Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Zoeken naar balans

 Het valt niet mee om de juiste balans te vinden tussen werk en privé.
 1 van 4  

Het valt niet mee om de juiste balans te vinden tussen werk en privé.

Druk. Wie is het niet? Thuis is het rennen, op het werk vliegen. De balans tussen werk en privé is zomaar zoek. Als de baas geen tijd opeist, dan is het wel de studie, of de kerk, de vereniging of de politiek. En het gezin? Dat schiet erbij in. Tenminste, bij 36 procent van de werkende RD-lezers.
„Ik heb helaas te veel privétijd gegeven aan mijn werk ten koste van stille tijd en privéleven”, zegt een van de respondenten in een representatief onderzoek van het Reformatorisch Dagblad onder bijna 800 lezers.

De balans tussen werk en privé is soms flink uit evenwicht. Een op de zes werkenden zegt dat het werk ten koste gaat van het privéleven. Ruim 60 procent vindt dat de balans in evenwicht is. Het is vooral de partner die in de gaten houdt of er niet te veel aandacht naar werk uitgaat (52 procent).

RD-lezers zien de situatie bij vrienden en kennissen minder rooskleurig in dan bij zichzelf. Bijna de helft (45 procent) zegt dat het werk van hun vrienden ten koste gaat van hun privéleven.

De gemiddelde Nederlander is positiever over zijn werk-privébalans dan de RD-lezer. Uit cijfers van uitzendorganisatie Randstad blijkt dat in oktober 2007 een op de tien werknemers ontevreden is over die balans. Twee derde is wel tevreden.

Grote boosdoener is overwerk. Toch lijkt niet alleen de hoeveelheid tijd die in overwerk gaat zitten van invloed op de balans. Ook of het overwerk betaald of onbetaald is, heeft zijn gevolgen voor de visie op de werk-privéverhouding. Van de respondenten die meer dan vier uur per week onbetaald overwerken, zegt 52 procent dat het werk ten koste gaat van het privéleven. Van hen die meer dan vier uur per week betaald overwerken, zegt maar 21 procent dat.

Vier op de tien werkenden besteden tussen de 36 en 40 uur per week aan hun baan. Bijna 20 procent werkt meer dan 40 uur; 11 procent tussen de 32 en 36 uur.

Van de respondenten met een job doet 18 procent meer dan vier uur per week betaald overwerk; 22 procent doet meer dan vier uur onbetaald overwerk. Als reden steekt ”Druk vanuit het bedrijf” met kop en schouders (53 procent) uit boven de rest. Ambities zijn goed voor 17 procent. Status (2 procent) en financiële noodzaak (3 procent) spelen vrijwel geen rol.

Bij 36 procent lijdt het gezin onder overwerk. Bij een op de drie werkende respondenten gaat overwerk ten koste van hun hobby’s; bij 32 procent zijn het de sociale contacten die minder aandacht krijgen. Een derde houdt door overwerk minder tijd over om te slapen.

Meer dan een kwart van de ondervraagden doet onbetaald kerkelijk werk; bijna vier op de tien verrichten huishoudelijke activiteiten.

Na overwerk en onbetaald werk blijft er niet veel vrije tijd over. Een op de drie ondervraagden zegt te weinig vrije tijd te hebben; 59 procent heeft precies genoeg vrije tijd; de resterende 4 procent geeft aan er te veel van te hebben.

Vier op de tien ondervraagden besteden de vrije tijd aan stille tijd; 37 procent aan Bijbelstudie, 66 procent aan hobby’s, 62 procent aan sociale contacten en 71 procent aan het gezin. Slecht 16 procent van de ondervraagden sport in zijn vrije tijd.

Bijna de helft zou meer vrije tijd aan stille tijd en Bijbelstudie willen besteden. „Zolang er tijd is voor stille tijd en het gezin, hoeft hard werken niet in strijd te zijn met de Bijbel”, reageert een van de lezers.


„Druk zijn is een vorm van slavernij”

In de enquête die deze krant hield onder RD lezers –over de relatie tussen werk en privé– bestond de mogelijkheid een opmerking te plaatsen. Een greep uit de reacties.

„Mijn tijdsbesteding is dagelijks een worsteling voor mij. Er zijn zo veel dingen te doen: noodzakelijke, nuttige, nodige, leuke, plezierige en ontspannende. En de tijd die voorbij is, komt niet meer terug.”

„Zoek eerst het koninkrijk van God. Vergader schatten in de hemel, waar ze noch mot, noch roest verderven. Als je zo leeft, wordt al het aardse goed heel betrekkelijk. Wat is een carrière in het licht van de eeuwigheid?”

„Als er een kerkdienst is in onze eigen gemeente gaan we sowieso. Verder proberen we doordeweeks in de buurt wel naar de kerk te gaan, maar daarvan merken we dat het nu minder makkelijk gaat dan vroeger, toen er nog geen of minder kinderen waren.”

„Mijn werk is niet mijn leven maar mijn leven wordt wel voor een groot deel door mijn werk bepaald. Ik ben alleenstaand, werk bijna fulltime.”

„Wat is werk? Ik denk dat wij ons in onze gezindte weleens te veel blindstaren op het werken bij een werkgever of als eigen baas. Tijd met je gezin is ook werk. Tijd besteden aan de naaste is ook werk. Dat heeft de Heere bedoeld met zes dagen arbeiden.

Helaas zien we maar al te vaak dat we hier een vrome draai aan geven die ons het beste uitkomt, namelijk zes dagen betaald werk.”
„Mijn werk voor de klas is mijn hobby, maar het is niet het belangrijkste in mijn leven.”

„Te veel werken en geen tijd voor het gezin vind ik in strijd met je christen zijn.”

„Als carrière het belangrijkste in je leven is, is dat fout. Werken op zich is niet verkeerd. Carrière willen maken ook niet. Als je eventuele gezin en je geloofsleven er maar niet onder lijdt. Die moeten voorop staan.”

„Eén ding is nodig! Pas als je de Heere Jezus als je Borg kent, kun je carrière gaan maken. Maar dan heb je daar waarschijnlijk helemaal geen zin meer in en geen tijd meer voor omdat je je vrije tijd in Zijn dienst wil besteden.”

„Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen. Er staat niet: zult gij in de VUT zitten, atv opnemen, of iets dergelijks.”

„Ik ben huisvrouw en dan is je werk zo belangrijk, dat je mag zeggen: mijn werk is mijn leven. Iemand heeft eens gezegd: je beroep uitoefenen is ook godsdienst.”

„Bij mij komt de Heere Jezus op de eerste plaats, daarna mijn vrouw, dan mijn werk.”

„Als je het alsmaar druk hebt, bevind je je in het krachtenveld van het kwaad. De boze wil je afleiden van de Heere en Zijn dienst. Uiteindelijk is het hele verhaal van ”Druk, druk, druk” een leugen. Ik denk dat je het niet druk hebt, maar dat je je druk maakt. Je moet altijd voor ogen houden dat die te grote drukte een vorm van slavernij is.”

Dit is het eerste deel in een serie over werk-privébalans. Dinsdag op de economiepagina deel 2.


Lees ook: Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek