gesteld. Bij de behandeling van het hoger beroep hield de rechter zich aan de omschrijving van het begrip kwakzalver in de van Dale: iemand die nutteloze middelen toepast. Kort samengevat is volgens het hof een middel niet nutteloos als velen zeggen er baat bij te hebben. Bij mevrouw Sickesz was dat laatste het geval, dus was het middel nuttig.
Ook zegt van Dale dat iemand een kwakzalver is als hij of zij het publiek wat op de mouw wil spelden. „Boerenbedrieger, oplichter, knoeier”, zo licht het woordenboek toe. Anders gezegd: als de Vereniging tegen de Kwakzalverij zegt dat mevrouw Sickesz een kwakzalver is, wordt daarmee beweerd dat ze de boel oplicht. En dat betwist ze uiteraard. Ze zegt de beste bedoelingen te hebben. Omdat de vereniging het tegendeel niet kan aantonen, moet ze rectificaties in dagbladen laten plaatsen. Ook moet ze de proceskosten betalen.
De gevolgen van het arrest van het hof zijn verstrekkend. De kosten die de Vereniging tegen de Kwakzalverij moet maken, zijn zo hoog dat er een faillissement dreigt. Ook is het nu wel heel erg moeilijk geworden om publiekelijk het kaf en het koren op de bonte markt van de geneeskunde te scheiden. Zelfs het Staphorster Boertje zou bij de rechter een kans maken. Zijn groentesoep nutteloos? Ho, ho, er waren duizenden patiënten die er anders over dachten. En een bedrieger? Hoezo? Hij wilde niets liever dan de mensen beter maken.
Goed, de man uit Staphorst leeft niet meer, maar dat geldt niet voor tientallen andere genomineerden. Neem Joke Damman oftewel Jomanda, op de kwakzalverslijst van de vereniging goed voor een vijftiende plaats. Zij kan water instralen. Neem een slok en je voelt je weer kiplekker. Met de uitspraak van het hof in de hand kan zij alsnog een poging wagen haar naam te laten zuiveren. Want wat Jomanda doet, is volgens haar zeker niet nutteloos. Zij zal immers wijzen op de duizenden vaste klanten die allemaal zullen zeggen dat ze baat hadden bij dat ingestraalde water. En wie zou durven twijfelen aan haar motieven?
Al met al heeft het Amsterdamse hof een omstreden uitspraak op zijn naam staan. Hij is weliswaar stevig gekruid maar erg van nut lijkt hij niet te zijn.