De maatregelen die de CDA-bewindsvrouw voorstelt, zijn duidelijk tegen het zere been van organisaties als het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), de Raad Nederlandse Detailhandel (RND), de Consumentenbond en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
Zij zien graag een volkomen beschikkingsvrijheid voor gemeenten omdat een „lokaal winkeltijdenbeleid” zou worden „gedragen door een brede vertegenwoordiging van de samenleving.”
In dit opzicht is het opvallend dat de Nationale Winkelraad van MKB-Nederland -waaraan 40.000 zelfstandige detaillisten zijn verbonden- betoogt dat juist het „lokaal maatwerk” door gemeenten de afgelopen jaren heeft geleid tot het oprekken van de wet, waardoor een gelijk speelveld voor ondernemers nu veelal ontbreekt.
Wat MKB-Nederland betreft beslissen daarom niet langer de gemeenten autonoom over het al dan niet toestaan van zondagsopening op basis van de toeristische bepaling in de wet, maar onderzoeken zij slechts of er sprake is van een „substantieel lokaal draagvlak” onder ondernemers, consumenten en binnenstadsbewoners voor zondagsopening. Bijvoorbeeld door middel van een gemeentelijk referendum.
De toeristische bepaling in de Winkeltijdenwet moet dus volledig komen te vervallen, stelt MKB-Nederland, evenals het huidige wettelijke maximum van twaalf koopzondagen. „Als er lokaal draagvlak voor is moeten ook 52 koopzondagen per jaar mogelijk zijn”, aldus een woordvoerder in een reactie.
Ook de vakbonden FNV en CNV staan niet onwelwillend tegen afschaffing van de toerismebepaling. Zij vrezen dat ook na de door Van der Hoeven voorgestelde wetswijziging een „U-bochtconstructie” mogelijk blijft, waardoor „alle zondagen tot koopzondag worden verheven.” Dit omdat gemeenten in de plannen de vrijheid blijven houden om zelfstandig een afweging te maken.
Omdat „werknemers geen voorstander” zijn van een verdere zondagsopenstelling van winkels, willen FNV en CNV in tegenstelling tot MKB-Nederland echter wel vasthouden aan het huidige wettelijke maximum van twaalf koopzondagen op jaarbasis. Bij afschaffing van de toerismebepaling in de Winkeltijdenwet zullen ook toeristische gebieden zich hieraan moeten houden.
Hoewel de RMU aanscherping van de toerismebepaling „een goede zaak” noemt, plaatst de reformatorische vakorganisatie enkele kanttekeningen bij het conceptwetsvoorstel en benadrukt zij tevens dat het „door God gegeven ritme” van zes dagen arbeid en een dag rust „heilzaam” is voor de samenleving.
Stichting Keerpunt, dat vorige maand beroep aantekende bij het CBB om de ongebreidelde zondagsopenstelling van outletcentrum Rosada in Roosendaal aan banden te leggen, benadrukt in een brief aan de minister dat de voorgestelde wetswijziging te reactief is.
Door de handhaving van de Winkeltijdenwet over te laten aan burgers en bedrijven „ontloopt” de minister volgens Keerpunt de „eigen verantwoordelijkheid.”
De stichting stelt daarom voor dat gemeenten die de zondagsopenstelling willen verruimen op basis van de toerismebepaling in de Winkeltijdenwet een wachttijd van drie maanden in acht nemen. In combinatie met een meldingsplicht biedt dit aan de overheid en belanghebbenden de mogelijkheid om een besluit vooraf te kunnen toetsen.
Draagt een gemeentelijk besluit de goedkeuring van de minister weg, dan treedt dit automatisch na drie maanden in werking. Ook CNV en FNV bepleiten een dergelijke toetsing vooraf.
Of Van der Hoeven de tips ter harte neemt, is vooralsnog onduidelijk. Haar bedoeling is om nog dit kwartaal het definitieve wetsvoorstel naar de Tweede Kamer te sturen zodat de nieuwe wet per 1 januari volgend jaar in werking kan treden.
Toerismebepaling nader bepaald
Om misbruik van de huidige Winkeltijdenwet -die stamt uit 1996- tegen te gaan, wil minister Van der Hoeven (Economische Zaken) de wet aanscherpen.
Op dit moment mogen gemeentebesturen maximaal twaalf koopzondagen per jaar aanwijzen. Voor toeristische gebieden geldt echter een uitzonderingsregeling, de zogenoemde toerismebepaling. In principe mogen de winkeldeuren hier iedere zondag open.
Veel gemeenten hebben met een beroep op het toeristische regime in de Winkeltijdenwet het aantal koopzondagen in de afgelopen jaren flink verruimd: van de 443 Nederlandse gemeenten maken er inmiddels 157 gebruik van de bepaling.
Niet zelden wordt de toerismebepaling echter oneigenlijk gebruikt en om dit tegen te gaan, accordeerde het kabinet in oktober vorig jaar een voorstel van Van der Hoeven dat gemeenten verplicht om vanaf volgend jaar duidelijker te omschrijven op basis van welke toeristische aantrekkingskracht de winkels op zondag open zijn.
Tegenover het economische belang van zondagsopening moeten door gemeenten ook specifieke belangen als zondagsrust, leefbaarheid en veiligheid worden afgewogen.
Verder krijgen belanghebbenden (zoals burgers en bedrijven) de mogelijkheid om bij het College van Beroep van het Bedrijfsleven (CBB) in beroep te gaan tegen het besluit van een gemeente tot een verruimde zondagsopenstelling.
Nu biedt de huidige Winkeltijdenwet die mogelijkheid ook al, maar is het lang niet altijd zeker dat iemand die bezwaar maakt ook daadwerkelijk als belanghebbende wordt erkend. Volgens het ministerie brengt het wetsvoorstel daar verandering in.