Vooral Fortis ging hard onderuit, ondanks de ingreep zondagavond van Nederland, België en Luxemburg om 11,2 miljard euro in de Belgisch-Nederlandse bank-verzekeraar te steken. Het aandeel sloot gisteren maar liefst 23,6 procent lager op 3,59 euro. Vanmorgen noteerde Fortis een plus van ruim 8 procent.
Op de Amerikaanse beurzen was het vooral het nieuws over het getorpedeerde noodfonds wat de stemming drukte. Het reddingsplan van de Amerikaanse regering voorzag in een fonds van 700 miljard dollar, waarmee ”besmette” beleggingsportefeuilles van banken zouden worden opgekocht. Daarmee moest het vertrouwen in de markt hersteld worden en kon een recessie vermeden worden.
Vorige week liet een groep conservatieve Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden al weten dit plan niet te aanvaarden. Er werd opnieuw onderhandeld, met als gevolg een aangepast plan dat volgens zowel Democratische als Republikeinse fractieleiders kans van slagen had.
Ook president Bush had er alle vertrouwen in dat het Huis gisteren akkoord zou gaan. Maar het pakte gisteravond allemaal anders uit. Tot verbazing van de politieke leiders in Washington en tot verbijstering van Wall Street en financieel Amerika werd het plan afgewezen.
Sommige Republikeinen gaven de Democratische voorzitter van het Huis Nancy Pelosi de schuld. Pelosi -tevens fractieleidster van de Democraten- beschuldigde de Republikeinse regering-Bush van een „onverantwoordelijk beleid” dat tot de huidige financieel-economische crisis had geleid.
Deze beschuldiging zou sommige Republikeinen hebben doen besluiten alsnog tegen het voorstel te stemmen. „Als dat werkelijk zo is, dan demonstreren de Republikeinen daarmee dat zij hun eigen gevoelige zieltjes belangrijker vinden dan het landsbelang”, schamperde Barney Frank, voorzitter van de financiële commissie van het Huis.
President Bush zei „ernstig teleurgesteld” te zijn over de uitslag, maar hij beloofde dat de pogingen om de crisis op te lossen onverdroten voortgezet zullen worden. Zijn financiële strateeg, minister van Financiën Henry Paulson, benadrukte „dat er te veel op het spel staat om nu op te geven.”
Hij kreeg steun van de Republikeinse senator Mitch McConnell, die verklaarde „dat we niet naar huis gaan voordat deze zaak is geregeld.”
Hetgeen praktisch betekent dat afgevaardigden en senatoren die naar huis willen omdat zij campagne moeten gaan voeren in verband met de naderende verkiezingen, voorlopig in Washington moeten blijven.
Intussen liet Washington zien dat de afwijzing van het reddingsplan nog niet het einde van de wereld betekent. De centrale Federal Reserve pompte gisteren 150 miljard dollar in de (nationale) circulatie en stelde nogeens 330 miljard dollar beschikbaar voor zogeheten ”swap lines” om buitenlandse centrale banken te helpen de liquiditeit van de financiële markten te verbeteren. „De overheid kan zulke maatregelen voorlopig gemakkelijk financieren door de uitgifte van staatsobligaties, waarin de wereld nog steeds vertrouwen heeft. Maar dit is natuurlijk een noodverband en geen structurele oplossing voor de huidige problematiek”, meende Laurence Meyer, oud-gouverneur van de Federal Reserve.