Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Welkom in Roosendaal

Het klonk zo hoopvol, de wens van het kabinet een halt toe te roepen aan het misbruik van de Winkeltijdenwet. Maar het zijn burgers en bedrijven die het gevecht moeten aangaan met gemeenten die ten onrechte extra koopzondagen toestaan. In Roosendaal weten ze daar alles van: een juridisch geschil over zondagsopening nadert hier de ontknoping.
Het is er prima wonen, dat wel. Maar écht toeristisch kan Bert Klijs, geboren en getogen Roosendaler, zijn stad toch niet noemen. „We hebben hier mooie bossen en daar kun je heerlijk fietsen. Maar in omringende plaatsen kan dat ook.”

Verder telt het centrum van Roosendaal „nog wat fraaie gebouwen, zoals de Sint-Josephkerk”, weet Klijs. „Veel meer is er niet.” Of liever gezegd: niet meer. „Het meeste is in de voorbije jaren gesloopt om ruimte te scheppen voor nieuwbouwwoningen en parkeergarages.”

Het gemeentebestuur oordeelde onlangs toch anders over de toeristische aantrekkingskracht van Roosendaal. Op grond van de zogeheten toerismebepaling in de Winkeltijdenwet wilde het college van burgemeester en wethouders de complete stad bestempelen als één groot toeristisch gebied. Om zo ondernemers in de gelegenheid te stellen de winkeldeuren iedere zondag te openen, in plaats van op de twaalf koopzondagen die de wet toestaat.

De coalitiepartijen in de gemeenteraad staken hier uiteindelijk een stokje voor, waardoor per raadsbesluit op 31 mei alleen voor outletcentrum Rosada 52 koopzondagen mogelijk werden. Voor de rest van de stad is het maximumaantal koopzondagen opgekrikt tot vijftien.

Het besluit is flink tegen het zere been van Klijs, die naast zijn werk als jurist bij de provincie Drenthe -waarvoor hij vier dagen per week in Assen bivakkeert- secretaris is van Keerpunt, een stichting die in verschillende procedures is verwikkeld om het raadsbesluit in Roosendaal terug te draaien.

Niet zozeer vanuit de overtuiging dat zondagsheiliging een opdracht van God is uit het vierde gebod, maar veel meer door het diepe besef dat de mens fundamenteel afhankelijk is van de natuur en de daar geldende tijd.

Want de economie moet mens en natuur centraal stellen en niet andersom, zegt de Brabander stellig. „Onze maatschappij kent een zieke tijdsbeleving: alle dagen lijken op elkaar.”

De natuur heeft volgens Keerpunt onmiskenbaar momenten van rust nodig. Klijs: „Als mensen zijn wij een onderdeel van die natuur. Een collectief rustmoment is daarom ook voor ons onmisbaar.”

Cliëntelisme
Keerpunt betitelt het bewuste Roosendaalse raadsbesluit de uitkomst van een „fraai staaltje van cliëntelisme.” Werd in 2004 nog onomwonden door de wethouder uitgesproken dat Rosada Factory Outlet, dat zo’n tachtig afzonderlijke winkels met merkartikelen bevat, zich na opening in 2006 aan het maximum van twaalf koopzondagen diende te houden, toen het CDA na de verkiezingen van vorig jaar uit het college viel, waaide er plots een andere politieke wind. Klijs: „De gemeente heeft zich met huid en haar verkocht aan Rosada. PvdA-wethouder Pelle zag zijn kans schoon om Rosada’s wens van 52 koopzondagen in vervulling te laten gaan.”

Met de komst van het merkendorp, opgetrokken in de stijl van Bataviastad in Lelystad, wil Roosendaal toeristen trekken, meent de jurist. Juist ook op zondag. „Maar daar is de toerismebepaling in de Winkeltijdenwet niet voor bedoeld. Om ruimere zondagsopenstelling mogelijk te maken hadden die toeristen er al moeten zijn.”

Via een omweg langs de civiele rechter kwam Stichting Keerpunt in haar juridische strijd terecht bij het College voor Beroep van het Bedrijfsleven (CBB). Een orgaan dat, als het aan minister Van der Hoeven van Economische Zaken ligt, straks het beroep mag behandelen dat burgers en bedrijven kunnen aantekenen tegen het besluit van hun gemeente tot een ruimere zondagsopening.

