Alles leek veilig: Landsbanki had een zogenoemde A-rating, een kwaliteitskeurmerk voor de kredietwaardigheid van ondernemingen, en toezichthouders lieten geen waarschuwing horen.
Vorige week maakte Icesave in Nederland bekend dat het zijn verplichtingen niet langer kan nakomen. Icesave verwijst de Nederlandse klanten naar de depositogarantiestelsels, waarin de Nederlandse banken garanderen dat de gedupeerde bankier zijn geld tot een bepaald maximum terugkrijgt.
Minister Bos van Financiën liet een paar dagen later weten dat de spaarder „linksom of rechtsom” zijn geld terug zou krijgen. De Nederlandse staat garandeert tot een maximum van 100.000 euro. Voor een deel daarvan, ruim 20.000 euro, is IJsland verantwoordelijk. Voor het overige draaien de gezonde Nederlandse banken op. Van de 106.000 Icesavespaarders zijn er 469 gedupeerd: die hebben meer dan 100.000 gespaard bij Icesave.
Noord-Holland
Deze week werd bekend dat ook overheidsinstellingen miljoenen euro’s in IJsland hebben geparkeerd. Het meeste staat bij het moederbedrijf van Icesave, Landsbanki. In totaal gaat het om een bedrag van zo’n 250 miljoen euro waar gemeenten en provincies nu niet over kunnen beschikken. Of ze het terugkrijgen is nog maar de vraag. De provincie Noord-Holland is het zwaarst getroffen: 78 miljoen euro staat nog op de IJslandse rekening.
Valt de particuliere spaarder en de overheidsinstellingen iets te verwijten? Of hadden ze de problemen in IJsland niet kunnen zien aankomen? Hoogleraar openbare financiën van de Universiteit Maastricht Hans van Mierlo zei woensdag in deze krant dat gemeenten hun hand in eigen boezem moeten steken. „Ambtenaren zijn slechte schatkistmanagers”, aldus Van Mierlo. En: „Bij hoge rendementen horen ook grote risico’s. Als je alleen naar de rendementen kijkt, loop je de kans dat je het geld kwijtraakt. Gemeenten en provincies hadden beter moeten weten.”
Volgens de regels
Wethouders en gedeputeerden zijn het daar niet mee eens. „We hebben volgens de regels gespaard”, zegt de Noord-Hollandse gedeputeerde Hooijmaijers. „We moesten volgens de Wet financiering decentrale overheden zelfs uitwijken naar het buitenland.”
Hooijmaijers verwijt de Nederlandse toezichthouder te laat aan de bel te hebben getrokken. „Nout Wellink, directeur van De Nederlandsche Bank, zei al eerder aanwijzingen te hebben dat er iets mis was met Landsbanki, maar heeft de provincie niets laten weten. Gemeenten konden er dus weinig aan doen; net als de particuliere Icesavespaarders.”
Uit een reconstructie van het weekblad FEM Business blijkt dat De Nederlandsche Bank op het punt stond in te grijpen bij Icesave, maar was gebonden door wet- en regelgeving. DNB maakte in mei de afspraak met moederbedrijf Landsbanki dat de bank in het eerste jaar maximaal 500 miljoen euro aan Nederlands spaargeld mocht aantrekken. In juni bleek dit bedrag al te zijn overschreden. Toen DNB Icesave hierop aansprak, liet die weten zich niet gebonden te voelen aan de afspraak.
Failliet
DNB wist al geruime tijd dat er iets mis was bij Icesave en Landsbanki. Had de centrale bank niet in een eerder stadium moeten waarschuwen? Een makkelijk antwoord hierop is niet te geven. Achteraf is het niet moeilijk te zeggen dat de toezichthouder overheidsinstellingen en particuliere spaarders eerder had moeten waarschuwen. Dan hadden zij hun spaargeld op tijd kunnen weghalen en zouden ze geen verliezen lijden.
Als DNB wel had gewaarschuwd, zouden de spaarders hun geld hebben weggehaald en zouden de banken zeer waarschijnlijk failliet zijn gegaan, met alle gevolgen van dien. „De Nederlandsche Bank heeft veel gedaan om de problemen in IJsland te verhelpen, zoals ook blijkt uit de reconstructie van FEM Business”, aldus een woordvoerder van DNB. Reageren op uitspraken van Hooijmaijers wil hij niet. „Maar waarschuwen voor problemen bij een bank gaat echt niet. Als je een run van spaarders op hun geld en alle gevolgen van dien wilt veroorzaken, moet je een waarschuwing geven.”
