Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Rijkdom, een zegen

In een vorige bijdrage, die nog voor Pasen verscheen, heb ik aandacht gevraagd voor de negatieve rol die het verlangen naar aardse rijkdom heeft gespeeld ten aanzien van de dood van de Heere Jezus. Zeer waarschijnlijk werden de overpriesters gedreven door materiële motieven.
Van Judas weten we heel zeker dat zijn hart gericht was op geld en aanzien.

Daarmee is echter niet gezegd dat aardse rijkdom verwerpelijk is. Zeker niet! In de Bijbel wordt óók op een positieve wijze over rijkdom gesproken. De aardse zegeningen van godvruchtige mannen als Abraham, Izak, Jakob, Jozef, Job, David en Salomo onderstreepten Gods gunst.

De Heere Jezus heeft ook toegestaan dat een groep vrouwen –waaronder Maria Magdalena– Hem en Zijn discipelen diende uit hun goederen. Niet onwaarschijnlijk is dat Martha, Maria en Lazarus bemiddelde mensen waren. Maria kon het zich blijkbaar veroorloven een kruikje zeer dure nardus (ten bedrage van een jaarsalaris, is mij altijd verteld) te kopen.

Het was ook een rijk man die veel, zeer veel, heeft mogen betekenen voor de wijze waarop de Heere Jezus is begraven. Jesaja profeteerde het al eeuwen daarvoor: „En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is” (Jes. 53). Die rijke was Jozef van Arimathea, zo weten wij inmiddels. Al bijna 2000 jaar lang wordt hij (net als Maria, de zus van Lazarus) eervol vermeld in het paasevangelie.

Na de uitstorting van de Heilige Geest lezen we in het boek Handelingen over de krachtige werking van de Geest in de eerste christengemeenten. De rijken verkochten soms hun gehele bezit om het te verdelen onder de arme gemeenteleden.

Het was niet zo dat zij hiertoe min of meer verplicht werden. Dat blijkt wel uit het commentaar van de apostel Petrus op het gedrag van Ananias en Saffira: „Zo het gebleven ware, bleef het niet uwe, en verkocht zijnde, was het niet in uw macht?” In de brieven van de apostelen wordt een dergelijke opdracht evenmin gegeven.

Wel worden rijken aangespoord om mededeelzaam te zijn en niet te betrouwen op hun goederen.

De gereformeerde gezindte van nu kent net als 2000 jaar geleden rijken en minder bedeelden. Nog altijd zijn (veel) vermogenden bereid een aanzienlijk deel van hun geld en goed te besteden aan goede doelen, in het bijzonder aan de verspreiding van Gods Woord en diaconale hulpverlening.

Rentmeesterschap

Sommigen hebben hiervoor eigen stichtingen en investeringsmaatschappijen in het leven geroepen. Op deze wijze kan het rentmeesterschap professioneel worden uitgeoefend. In landen als China, Afrika en Zuid-Amerika worden scholen, weeshuizen, klinieken en kerken opgezet en onderhouden.

Dát mag ook wel eens hardop worden gezegd en worden erkend! Zeker, de les van de penning van de weduwe geldt nog onverkort. Kleine bedragen kunnen toch grote uitgaven zijn! En giften hoeven niet alleen in geld te worden verstrekt. Het bieden van hulp in de vorm van onbetaalde arbeid, het geven van jezelf als vrijwilliger is ook een gave! God ziet het hart aan.

De auteur is hoogleraar arbeidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en plaatsvervangend raadsheer bij het gerechtshof Leeuwarden.

Reageren aan scribent? nietbijbroodalleen@refdag.nl.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek