In 1978 werden de eerste stappen gezet in de wereld van Defensie. Nederland bestelde militaire spullen in de Verenigde Staten en vanuit de VS kwamen compensatieorders van loopwielen voor rupsvoertuigen. „Niemand in Nederland kon die maken. Wij gingen de uitdaging aan en zo kwamen de orders bij ons terecht.”
Het legde Van Halteren Metaal geen windeieren. De 125 man personeel hebben de handen meer dan vol. Koelewijn: „Qua orders was 2008 het beste jaar in onze geschiedenis.” Of het om zwaar materieel voor de offshore, simulatoren, enorme koppen van windmolens of tuinhekken gaat, Van Halteren Metaal maakt het. „We concentreren ons op spullen met een afwijkende maatvoering.”
Naast opdrachten uit de civiele industrie vormen klussen voor Defensie een aanzienlijk deel van de orders. Zo kwamen alle wielen van de M113, de M109 en de Leopardtanks van de Koninklijke Landmacht uit Bunschoten. Ook het herstel van gebruikte wielen is aan het bedrijf uitbesteed. Koelewijn: „In een Rocky Mountainsachtige omgeving willen die wel slijten.” Wat en hoeveel landmachtmaterieel er in de zomer van 2010 na afloop van de missie in Uruzgan naar Nederland terugkomt, weet hij niet. Maar dat er werk voor hem bij zal zijn is wel duidelijk.
Van Halteren Metaal noemt zichzelf wereldmarktleider in loopwielen. „Het gewicht is van groot belang. Als wij kans zien om van elk wiel 2 kilo af te halen, telt dat flink door. De wielen moeten zo licht en zo sterk mogelijk zijn.”
In 2004 kreeg het bedrijf de opdracht van het Duitse Krauss-Maffei Wegmann om de koepel van de Pantserhouwitser2000 te maken. „Alle puzzelstukjes van de koepel werden door ons ingekocht, gelast en in elkaar gezet. De koepel ging als een broodje door de fabriek.” Van de Pantserhouwitser2000 kocht de landmacht er 35. Enkele van de tanks zijn op dit moment ingezet in Afghanistan. De klus was niet zonder risico, weet Koelewijn. „Het kunstje van het lassen van een koepel uit pantserstaal waarbij elke millimeter laswerk onderzoek moet ondergaan, was een nieuwe discipline.”
Het viel op. Een jaar later werd Van Halteren Metaal de Nederlandse partner van BAE Systems Hägglunds voor de productie van de CV90. Dit Zweedse infanteriegevechtsvoertuig moet tussen 2007 en 2011 de bestaande YPR-voertuigen van de landmacht vervangen. In dit project fungeert de Bunschotense firma als spin in het web van de Nederlandse defensie-industrie en is het bedrijf verantwoordelijk voor de productie van diverse onderdelen, de complete montage van de koepel en het testen en afleveren van 178 exemplaren van de CV90.
„We onderscheiden ons van de grote concurrenten door flexibiliteit en diversiteit”, zegt Koelewijn. „Van Halteren werkt volgens het one-stop-shopprincipe.” Om dat te onderstrepen gaat hij voor naar een van de fabriekshallen op industrieterrein De Kronkels in Bunschoten.
Overal in de hal staan Vikings in camouflagekleuren, kleine en snelle rupsvoertuigen van het Korps Mariniers. „Die nemen ze deze zomer mee naar Afghanistan. Ervaring van de Engelsen leerde de mariniers dat ze veiliger waren in hun Viking als er stalen rekken aan de zijkant van het voertuig zaten. Wij maken die en bevestigen ze, maar hebben nog geen officiële order en dat terwijl de klus al op een oor na is gevild. Zoiets kenmerkt het onderlinge vertrouwen. Het moet natuurlijk allemaal snel, snel, snel, maar als de nood aan de man is, kan het ook snel en trekken we alles uit de kast om een klus te klaren.”
Toezichthouders van Defensie hebben hun eigen kantoor bij Van Halteren Metaal. Defensie kijkt graag over de schouders mee. Zeker als het om een beeldbepalende missie als in Uruzgan gaat. „Het materieel moet goed zijn. Of je als BV Nederland nu een hoofd- of een bijrol speelt in Afghanistan, je kunt je mensen niet met pijl-en-boog het gebied insturen. De veiligheid van je eigen mensen moet goed zijn. Anders moet je daar niet zijn.”