Maar waar steeds meer gemeenten de toerismebepaling in de Winkeltijdenwet met voeten treden, ziet Klijs een massaal protest er niet zomaar komen. „Artikel 10 van de Winkeltijdenwet biedt nu ook al de mogelijkheid tot beroep bij het CBB, maar de drempel om verhaal te halen ligt voor de gemiddelde burger veel te hoog.”

Dat blijkt volgens hem wel uit de situatie in Almere, waar de gemeente vorig jaar de hele stad bestempelde als toeristisch gebied en zo alle winkeliers de mogelijkheid bood om op zondag de deuren te openen. Klijs: „Ook al ben je er nooit geweest: je voelt op je klompen aan dat Almere verre van toeristisch is. En toch neemt blijkbaar niemand de tijd en de moeite om zo’n besluit aan te vechten.”

Hij begrijpt dat ook wel. „Bedrijven willen in de toekomst wellicht uitbreiden en als consument wil je misschien ooit nog eens je huis verbouwen. In beide gevallen is een bouwvergunning nodig van de gemeente. Die houd je dus liever te vriend. Bovendien is procederen kostbaar.”

Feitelijk illusoir
Toch leert de casus Roosendaal dat procederen wel degelijk nut heeft. Want hoewel de voorzieningenrechter van het CBB de wens van Keerpunt om de zondagsopening van Rosada per direct te verbieden onlangs naast zich neerlegde, uitte hij nadrukkelijk zijn twijfel over de toeristische aantrekkingskracht van Roosendaal.

Maar omdat „de discussie tussen partijen” over het gebruik van de toerismebepaling „allengs” de trekken had aangenomen „van een wetenschappelijk debat”, achtte de voorzieningenrechter zich niet bevoegd een uitspraak te doen. Dus zal, afhankelijk van de uitkomst van een nog lopende bezwaarprocedure van Keerpunt bij de gemeente Roosendaal (zie kader), de zaak via een bodemprocedure door het CBB moeten worden uitgeplozen.

Opvallend is ook dat de CBB-voorzieningenrechter in zijn uitspraak breedvoerig zijn opvatting geeft van de wetsgeschiedenis van de huidige Winkeltijdenwet en de Winkelsluitingswet uit 1976. Gemeenteraden moeten zich er volgens hem van bewust zijn dat de toerismebepaling in de Winkeltijdenwet een „uitzondering betreft op de hoofdregel dat winkels op zondag in beginsel gesloten zijn.” Wanneer die bepaling niet „strikt” wordt geïnterpreteerd, zou het verbod tot zondagsopenstelling „feitelijk illusoir” worden gemaakt.

Kortweg zal een gemeente die gebruik wil maken van de toerismebepaling in de Winkeltijdenwet, aldus het CBB, onomstotelijk moeten aantonen dat de toeristische aantrekkingskracht zich „in betekenende mate” onderscheidt van andere gemeenten.

Volgens Klijs is dit in Roosendaal duidelijk niet het geval, waardoor de zaak er niet ongunstig uitziet voor Keerpunt. „We hebben goede hoop dit proces te winnen.”

Echter, ook bij een eventueel verlies zet de stichting de strijd onverminderd voort. Klijs: „We blijven ons verhaal vertellen. Waarom? Omdat we simpelweg geloven dat het een goed verhaal is. Een 24 uurseconomie leidt tot waanzin.”

Slager blijft eigen vlees keuren

Minister Van der Hoeven van Economische Zaken schetste vorige maand de contouren van een aanpassing van de Winkeltijdenwet. Centrale boodschap: dit kabinet wil alleen in écht toeristische gebieden de winkels iedere zondag open.

Hiermee gaf de CDA-minister invulling aan een zinsnede uit het coalitieakkoord: „Het oneigenlijke gebruik van de toerismebepaling in de Winkeltijdenwet ter verruiming van het aantal koopzondagen wordt tegengegaan.”

Ook komt het kabinet met de aangekondigde maatregelen tegemoet aan een breed gevoeld ongenoegen in de Tweede Kamer. Naast de regeringsfracties CDA, PvdA en ChristenUnie bepleiten ook SGP en SP al geruime tijd een strenge handhaving van de Winkeltijdenwet.

