Volgens de CBB-rechter is de vrijstelling niet verleend „bij verordening” en daarom niet verbindend. Maar ook zonder die procedurele fout acht de rechter het beroep van het stadsdeel op de toerismebepaling strijdig met de wet.
Volgens de rechter is toerisme in Amsterdam-Noord meer „een ambitie dan een gegeven.” Hij verwijst daarbij naar een gemeentelijke beleidsnotitie uit 2008 waarin onomwonden wordt gesteld dat „Noord nog nauwelijks bekendheid heeft bij de toerist.”
Advocatenkantoor Blenheim had namens een groep van 36 winkeliers in Amsterdam-Noord bezwaar gemaakt tegen het besluit tot vrije zondagsopening omdat het stadsdeel hierbij oneigenlijk gebruik zou maken van de Winkeltijdenwet. De winkeliers zouden sinds de maatregel kampen met omzetdalingen.
Amsterdam-Noord raakte vorig jaar al in opspraak nadat bleek dat een C1000-filiaal met instemming van het stadsdeel iedere zondag de deuren opende via een beroep op allerlei (internationale) feestdagen, zoals de Tsjechische Johannes Husdag. In een kort geding bepaalde de rechter dat het stadsdeel hiermee de wet had overtreden.