Volgens Lijesen hanteerden grootbanken in de afgelopen jaren een zeer ruim verstrekkingbeleid, waarbij de hoogste lening mogelijk was door te kiezen voor een rentevastperiode van zes jaar tegen een rente van gemiddeld 3,6 procent.
De rentevastperiodes van deze hypotheken lopen echter in de komende jaren af. Door de gestegen rente rekent een aantal grootbanken inmiddels met een verlengingsrente van 7,4 procent. Hierdoor worden gezinnen geconfronteerd met een maandlastenverdubbeling.
Als gevolg hiervan zal het aantal gedwongen huizenverkopen explosief stijgen van 933 gedwongen verkopen in 2007 tot enkele tienduizenden in de komende jaren, aldus Lijesen. „Doordat gezinnen niet meer kunnen voldoen aan hun betalingsverplichtingen zullen concrete maatregelen van de overheid, toezichthouders en banken nodig zijn om een Nederlandse subprime-crisis af te wenden.”
Tot 2003 gold de regel dat het inkomen toereikend moest zijn om bij een rente van 6 procent de hypotheeklasten te kunnen betalen. In 2003 werd het mogelijk om te toetsen op werkelijke rente, waarbij de voorwaarde werd gesteld dat de rente langer dan vijf jaar moest worden vastgezet. Banken creëerden een rentevastperiode van zes jaar.