Minister Bos beschuldigde DNB woensdag tijdens zijn verantwoording tegenover de Tweede Kamer niet. Wel gaf hij aan dat het instrumentarium van DNB tegen het licht gehouden moet worden. Door de band die de Europese Unie met IJsland heeft, moest DNB afgaan op de informatie van de IJslandse toezichthouder. Die lichtte DNB waarschijnlijk verkeerd voor over de kredietwaardigheid van de IJslandse banken, aldus Bos. Mogelijk spant de minister een rechtszaak aan.
Tegenover Het Financieele Dagblad liet de Noord-Hollandse gedeputeerde Hooijmaijers weten dat de provincie eind augustus aan DNB en het ministerie van Financiën heeft gevraagd of het spaargeld bij Landsbanki veilig was. Het antwoord was toen dat Noord-Holland het geld niet moest weghalen, aldus Hooijmaijers die zegt dit zwart-op-wit te hebben.
DNB liet in een reactie weten dat er geen sprake is van een brief. „Dat heeft de provincie Noord-Holland inmiddels ook erkend. Wij geven geen adviezen”, aldus een woordvoerder van DNB. „Stel dat we zouden adviseren bij de ene bank wel en bij de andere niet te bankieren. Dat heeft grote gevolgen voor die instelling. Het uitbrengen van advies staat haaks op onze manier van toezicht houden.”
Keniaanse boer dupe van Icesaveprobleem
Vooral de Icesavespaarder die meer dan 100.000 euro in IJsland heeft gestald, is de dupe geworden van het omvallen van de spaarbank. Tweehonderd van hen besloten donderdag gezamenlijk op te treden onder de naam Icesave 100.000 Plus.
Gerard van Vliet, woordvoerder van deze gedupeerden, zette de website icesaving.nl op. Hij is zelf ook gedupeerd: 420.000 euro zette hij op een IJslandse rekening om er later een ontwikkelingsproject in Kenia mee te financieren.
Van Vliet is verontwaardigd. „Duidelijk is dat iedereen in de groep zich vreselijk gepakt voelt. Waar in veel landen iedereen steun heeft gekregen, zijn er nu 469 Icesavespaarders volkomen in de steek gelaten. Dat kan en mag niet gebeuren.”
Van de in totaal 1,65 miljard euro die Nederlanders bij Icesave spaarden, zal IJsland 1,3 miljard moeten vergoeden. Ruim 300 miljoen komt voor rekening van de Nederlandse banken. Zo’n 40 miljoen euro is niet gedekt, omdat 469 mensen meer dan 100.000 euro spaarden.
Sinds vorig jaar hebben Nederlandse banken hun geld uit IJsland weggehaald, aldus Van Vliet. „Op basis van een betrouwbaarheidsindex wisten zij dat het beter was daar geen zaken meer te doen. Ook DNB wist dat, maar die trok niet aan de bel.”
Van Vliet wijst op de rol van De Nederlandsche Bank als toezichthouder. „Het kan toch niet zo zijn dat Wellink met droge ogen stelt het geen pas te vinden om spaarders te waarschuwen voor het falende Icesave? Door niet te waarschuwen heeft hij veel mensen in ernstige persoonlijke problemen gebracht”, zo stelt Van Vliet.
Eerder deze week bleek dat Icesave zich niet hield aan de afspraak met DNB dat Icesave in het eerste jaar niet meer dan 500 miljoen euro mocht aantrekken vanuit Nederland. DNB sprak Icesave hierop aan, maar ondernam geen verregaande acties. Van Vliet: „In feite zegt Wellink dat hij liever 106.000 slachtoffers wil hebben met een probleem van 1,6 miljard euro, dan pakweg 40.000 spaarders met een probleem van 500 miljoen. Je ziet mensen verdrinken, maar wacht even op een grotere reddingsboot in plaats van alvast de beschikbare kleine in te zetten.”
