Persoonlijke informatie opduikelen via Google lijkt al bijna normaal geworden. Niemand kijkt er daarom meer van op dat ook werkgevers dit doen om de achtergrond van een sollicitant na te trekken. Een kwart van alle personeelsmanagers gebruikt internet met dit doel.
Fatsoensregel
Wel lijkt het een vreemde gedachte om vooraf zo openlijk toestemming te vragen voor deze praktijk. Toch is dat precies het pleidooi van hoogleraar recht en informatisering Corien Prins van de Universiteit van Tilburg. In het weekblad van de universiteit pleit zij ervoor dat werkgevers niet zonder toestemming informatie over sollicitanten mogen opzoeken op internet. „In de gewone wereld is het ook gebruikelijk om aan sollicitanten te vragen: „Mag ik navraag doen bij referenties?” Dit is gewoon een digitale vertaling van die fatsoensregel”, aldus de hoogleraar. Een gedragscode moet voorkomen dat bedrijven zomaar alle informatie over een potentiële werknemer van internet mogen halen. Prins: „Er circuleren immers veel halve waarheden en leugens op internet.”
Het is een zorgwekkende ontwikkeling dat steeds meer werkgevers internet afspeuren naar informatie over sollicitanten. Opvallend is de hoeveelheid privé-informatie die op internet is te vinden over talloze individuen. Niet alleen op persoonlijke websites of weblogs, maar ook via forums laten mensen soms heel persoonlijke gegevens achter. Het is de vraag of men zich daarvan bewust is, maar het kan behoorlijke gevolgen hebben. Het is niet moeilijk te raden wat er gebeurt als informatie op een curriculum vitae niet blijkt te kloppen met teksten die een werkgever aantreft op internet.
Onderzoek wijst nadrukkelijk op de gevaren die kleven aan onderzoek naar een sollicitant via het wereldwijde web. Zo vindt 80 procent van de Nederlanders zijn naam terug op internet. Echter in 40 procent blijkt het te gaan om informatie die niet over henzelf gaat, maar over een ander met dezelfde naam. Uit een ander onderzoek blijkt dat ruim 10 procent zich niet kan vinden in het beeld dat anderen via internet van hen kunnen krijgen.
Een zoekactie via Google zal dus een grote hoeveelheid links opleveren die onbruikbaar zijn. Bovendien is in de meeste gevallen de informatiebron niet te controleren op juistheid en betrouwbaarheid. Intussen lijkt het aantal werkgevers dat gaat speuren via het web toe te nemen. Vaak is het aanzienlijk minder moeite dan een degelijk onderzoek bij de referenties die de sollicitant heeft aangedragen.
Sommige wervers zien het als een oplossing om de kandidaat te confronteren met de informatie die is gevonden. Inderdaad is dit een methode om te controleren of gegevens kloppen en om open kaart te spelen. Toch is het risico groot dat dit kan bijdragen aan een negatief beeld over een bedrijf, helemaal als de gegevens faliekant onjuist blijken te zijn. Vooraf helder, duidelijk en openlijk spreken met een sollicitant hierover lijkt de meest chique oplossing.
Publiek domein
Een sollicitatieprocedure kent wettelijke richtlijnen en waarborgen. Voor het inwinnen van nadere inlichtingen moet een werkgever de beoogde werknemer om toestemming vragen. Als een recherchebureau wordt ingeschakeld voor dit onderzoek moet de sollicitant hierover worden geïnformeerd. Zoals bij veel nieuwe en snel veranderende ontwikkelingen zijn de wettelijke richtlijnen rondom gebruik van internet moeilijker te duiden.
Internet kan worden gezien als openbare ruimte; een publiek domein waarin niemand iemand toestemming hoeft te vragen voor zoekvragen op Google. Bijkomend probleem is dat ook niet valt te controleren of er wordt gezocht naar informatie over een sollicitant.
Het is goed om te weten wat de rechten en plichten zijn waar het gaat om privacy. Websites als mijnprivacy.nl en cbpweb.nl geven hierover veel relevante informatie. Beter is het om kritisch en alert te zijn waar het gaat om de sporen die onbedoeld zijn achtergebleven op internet.
De auteur is werkzaam bij de RMU als manager communicatie & pr. Reageren aan scribent? socialezaken@refdag.nl.