Normaliter mogen gemeenten maximaal twaalf zondagen per jaar aanwijzen waarop winkels open kunnen. Door een maas in de wet kunnen supermarkten toestemming vragen de winkeldeuren iedere zondagmiddag te openen. De ontheffing op de Winkeltijdenwet mag door gemeenten worden verstrekt voor één avondwinkel per 15.000 inwoners.
Van de winkels die op zondag opengaan, zijn de meeste filialen van Albert Heijn. Mede dankzij de vestigingen van AH tot go (onder meer op NS-stations) heeft de marktleider nu zo’n kleine 150 winkels op zondag open. Bij filialen van Plus, C1000 en Super de Boer is de animo voor zondagsopening minder groot.
De omzet van supermarkten die op zondag de deuren openen zou inmiddels 225 miljoen euro bedragen. Verwacht wordt dat dit in drie jaar oploopt tot een half miljard. De extra omzet gaat vooral ten koste van die van snackbars en afhaalchinezen.
In antwoord op Kamervragen van de SGP stelde minister Van der Hoeven (CDA) van Economische Zaken eind 2007 al dat de zondagsopening van supermarktfilialen op zondag binnen de grenzen valt van de Winkeltijdenwet. Ook liet zij weten een heroverweging van de wet op dit punt niet nodig te achten omdat er volgens haar „behoefte” bestaat aan de verkoop van levensmiddelen in de avonduren.
In het coalitieakkoord spraken CDA, PvdA en ChristenUnie wel af dat een andere vorm van misbruik van de Winkeltijdenwet wordt tegengegaan, namelijk het gebruik van de zogenoemde toerismebepaling.
Over een wetsvoorstel van Van der Hoeven hiertoe zal de Kamer zich binnenkort buigen. Diverse fracties (onder meer PvdA en ChristenUnie) hebben in dit verband onlangs opnieuw vragen gesteld over de openstelling van supermarkten als avondwinkel.