De kern van die wet, die in 1996 in de plaats kwam van de Winkelsluitingswet uit 1976, is glashelder: op zondag zijn winkels in principe dicht. Wel mogen gemeenten voor twaalf zondagen per jaar ontheffing of vrijstelling verlenen. Verder kent de wet een uitzonderingsbepaling voor toeristische gebieden. Daar mogen de winkels, desgewenst, iedere zondag open.

De wet plaatst hierbij wel een kanttekening: de extra koopzondag moet ondersteunend zijn aan het reeds aanwezige toerisme. Winkelopening op zondag mag dus niet als een toeristische trekpleister worden gebruikt.

Specifieker is de wet hierover niet. Omdat twaalf koopzondagen per jaar klaarblijkelijk nog niet genoeg zijn, grijpt een groeiend aantal gemeenten die onduidelijkheid aan om op grond van de zogeheten toerismebepaling het aantal koopzondagen te verruimen. Dit bleek ook uit een evaluatie van de Winkeltijdenwet die in 2006 in opdracht van het ministerie van Economische Zaken is gehouden.

Zo bestempelde de gemeenteraad van Almere begin vorig jaar de gehele stad als toeristisch gebied, om zo een ongebreidelde zondagsopenstelling mogelijk te maken. In september ging ook de gemeente Schouwen-Duiveland hiertoe over.

Daar wil het kabinet dus iets tegen doen. Maar de beleidswijziging waar Van der Hoeven aan denkt, is vooralsnog een zeer kleine. Zo moeten gemeenten voortaan aantonen dat er op hun grondgebied sprake is van „substantieel” toerisme.

Veel verder gaat de CDA-bewindsvrouw echter niet. Getalsmatige criteria, die bijvoorbeeld in België worden gehanteerd, blijven hoogstwaarschijnlijk achterwege. „We gaan niet op centraal niveau bepalen wat oneigenlijk gebruik is”, zei Van der Hoeven hierover tijdens een recent debat over de begroting van haar ministerie. „Er is behoefte aan lokaal maatwerk.”

En overheidscontrole vóóraf, zoals SGP en SP voorstellen in hun initiatiefwet -die op dit moment voor advies ligt bij de Raad van State-, daar moet de minister al helemaal „niet aan denken”, zo liet ze zich onlangs ontvallen.

Ondanks de, op zich welkome, aanscherping van de wet is en blijft het de gemeente die autonoom bepaalt of de toerismebepaling wel of niet van toepassing is. Zonder verdere controle hierop. Als een slager die zijn eigen vlees keurt.

Wel schermt Van der Hoeven met de mogelijkheid voor belanghebbenden, zoals burgers en bedrijven, om in beroep te gaan bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) als hun gemeente op oneigenlijke gronden besluit tot extra koopzondagen.

In een interview met het Nederlands Dagblad liet de bewindsvrouw onlangs zelfs weten dat er wat haar betreft „geen sprake is van oneigenlijk gebruik van de toerismebepaling in de wet” wanneer er geen klachten worden ingediend bij het CBB. „Dan is het dus akkoord.”

Burgers en bedrijven die zowel de wet als de Bijbel graag gehandhaafd zouden zien, kunnen zich dus opmaken voor een pittige juridische strijd. Net als in Roosendaal.

Commissie kraakt collegebesluit

De plaatselijke commissie voor de bezwaarschriften heeft het Roosendaalse college onlangs geadviseerd het besluit om 52 koopzondagen toe te staan aan outletcentrum Rosada, in te trekken.

De commissie is het met Stichting Keerpunt eens dat de door de gemeente aangevoerde toeristische aantrekkingskracht zich niet voldoende onderscheidt van die in andere plaatsen.

Wat het college met dit advies zal doen, is nog onduidelijk. In principe kan het college het advies naast zich neerleggen. In dat geval start Stichting Keerpunt een bodemprocedure bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB).

Mocht een CBB-besluit nadelig uitpakken voor Keerpunt, dan heeft de stichting nóg een ijzer in het vuur: het algemeen vernietigingsrecht van de kroon: een uiterst middel dat zeldzaam wordt ingezet om de constitutionele verhoudingen tussen rijksoverheid en een individuele gemeente te herstellen.

In 2005 gebruikte toenmalig minister Donner van Justitie dit vernietigingsrecht nog om een besluit terug te draaien van de gemeente Haarlemmermeer, dat het cellencomplex op Schiphol-Oost per direct wilde sluiten.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek