Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Taalrijkdom

 Pannekoek of pannenkoek?

Pannekoek of pannenkoek?

Het Groene Boekje schrijft voor hoe u en ik onze woorden moeten schrijven. Neem het woord pannekoek (sinds kort ook in gebruik als scheldwoord). De officiële spelling is nu pannenkoek. Dat lijkt me één koek, gebakken in meerdere pannen. Daar ga ik niet aan beginnen.
Hoofdwet

En neem dan paardenvijg. Dat is denk ik één vijg, geproduceerd door meerdere paarden. Geen fatsoenlijk mens neemt dat woord in de mond. Toch willen de neerlandici van het Algemeen Beschaafd Nederlands dat we dit slikken. Het Groene Boekje gaat daarom in tegen een hoofdwet van levende taal: taal is eigendom van al degenen samen die hem spreken.

Zo is het Afrikaans ontstaan uit de streek- en stadsdialecten van de Nederlanders die enkele eeuwen geleden naar Zuid-Afrika emigreerden. In de dagelijkse omgang versmolten deze dialecten tot de grootste gemene deler. De terugkeer van de verloren zoon (Lukas 15) bijvoorbeeld, klinkt zo in het Afrikaans (te vinden op bibledbdata.org):

„En toe hy nog ver was, het sy vader hom gesien en innig jammer vir hom gevoel en gehardloop en hom omhels en hartlik gesoen. En die seun sê vir hom: Vader, ek het gesondig teen die hemel en voor u en ek is nie meer werd om u seun genoem te word nie.”

Ons huidige Nederlands is geen natuurlijk gemiddelde van de Nederlandse dialecten. Bij ons werd het dialect van de Hollandse stedelijke elite Algemeen Beschaafd Nederlands genoemd. De rest van onze dialecten is als uiting van ”onbeschaafdheid” veroordeeld, geholpen door het keurslijf van het Groene Boekje.

Dialecten zijn nu bijna uitgestorven. Jeugd zweert zo snel mogelijk de tongval van herkomst af. Je wilt natuurlijk niet onbeschaafd overkomen. Onbeschaafd? Welnee, dialecten zijn juist kostbare cultuurerfgoederen.

Zo klinkt de terugkeer van de verloren zoon in het Limburgs:

„En es hae nog wied aaf waar, zoog z’n vajer ’m en hauw kóompassie mit ’m. En hae leep nao ’m toe, vool ’m óm d’n hals en puunden ’m.

En in het Gronings (te vinden op liudger.org): „Zien voader zag hom al van vèrren aankommen en wer zo aandoan dat e hom haard in muit laip en hom om haals vuil en hom smókte.”

En in het Stellingwerfs: „Doe zien heit him in de veerte al zag ankommen, wodde ’t him te machtig en hi’j schoffelde zien kiend integen en doe ze mekeer truffen, sleug ie him de aarms om ’e haals en hi’j gaf him een tuut.”

En dan nog in het Urks: „In toe ie nog een stók bij ’m verdeen was, toe zag z’n vader em al in krieg arg vuul miedelijen mit ’m. In ij liep op ’m an, vul ’m om z’n aals in poeste’m.”

En ten slotte in het Brabants: „En tow d’n aawen ’m va veerze zaog ánkòmme, krîch ie evél meejelèèje mî ’t jong. En ie gong ’m teege, vlôg op ’m av èn kuste n’em.”

Waardevol

Bovenstaande dialectvertalingen, voor zover geen bron vermeld, zijn (naast heel veel andere) te vinden op taal.phileon.nl ofmeertens.nl. De dialecten worden vastgelegd en verzameld door mensen die, tegen de kaalslag in, de taalrijkdom van vroeger willen vastleggen. Geen Natuurmonumenten maar Taalmonumenten. Ze doen waardevol werk. In tegenstelling tot de pannekoeken van het Groene Boekje.

De auteur is senior beleidsmedewerker bij de rijksoverheid. Hij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.

Reageren aan scribent? nietbijbroodalleen@refdag.nl.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek