De Nederlandse en de Belgische regering en de toezichthouders in beide landen waren inmiddels gealarmeerd. President Nout Wellink van De Nederlandsche Bank keerde met spoed terug uit Chicago. De politieke en de monetaire autoriteiten namen de regie in handen.
Zij beseften dat er voor maandagmorgen, als de beurzen weer openden, een reddingsplan gereed moest zijn. Anders dreigden er grote problemen, niet alleen voor Fortis, maar in een sneeuwbaleffect eveneens voor andere financiële instellingen. Paniek onder de burgers, met een massale terugtrekking van spaargelden, lag in het verschiet.
Na twee dagen van koortsachtig beraad kwam er zondagavond om halftwaalf witte rook: Nederland, België en Luxemburg hebben de noodlijdende onderneming gedeeltelijk genationaliseerd en ABN AMRO wordt doorverkocht aan een nog niet bekende partij. De geruchten doen de ronde dat aanvankelijk de voorkeur uitging naar een totale overname, maar dat twee gegadigden voor die optie, het Franse BNP Paribas en het Nederlandse ING, een te lage prijs boden.
Fortis krijgt de rekening gepresenteerd van het overmoedige besluit van vorig jaar om ABN AMRO in te lijven. Vanaf het begin zijn er vraagtekens gezet bij die transactie. Kon het concern de financiering ervan wel behappen? Die twijfels maakten het bedrijf kwetsbaar. Het viel daardoor gemakkelijk ten prooi aan speculaties. De kredietcrisis deed de rest. In dat klimaat groeide de onzekerheid en slonk het vertrouwen met de dag.
De activiteiten van de bank-verzekeraar, een combinatie van VSB en Amev uit Nederland en Generale Bank en AG uit België, waren weliswaar gezond -er werd met winst gedraaid- maar het weglekkend vertrouwen voerde toch naar de afgrond. Aandeelhouders dumpten hun stukken, spaarders haalden hun centen weg en het werd voor de financiële multinational steeds moeilijker geld te lenen. Psychologie bepaalde de gang van zaken. Cijfers zijn in zulke omstandigheden minder belangrijk, angst en emotie overheersen.
Fortis is het zoveelste slachtoffer in de malaise die zich sinds vorige zomer aftekent. Geen reputatie lijkt nog veilig. We zagen het eerder met het faillissement van het gerenommeerde Lehman Brothers en de noodzakelijke overnames van Bear Stearns en Merrill Lynch. Het betekende in één keer een streep door gevestigde namen in de zakenwereld.
In eerste instantie ging het bij de kredietcrisis erom dat onder invloed van de stijgende rente en de instortende huizenmarkt in de VS, hypotheekverstrekkers zich geconfronteerd zagen met klanten die niet langer hun betalingsverplichtingen nakwamen. Dat bracht de desbetreffende instellingen in moeilijkheden. Momenteel lijkt gebrek aan vertrouwen het voornaamste gevaar binnen het systeem. De jongste gebeurtenissen tonen aan waar dat in kan resulteren.
Er zijn ook aan deze zijde van de Atlantische Oceaan banken die zwaar te lijden hebben onder de kredietcrisis. Het Zwitserse UBS bijvoorbeeld heeft de afgelopen tijd al diverse malen forse afschrijvingen moeten melden. Onmiskenbaar is de dreiging er dat het negatieve marktsentiment zich tegen nog meer aangeschoten spelers gaat richten en dan is er geen houden aan, leert de ervaring met Fortis.
Het is alleen maar te hopen dat het gezonde verstand geleidelijk aan de overhand weer krijgt. Daarvoor zijn vertrouwenwekkende maatregelen nodig. De Amerikaanse overheid heeft inmiddels een poging daartoe gedaan met het oprichten van het noodfonds dat banken verlichting biedt door slechte leningen die bij hen op de balans staan, op te kopen. Wellicht moet Europa, onder aanvoering van de Europese Centrale Bank (ECB) en de Europese Commissie, kiezen voor een soortgelijke benadering.