Recessie, depressie, wat gaat het worden? Prof. Goudzwaard noemt eerst stagflatie: een toestand waarin de reële economie stagneert en er toch inflatie is. „Zonder anticyclisch beleid beland je snel in een depressie. Het antwoord ligt –net als voor Keynes– op het vlak van de publieke investeringen. Daarvoor zouden de plannen eigenlijk klaar moeten liggen.” Foto’s Sjaak Verboom
Een piramide op haar punt, dat is instabiliteit ten top. „Geld moet de olie zijn om de reële economie te laten draaien. Langzaam maar zeker veranderde het echter in een gokmiddel. De financiële wereld groeide vier keer zo hard als de reële economie. Booming business: bomen tot in de hemel. Speculatieve transacties namen de plaats in van degelijk financieel beheer. Jaarverslagen moesten kwartaalverslagen worden: aandeelhouders waren louter nog geïnteresseerd in de korte termijn, snel profijt. Bedrijf niet rendabel genoeg? Hup, dan de bedrijfsvoering grondig aanpassen.”
„Opjaagfondsen”
De hedgefunds -„opjaagfondsen”, die met geleend geld opereren- stonden klaar. „Even iets mindere prestaties? Rijp voor overname. Zo kwamen we terecht in de hypnose van de afgelopen vijf jaar, waaruit de wereld nu met een schok is ontwaakt. De financiële markten kregen te veel ruimte, werden overheersend. Heel dat financiële gedoe is innerlijk instabiel. Geld hoort te dienen: het is nuttig voor het menselijk verkeer. Als het zich uitroept tot een grootheid in zichzelf, dan gaat het heersen. Dat is er gebeurd.”
Voor de aimabele emeritus heeft de kredietcrisis zoals die om zich heen grijpt een duidelijk religieuze connotatie. „Geld kreeg een verheven plaats. Dat heeft alles te maken met een diepere crisis. Dan zijn we niet ver van de noties van het evangelie.”
Hij pakt Lukas 16 er bij, de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester en wat erop volgt. In de rust van de sobere studeerkamer in de Driebergse woning klinken Jezus’ woorden. „Die getrouw is in het minste, die is ook in het grote getrouw; en die in het minste onrechtvaardig is, die is ook in het grote onrechtvaardig.”
Goudzwaard: „Geld kon een rijk om zich heen bouwen. Als mensen bastions maken en daar hun hoop op stellen, worden het goden. Zelfgemaakte goden vallen áltijd om: nu of later. Geld valt op dit moment van z’n voetstuk. Onderdeel van de morele crisis is: wie of wat kun je nog vertrouwen? Zelfgeschapen goden hebben het eeuwige leven niet. Zo gij dan in de onrechtvaardige Mammon niet getrouw zijt geweest, wie zal u het ware vertrouwen?”
Bittere vruchten
Zolang de wereld zich blijft oriënteren op geld als laatste maatstaf, komt het niet goed, is er niets geleerd, en zullen de vruchten van de kredietcrisis alleen maar bitter zijn. „In de VS hebben ze het niet begrepen, vrees ik. Henry Paulson, minister van Financiën, mag 700 miljard dollar in het systeem steken. Die oplossing betekent echter niets in de ellende van de huizenbezitter die op straat staat: het geld wordt rechtstreeks in de casinofeestbanken gepompt. De kleine belastingbetaler mag bloeden om de voortgang van het woekersysteem te redden. Dat is geen nood lenigen, geen gebaar van barmhartigheid.”
Tegenover het van oorsprong Amerikaanse casinokapitalisme -het auteursrecht van de term ligt niet bij Goudzwaard, maar hij hanteert hem met instemming- staat het Europese Rheinlandmodel, waarin van oudsher veel meer sociale zekerheden zijn ingebakken. „Een aandeelhouder hier toonde een positieve betrokkenheid, vertrouwde een deel van zijn vermogen toe aan een bedrijf en mocht verwachten dat het in ruil daarvoor verantwoording aflegde. Maar dat beeld sloeg om: alleen winst telde nog. Verschrikkelijk hoe het er aan toeging op de laatste aandeelhoudersvergaderingen van ABN AMRO. Die bank werd gekneveld.”