Voor de handelwijze van DNB valt best wat te zeggen, aldus Van Vliet. „Maar als ze hun verantwoordelijkheid nemen en niet waarschuwen, moeten ze ook voor de gevolgen ervan instaan.”
Achteraf gezien was het verstandiger geweest het geld meer te spreiden, erkent Van Vliet. „Wij zijn al tien jaar actief met onderwijsprojecten in Kenia. We knappen lokalen op en zorgen voor goede leerkrachten.”
Daarnaast wilde Van Vliet een project starten voor 15.000 boeren. „Wij zouden hun kokosnoten afnemen en verwerken en zo zorgen dat zij wat extra konden verdienen. Het geld voor het project kwam uit de verkoop van een huis. Ik stalde het even op een Icesaverekening na zo veel mogelijk informatie te hebben ingewonnen. Begin december zouden we naar Kenia vertrekken. Maar dat kan niet doorgaan zonder het geld. Dit is een ramp voor de boeren in Kenia.”
Van vaderlijk toezicht tot Europees rentebeleid
Om het reilen en zeilen op de financiële markten op orde te houden, zijn er toezichthouders. Hun doel is het vertrouwen op peil houden.
In Nederland zorgen twee organisaties voor dat toezicht: de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB). De eerste let op het gedrag van financiële instellingen: handelen ze correct, voorzien ze de consument van de juiste informatie? De Nederlandsche Bank is verantwoordelijk voor het zogenaamde prudentieel toezicht: kunnen partijen hun financiële verplichtingen nakomen aan hun contractpartners?
De Nederlandsche Bank, de centrale bank van Nederland, heeft een lange geschiedenis. Koning Willem I richtte de bank in 1814 op en gaf hem de taak bankbiljetten uit te geven. De beginjaren verliepen moeizaam. Bankbiljetten vonden maar traag ingang als betaalmiddel. Mensen bleven tientallen jaren lang de voorkeur geven aan klinkende munten. Lange tijd bleef de invloed van De Nederlandsche Bank beperkt tot de stad Amsterdam.
Kredietverschaffer
In de tweede helft van de negentiende eeuw groeide de instelling uit tot een nationale bank. DNB was in die tijd een belangrijke kredietverstrekker. Met de opkomst van particuliere banken aan het eind van de negentiende eeuw veranderde de rol van de bank. Die werd steeds meer een kredietverschaffer voor het bankwezen.
Door de veranderde taak van DNB werd de betrouwbaarheid van de banken belangrijker. DNB formuleerde allerlei regels: de kiem van de latere taak van toezichthouder. ”Vaderlijk toezicht” noemde men het in die tijd.
In het begin van de twintigste eeuw had DNB een belangrijke taak in het bezweren van een aantal economische crises. In de Bankwet van 1948 werd vastgesteld dat DNB verantwoordelijk was voor het op peil houden van de waarde van het geld en het tegengaan van inflatie. Dit deed de centrale bank door het vaststellen van rentetarieven.
Met de invoering van de euro is dit monetaire beleid geen zaak meer van de nationale bank, maar van de Europese Centrale Bank. DNB is overgegaan tot het Europees Stelsel van Centrale Banken. De president van DNB, Nout Wellink, heeft zitting in de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank. Deze raad bepaalt het renteniveau in de eurolanden.
Soepel en veilig
Tegenwoordig is het stabiliteit die centraal staat bij een centrale bank: stabiele prijzen, soepel en veilig betalingsverkeer en solide en integere financiële instellingen.
De Nederlandsche Bank houdt toezicht op de gezondheid van deze bedrijven. Voordat een bedrijf financiële diensten aanbiedt, moet het van DNB een vergunning hebben. Die wordt alleen afgegeven als de onderneming financieel gezond, solvabel, is en voldoet aan de voorwaarden voor integer bestuur.
DNB houdt niet alleen toezicht bij het afgeven van de vergunning, maar blijft de instelling in de gaten houden. Wie zich niet aan de regels houdt, moet rekenen op sancties. In het ergste geval trekt DNB de vergunning in.
Als er iets misgaat of dreigt te gaan, grijpt DNB in om de schade zo veel mogelijk te beperken. Het nationaliseren van Fortis is een voorbeeld van een dergelijke ingreep.