„Als het ten opzichte van iemands inkomen en zijn persoonlijke omstandigheden verantwoord is, is het niet verkeerd”, zegt Wijnmaalen. Hij is algemeen directeur bij Rabobank Vijfheerenlanden; zijn carrière begon hij in 1966 als baliemedewerker. Wijnmaalen is christelijk.
„Vanouds geldt: je spaart ergens voor”, zegt hij. „Sommigen doen dat vooraf, anderen achteraf. Als je op dit moment een auto van 25.000 euro wilt kopen en het geld daarvoor leent, en je hebt over een paar jaar de lening afgelost én een bezit van 10.000 euro aan auto – dan heb je dat gespaard. Wel wat duur weliswaar, want als je eerst spaart krijg je rente, en anders betaal je.”
Stel, iemand komt langs bij Rabobank Vijfheerenlanden om de boot van zijn dromen te kunnen kopen. Wat gebeurt er dan? „Een adviseur voert een heel gesprek. Hij kan bijvoorbeeld vragen: Hebt u kinderen? Gaan ze studeren? Hoe wilt u dat straks financieren?” Dit totaalplaatje heeft te maken met de zorgplicht van banken. „We zijn steeds meer een financiële dokter”, zegt Wijnmaalen.
Wanneer wordt een krediet geweigerd? „Daar zijn diverse normen voor. Door regelgeving van onder meer de AFM is vastgesteld wat de inkomsten-lastenverhouding mag zijn. Voldoet iemand daar niet aan, dan kan de adviseur zeggen: Sorry. Maatstaven van banken zijn niet exact gelijk, maar ze komen van lieverlee aardig in dezelfde richting.”
Rabobank zit aan de veilige kant, aldus Wijnmaalen. Zakelijk gezien is het zo dat, als een klant niet meer kan betalen, de bank het gelag betaalt. Vandaar ook de relatief hoge rentes op deze kredieten.
Daar komt bij dat Rabobank vanouds dicht bij de lokale gemeenschap wil staan. „Ik kom klanten op de hoek van de straat tegen. Dan zou het toch vervelend zijn als ik een onverantwoorde lening heb verkocht?”
Tussen de brochures in de hal van de Rabobank in Vianen staat een fraaie folder over lenen. Hoe verantwoordt Wijnmaalen het voor zichzelf om mensen op die manier aan te zetten tot lenen? „Naar mijn bescheiden mening is het verstandiger vooraf te sparen dan achteraf”, zegt hij. „Maar ik zou niet durven zeggen dat lenen niet goed is. Zo zwart-wit ligt het niet. Stel, iemand heeft keurig gespaard, heeft zijn kinderen netjes in de kleren, woont in een huurhuis – en heeft niet genoeg om de studiekosten te betalen. Dan kan ik me voorstellen dat je zegt: Ik neem wel een kredietje.”
Toch zijn mensen in financiële problemen geraakt door hoge leningen. Bij wie ligt de verantwoordelijkheid? „Iedereen kan de hand in eigen boezem steken – zowel bankier als huisvader. Wij willen allemaal meer. In de jaren 80 kregen we de klimhypotheken, een lening die rekening houdt met inkomensgroei: mensen betalen eerst weinig, en later steeds meer. Daarmee trek je zo’n zware wissel op de toekomst. Deze kredietcrisis heeft ons allemaal met beide benen op de grond gezet.” Voor banken betekent dit dat hun producten heel helder moeten zijn. „Ook zouden we minder moeten verwachten voor de toekomst, want wat als het groeiscenario niet opgaat?”
Hij gaat verzitten, denkt even na. Dan: „Leven in afhankelijkheid van God is de enige rem, ook op ongebreideld lenen.”
„Schuld is pas een probleem als je nauwelijks nog kunt ademen”
WOGNUM – „Schuld is helemaal niet erg”, zegt Klaas Wilting, woordvoerder van DSB Bank, „als je hem maar gemakkelijk kunt terugbetalen.”