Startmotor
Goudzwaard beaamt dat hij de laatste tijd „wel iets nieuwsgieriger” is geworden naar de beursberichten. „Ik gebruik graag het beeld van de startmotor, die staat in dit geval voor de financiële sector. Hapert je startmotor, dan zal de echte motor moeilijk op gang komen: de reële economie. Als je alles zet op de toevloed van geld, zoals nu in de VS gebeurt, zul je zien wat je altijd ziet bij beginnende depressies: mensen gaan oppotten. En Keynes (John Maynard Keynes, 1883-1946, Brits econoom tijdens de grote crisis, NS) zei het al: dat geld moet juist worden geïnvesteerd, het liefst in duurzame goederen en ontwikkelingen.”
De huidige Europese aanpak is wat dat betreft logischer, zegt de oud-hoogleraar economie. „De staat neemt tijdelijk een aandeel in banken en praat mee, houdt toezicht. De bank heeft tijdelijk meer eigen vermogen, kan doorgaan met datgene waarvoor hij is bedoeld: de economie draaiend houden. Loopt de motor straks weer regelmatig, dan komt het geld terug bij de staat. Dat is een beter systeem dan domweg geld toevoeren. Daar kunnen banken toch weer gekke dingen mee gaan doen, zoals voorheen ook volop gebeurde.”
Goudzwaard toont zich bezorgd over de tekenen van neergang die zichtbaar worden. „In Duitsland zet de auto-industrie de rem erop, fabrieken produceren minder. De situatie bij Ford en General Motors is echt bedenkelijk. In Spanje liep de werkloosheid in een oogwenk op van 8 naar 15 procent. In de Europese bouwsector dienen de eerste slachtoffers zich aan: er zal veel minder worden gebouwd. Zelfs China kent hapering.”
„Niks robuust”
Sommigen zeggen: Nederland heeft een robuuste economie, ons zal het niet raken. „Vreselijke term: robuuste economie. We zijn voor 60 procent afhankelijk van export. In de VS zitten veel kopers die weinig meer zullen kopen. Natuurlijk gaan wij dat merken. Bedenk daarbij dat bij ons de schuld van de kleine huishoudens enorm is: het particulier krediet is groter dan de waarde van ons nationaal product, las ik net in de nieuwste Time.”
Recessie, depressie, wat gaat het worden? Goudzwaard noemt eerst stagflatie: een toestand waarin de reële economie stagneert en er toch inflatie is. „Zonder anticyclisch beleid beland je snel in een depressie. Het antwoord ligt -net als voor Keynes- op het vlak van de publieke investeringen. Daarvoor zouden de plannen eigenlijk klaar moeten liggen.”
En dan -het bloed kruipt waar het niet gaan kan- natuurlijk het liefst in duurzame categorieën. „Windmolenparken, de waterkeringsplannen van de commissie-Veerman, energiebesparingsprojecten, innovaties op het gebied van veiligheid en milieu. Als particuliere investeringen terugvallen, moeten publieke werken dat gat vullen. Dat gebeurde ook in de grote crisis: grote openbare projecten werden uitgevoerd. In de VS is dat onmogelijk vanwege een onheilspellend grote begrotingsschuld, maar in Europa kan het. Wij hebben kansen, zouden kunnen ontsnappen aan een depressie. Dat zou dan wel moeten samengaan met een beweging van barmhartigheid richting arme landen.”
Blessing in disguise
Tijden van recessie zijn niet de slechtste, zegt Goudzwaard. Tijden van geldelijke hoogmoed zijn riskanter, benadrukt hij. „Collega Arnold Heertje zei het vorige week nog tegen me: Bob, it’s a blessing in disguise: er zou iets goeds, iets zegenrijks geboren kunnen worden uit deze malaise. Vanzelfsprekendheden wankelen, lapmiddelen helpen niet, op gelijke voet doorgaan is onmogelijk.”
Blikkend richting VS: „Misschien dat Obama daar inderdaad een begin zou kunnen maken aan de fundamentele verandering: voorop de regulering van de financiële sector. Deze periode heeft overeenkomsten met de tijd na de val van de muur: kansen om nieuwe wegen in te slaan dienen zich aan. Maar de mensheid moet ze wel grijpen, we gaan echt langs de randen.”
Geld moet weer verbonden raken met diepere normen, daarvan is de Driebergse emeritus diep overtuigd. „Oikonomia: goede regels voor de financiële huishouding, barmhartigheid, gerechtigheid, rentmeesterschap.” Niemand kijkt ervan op als híj die woorden in de mond neemt: ze reisden levenslang met hem mee en zijn levensinstelling getuigt ervan.
