President George Bush riep de top bijeen op voorstel van de Franse president Nicolas Sarkozy, die pleitte voor een internationale aanpak van de huidige financieel-economische crisis. Bush ging akkoord, maar aangezien de naderende verkiezingen in de VS alle aandacht opeisten, werd de bijeenkomst op een latere datum gepland. Daarmee werd de top volgens Johnson „in feite gedegradeerd tot een ceremonieel afscheidsfeestje voor onze president.”
Sommige deelnemers aan de top hadden gehoopt op een eerste kennismaking met de aanstaande Amerikaanse president, Barack Obama. Maar die liet zich vrijdag en zaterdag niet zien. Hij liet zich vertegenwoordigen door voormalig minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright (onder Bill Clinton) en de Republikeinse oud-parlementariër en financieel deskundige James Leach.
„Obama wilde Bush tijdens deze top -zoals hij zelf zei- „niet voor de voeten lopen”, maar hij wilde in feite niet opgezadeld worden met beslissingen beïnvloed door Bush, waar hij misschien niet volledig achter zou staan”, aldus politiek analist Thomas Mann van het Brookings Reseach Instituut in Washington.
Was de top in Washington dus niet meer dan een kostbaar afscheidsfeestje voor Bush? Of was het een ’toch-top’, „waar meer is bereikt dan werd verwacht”, zoals staatssecretaris De Jager van Financiën het zaterdag verwoordde? (De Jager verving premier Balkenende, die vrijdag onmiddellijk na aankomst in Wash*== ington naar huis terugkeerde in verband met het overlijden van zijn vader.) Volgens Fred Bergsten van de onafhankelijke economische denktank Peterson Institute for International Economics in Washington is er „besloten om verder te praten, en dat is in ieder geval beter dan een ieder-voor-zichbeleid. Maar de feitelijke betekenis van deze top was de aanwezigheid van de derde wereld.”
Hij noemt het „positief” dat de traditionele kerngroep van de landen van de G-7-groep werd uitgebreid tot de G-20. „Economische giganten zoals China en India waren aanwezig, een ontluikende economische grootmacht zoals Brazilië en een financiële gigant als Saudi-Arabië. Dat duidt op een erkenning van de realiteiten in onze huidige wereld, die niet alleen meer gedomineerd wordt door Amerika, Europa en Japan. Natuurlijk, uitbreiding van de club brengt ook het gevaar mee dat er niet gemakkelijk besluiten worden genomen, maar besluiten nemen zonder deelname van belangrijke spelers op het internationale toneel is ook niet zinvol”, aldus Bergsten.
De leiders van de G-20 zijn overigens niet helemaal met lege handen naar huis teruggekeerd. Men heeft „in beginsel” besloten tot een scherper toezicht op financiële instellingen. Groepen deskundigen zullen hiertoe concrete voorstellen doen tijdens de volgende internationale top, eind april volgend jaar in Londen.
Hier tekent zich overigens een duidelijke breuklijn af tussen Amerika en Europa. Het oude werelddeel is voor uitbreiding van bevoegdheden op dit gebied voor internationale instellingen, terwijl de Amerikanen daar niets van willen weten. „Amerikaans toezicht op internationale markten is in Washington te bespreken, maar internationaal toezicht op de Amerikaanse financiële markt is zeker onder de huidige Republikeinse president Bush absoluut taboe”, aldus Bergsten.
Is de aanstaande Democratische president Obama hierin soepeler? Dat is moeilijk te zeggen, meent Bergsten. „De Republikeinen en ook sommige Democraten hebben al moeite met een instituut als de Verenigde Naties. Het zal ook voor Obama niet makkelijk zijn om deze reserves tegenover „internationale inmenging in de soevereiniteit van Amerika” bij te sturen.”
„Maar laten wij eerlijk zijn. Amerika heeft de huidige crisis gecreëerd, vooral door het toezicht op onze financiële sector te minimaliseren ofwel te verwaarlozen. Als de prijs die wij hiervoor moeten betalen een vorm van internationaal toezicht is -of tenminste bindend internationaal overleg over zulk toezicht, in welke vorm dan ook- dan zijn wij misschien een stap verder. En ik hoop dat president Barack Obama die boodschap dan ook aan ons parlement en aan Wall Street kan verkopen”, besluit Bergsten.