Toen de eerste scheurtjes zichtbaar waren, bleef paniek uit. Zakenbank Bear Stearns meldde in juni vorig jaar bijvoorbeeld dat twee hedgefondsen die belegden in Amerikaanse hypotheken miljarden aan extra kapitaal nodig hadden. De aandelen van banken stonden even onder druk, maar de Dow-Jonesindex bereikte enkele weken later rustig een nieuwe recordstand op Wall Street. Pas in augustus was de boot aan en werd er voor het eerst over een kredietcrisis gesproken. Enkele maanden later verklaarde de Nederlandse centralebankpresident, Nout Wellink, in zijn dertigjarige carrière nog nooit zoiets te hebben meegemaakt.
De onwetendheid is niet zo vreemd. Banken konden de afgelopen jaren door deregulering in de eigen sector steeds ingenieuzere beleggingsconstructies verzinnen. Toezichthouders hadden nauwelijks zicht op hypotheekverstrekking aan mensen die de aflossing eigenlijk niet konden betalen, omdat deze gebundeld in pakketten met goede hypotheken werden doorverkocht aan investeerders.
Toch is het niet zo dat iedereen heeft liggen slapen. Het weekblad The Economist vertelde onlangs het verhaal van de ontstaansgeschiedenis van het allereerste boek over de huidige kredietcrisis. De Amerikaanse softwareondernemer Charles Morris voorzag in 2005 al dat de financiële markten op een catastrofe afstevenden en stapte naar een uitgever. Het resultaat ligt nu voor nog geen 16 dollar bij internetwinkel Amazon.com: ”The Trillion Dollar Meltdown: Easy Money, High Rollers, and the Great Credit Crash.
Morris neemt een provocerend standpunt in. Banken zullen nog honderden miljarden dollars moeten afschrijven”, boven op de ongeveer 200 miljard dollar aan afschrijvingen die de afgelopen maanden al zijn gedaan. Hij schat de totale schade zelfs op (is0(
1 biljoen dollar, als de financiële sector ten minste bereid is om zijn boekhouding volledig op te schonen. Daar lijkt het echter niet op.(is2m(
Banken lijken nu vooral te willen uitdragen geen paniekvoetbal te spelen. De feiten wijzen anders uit. Amerikaanse banken liggen aan het infuus van financiers uit Azië en het Midden-Oosten. De Nederlands-Belgische bank-verzekeraar Fortis schermde vorige week met een mysterieuze kapitaalverschaffer om de zorgen weg te nemen. Mogelijk gaat het om de Chinese verzekeringsreus Ping An, die eind vorig jaar al een belang verwierf in Fortis.
Het vreemde is dat het op sommige dagen zo rustig is op de beurs. Alsof er geen kredietcrisis is, geen banken naarstig op zoek zijn naar vers kapitaal en centrale bankiers niet koortsachtig overleg voeren over nieuwe maatregelen om het vertrouwen op de financiële markten te herstellen. En dan plotseling steekt er weer een storm op, waardoor beleggers met hun neus op de feiten worden gedrukt dat er meer aan de hand is.
Zijn er oplossingen? Volgens Morris wel. Hij stelt bijvoorbeeld dat banken verplicht zouden moeten worden om het riskantste deel van leningen die zijn gebundeld in beleggingsconstructies in eigen beheer te houden. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat banken minder risico nemen.
Daarnaast pleit Morris voor nieuwe wetgeving die banken verbiedt om als financier én zakenbankier op te treden. De Amerikaanse overheid voerde dergelijke wetgeving al in 1933 in, in reactie op de grote beurskrach in 1929, om speculatie van banken te voorkomen. In 1999 kwam een einde aan deze zogenoemde Glass-Steagall Act. Het is de vraag of de regelgevers bereid zijn de klok terug te draaien.