„We beleven kritieke tijden”, mijmert hij. „De gelijkenis van de verloren zoon komt sterk bij me boven. Hij kwam tot zichzelf, staat er. Hij liep vast, op een vreselijke manier: een Joodse jongen die op varkens moest passen, dieper zinken kon niet. Hij vroeg zich af: waar ben ik mee bezig? Hij realiseerde zich dat er thuis Iemand op hem wachtte. En keerde terug.”
Student Bos
Huidig minister van Financiën en troubleshooter Bos kreeg aan de VU het diepere denken met de paplepel ingegeven. De PvdA’er studeerde er economie en politicologie, onder meer aan Goudzwaards voeten. „Een integere student, met veel verantwoordelijkheidsgevoel en kennis. In de verkiezingstijd vond ik z’n optreden niet altijd gelukkig, maar in zijn huidige ambt en taken is hij enorm gegroeid. Hij is de juiste man op de juiste plaats, er valt niet met hem te marchanderen, manipulatie is onmogelijk. En Nout Wellink heeft, vanuit zijn eigen rijke levenservaring, een goede invloed op Wouter. Het is een prima tandem.”
Een sterke economie is gebaseerd op vertrouwen, op goede zorg en verantwoordelijkheid. „Als die noties wijken, treedt verschraling in. Veronachtzaam je ze, dan keert de economie zich tegen je. Ik hoop dat Balkenende, Bos en Wellink zullen doorzetten. Dat banken -mede onder overheidstoezicht- hun verantwoordelijkheden nemen: voor mens en milieu, zorg en oikonomia. De eerste opdracht is de inhaligheid te stoppen, bonusregelingen af te schaffen. Maatschappelijk verantwoord ondernemen geldt ook en juist voor banken.”
De hand kan tegen de voet niet zeggen: ik heb jou niet nodig, citeert Goudzwaard een ander Schriftwoord. „Dienstbaarheid aan elkaar is de grondslag van ons poldermodel, als het goed is. In deze kritieke situatie pleit ik voor een breed onderling beraad, waarbij werkgevers, werknemers en overheid elkaar diep in de ogen kijken en afspraken maken om samen deze tijd door te komen en daarna op dat goede spoor verder te gaan.”
Concreet? „Werknemers zouden de looneisen moeten bijstellen, ondernemers moeten niet streven naar superwinsten over de rug van hun personeel en de overheid zou daarin moeten faciliteren. Overleg, redelijkheid en inschikkelijkheid: geef ze voorrang! Bij zo’n breed maatschappelijk beraad -bij voorkeur onder leiding van iemand als Herman Wijffels- over de ontstane crisissituatie zouden in tweede instantie kerken, milieubeweging en consumentenorganisaties aan moeten schuiven. Laat ze reageren op vragen die voorliggen. Laat ze zich uitspreken: wat verwacht jij van de overheid en wat breng je zelf in?”
Dat brengt Goudzwaard bij de Verklaring van Tilburg, die in maart van dit jaar werd opgesteld en ondertekend door een keur van eminente lieden. In het verlengde ervan werd vorige week een motie over de kredietcrisis aangenomen, met goeddeels dezelfde namen daaronder. „Ik maak me wel zorgen, maar ik ben niet louter somber. Eerlijk gezegd leef ik in deze tijd ook wel een beetje op, net als Wouter Bos. Als we de voorliggende kansen maar niet laten lopen.”
„Wegen van hoop”
„Als je het waagt met moraliteit en gerechtigheid kom je beter uit dan met de mooiste plannen die je maar kunt verzinnen.” Een zin uit het voorwoord van aartsbisschop Desmond Tutu in het vorig jaar in Amerika verschenen boek van prof. Goudzwaard: ”Hope in Troubled Times: A New Vision for Confronting Global Crises”.
Daarin gaat Goudzwaard in op de onderlinge verbondenheid van problemen die zich in de context van de globalisering voordoen: milieu, veiligheid (terrorisme) en armoede. De verwante ideologische achtergronden van deze vraagstukken worden geanalyseerd. „Wat is de actuele betekenis van Bijbelse woorden als gerechtigheid en hoop in dit verband?”
„Hopelijk nog in 2008” verschijnt bij uitgeverij Buijten en Schipperheijn een geactualiseerde Nederlandse vertaling, met daarin verwerkt de kredietcrisis. Goudzwaard: „De titel zal iets worden van Wegen van hoop in een vastlopende wereld.”
Prof. Goudzwaard –econoom en emeritus hoogleraar van de Vrije Universiteit van Amsterdam– kreeg onder meer bekendheid als geestelijk vader van het eerste CDA programma ”Niet bij brood alleen” en als voorvechter van ”de economie van het genoeg”.