Zelf behoort hij tot de categorie mensen die zegt: Ik spaar eerst. „De enige lening die ik heb, is een hypotheek. Ik heb ook moeilijke tijden gehad, met kinderen die gingen studeren, maar heb toen geen kredieten afgesloten. Ik wil in alle gevallen rustig blijven ademen.”
Wilting heeft 38 jaar bij de politie gezeten –17 jaar op straat, 21 jaar als woordvoerder– en werkt nu als mediawoordvoerder voor DSB Bank. Een bank die een marktaandeel van 17 procent heeft op het gebied van consumptief krediet, die als doel heeft „de beste consumentenbank van Nederland” te worden, en die af en toe onder vuur ligt. Vorige week meldde televisieprogramma NOVA dat de bank te hoge hypotheken verstrekt. En de leenreclame –van bijvoorbeeld Frisia, Postkrediet, Becam en Lenen.nl, die bij DSB Bank horen– oogst kritiek bij consumentenorganisaties.
Hoe ethisch is het om mensen via reclame te verleiden tot het aangaan van schulden? Wilting: „Het is typisch dat die vraag altijd aan ons wordt gesteld, terwijl je maar door de winkelstraat hoeft te wandelen en je ziet vanzelf witgoedzaken die kopen op krediet stimuleren. Alles schreeuwt: Koop mij alsjeblieft. Als mensen in de problemen raken, komt dat in de meeste gevallen niet door een bank als DSB, maar door creditcardmaatschappijen en thuiswinkels. Mensen staan er voor miljarden in het rood.”
Hij ziet niet in waarom geld uitlenen ethisch onverantwoord zou zijn. „Het is pas een probleem als je mensen zo in de schulden steekt dat ze nog nauwelijks kunnen ademen. Als een bank zich houdt aan de normen, en zorgt dat mensen genoeg overhouden om normaal te leven, dan is er niks mis mee.”
Wilting verwijst naar de zorgplicht van banken. „Na een aanvraag via internet volgt altijd een persoonlijk gesprek. We controleren bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) of iemand schulden heeft. Verder is een baan een vereiste. We checken loonstrookjes. En we wijzen 85 à 90 procent van de aanvragen af.”
Een moeilijkheid waar volgens Wilting alle banken mee te maken hebben, is dat leningen kunnen ontglippen aan de aandacht van het BKR. Huurschulden bijvoorbeeld, of schulden bij de energieleverancier. „Banken hebben ervoor gepleit dat ook andere schulden worden geregistreerd; DSB is daarmee begonnen. Dat heeft geleid tot het Landelijk Informatiecentrum Schulden (LIS), een initiatief dat is omarmd door minister Bos.” LIS is een samenwerkingsverband tussen partijen in de financiële sector en maatschappelijke organisaties en bestrijdt problematische schulden bij huishoudens.
Komen mensen toch in de problemen, dan stuurt DSB een budgetcoach. Die helpt de leners om hun financiën op een rijtje te zetten. Sommigen vragen er zelf om; anderen krijgen bezoek als een betalingsachterstand optreedt. „We zijn een commerciële bank. Als we geld uitlenen, moeten we het terughebben. Het heeft daarom geen enkele zin om koste wat het kost klanten te strikken, want dan is er grote kans dat wij ons geld niet terugkrijgen.”
De verantwoordelijkheid voor het leengedrag ligt tenslotte toch bij de consument, benadrukt Wilting. „Als je zegt: Ik wil graag een nieuwe keuken, of een piano, en ik wil er morgen al van genieten, dan kun je lenen. Prima. Op dat moment is het belangrijk dat je verder kijkt dan dat ene moment. Ik zou mensen wel willen toeschreeuwen: Kijk naar de consequenties. Je bent elke maand wat geld kwijt; hoeveel hou je over?
Wie een steeds duurder huis heeft gekocht, en tegelijk andere mooie dingen wilde, zal zich ook zaken moeten ontzeggen. Zeur dan niet: de bank dit, de bank dat. Je bent er zelf bij geweest.”