Verkwisten
In die vijftig jaar is er inmiddels voor zo’n 210 miljard euro aan aardgasbaten omhooggepompt. Krachtens de Mijnwet uit 1810 kwamen deze rechtstreeks in de staatskas terecht. Zo werd de gaswinning voor de regering een even rijke als onmisbare bron van inkomsten.
De gasbaten zijn breed ingezet. Een kwart werd in de sociale zekerheid gestoken; gezondheidszorg en onderwijs kregen elk 10 procent. Verder ging relatief veel geld naar openbaar bestuur en verhoudingsgewijs weinig naar infrastructuur, namelijk 15 procent.
Volgens critici is er veel te weinig geïnvesteerd. De gasbaten zijn aan leuke dingen opgegaan. ”Feest”, kopte NRC Handelsblad van 13 juni: ”50 jaar boven onze stand geleefd”. Honderden miljarden zijn verjubeld en worden verjubeld. Een enorme rijkdom is er doorheen gejaagd. Als we het geld slimmer hadden besteed, bijvoorbeeld door het in snelwegen te investeren, stonden we nu niet in de file. Maar het geld is over de balk gegooid. Verkwistende politici zaten decennialang op rozen. Vijftig jaar, jubelen maar.
Is deze kritiek terecht? Gooien we geld over de balk als we het aan gezondheidszorg uitgeven? Is de zorg echt een schadepost en geen investeringspost? Vraag het maar eens aan de ouders van een ziek kind. In de afgelopen vijftig jaar is in Nederland de levensverwachting met een jaar of acht toegenomen, waarvan maar liefst de helft door betere zorg en preventie. Als dat geen investeringen zijn!
Natuurlijk, files zijn erg, maar is het niet veel erger om in de wachtrij voor een levensreddende operatie te staan? En wat te denken van het onderwijs. Is schoolgeld weggegooid geld? Wie investeert er nu niet liever in jonge mensen dan in asfalt? Als er iets duurzaam en toekomstgericht is, dan zijn het wel investeringen in het onderwijs. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst! Hoezo verjubelen?
Jubelen
En de sociale zekerheid dan, is dat geen verkwisting? In de Bijbel lezen we dat er in Israël geen armoede mocht zijn. Verarmden, verzwakten en vreemdelingen hadden recht op ontferming. Iedereen mocht delen in de welvaart. Schulden moesten gelost worden. En na vijftig jaar was het feest. Dan werden alle oorspronkelijke bezitsverhoudingen hersteld. Dat was een inzetting in Israël, een recht van de God van Jakob. Vijftig jaar, Jubeljaar.
En op de Grote Verzoendag klonk door het hele land bazuingeschal. En wie maar kon zong mee met Asaf en de tempelkoren: „Jubelt God ter eer/ Hij is onze sterkte!/ Viert bij volle maan/ met muziek en mond/ een hernieuwd verbond/ volgens oude wetten.”
Blaast de bazuin. In de Groningse pedaaltorens staan er nog genoeg...
De auteur is hoogleraar gezondheidseconomie aan de Universiteit van Tilburg.
Reageren aan scribent? nietbijbroodalleen@refdag.nl.