Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Oude doos van werktijdverkorting is open

 Oude doos van werktijdverkorting is open. Foto ANP

Oude doos van werktijdverkorting is open. Foto ANP

De oude doos is opengemaakt. Het instrument van tijdelijke werktijdverkorting bleek er nog puntgaaf in te zitten.
Nadat ik in 2001 op dit onderwerp in Rotterdam promoveerde, dacht ik dat het had afgedaan. Er was destijds op de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Economische Zaken (EZ) noch in de Tweede Kamer (breed) draagvlak voor een ruimere inzet van werktijdverkorting.

Het belangrijkste argument tegen een ruimere inzet van het middel was dat werkgevers zouden gaan treuzelen met het nemen van noodzakelijke saneringsmaatregelen. Zij zouden in de „luie stoel” gaan zitten, zo merkte een belangrijke topambtenaar tijdens een door de toenmalige minister georganiseerde expertmeeting op. Aan het instrument hing bovendien het verkeerde luchtje van staatssteun. Nederlandse politici en economen vonden het een vorm van concurrentievervalsing. De nadruk mag gelegd worden op Nederlandse; in het buitenland werd totaal anders gedacht.

Conjuncturele dips
Dinsdagmiddag is gebleken dat er op dit moment wel weer politieke steun is voor een herwaardering van tijdelijke werktijdverkorting. Het kabinet voelt er voor, de vakbonden en werkgeversorganisaties zijn vóór en er is een politieke meerderheid in de Tweede Kamer. Wel is men het erover eens dat voorkomen moet worden dat het instrument ongezonde bedrijven -die al in de periode vóór de kredietcrisis moeite hadden op eigen benen te staan- overeind houdt. Deze bedrijven moeten ’gewoon’ gaan saneren. Eenvoudig is het natuurlijk niet om een duidelijke differentiatie aan te brengen tussen bedrijven die nagenoeg uitsluitend door de kredietcrisis zijn getroffen en bedrijven die met name door andere oorzaken in de problemen zijn geraakt.

Is het verstandig dat het instrument tijdelijke werktijdverkorting in het kader van de bestrijding van de kredietcrisis wordt ingezet? Ik meen van wel. De huidige crisis heeft volgens gezaghebbende economen een tijdelijke karakter. Als de bron -vertrouwen in de financiële wereld- is weggenomen, zal de reële economie zich weer gaan herstellen. Neem daarbij de demografische ontwikkelingen en de structurele krapte op de arbeidsmarkt en de conclusie lijkt gerechtvaardigd dat inzet van werktijdverkorting ’winst’ is voor alle betrokkenen, werkgevers, werknemers en maatschappij.

Het is overigens opvallend dat toen het instrument in het verleden werd ingezet -onder meer om de gevolgen van de conjuncturele dips in de jaren zeventig en tachtig te bestrijden- de resultaten positief waren. Alleen al in 1973 maakten maar liefst 13.000 bedrijven gebruik van het instrument.

Uit de officiële rapportages maak ik op dat het instrument effect heeft gesorteerd. Nadat de bui was overgedreven, kon worden vastgesteld dat bedreigde arbeidsplaatsen waren behouden. In geen enkel jaarrapport (van de Arbeidsinspectie, die bevoegd was en is tot het afgeven van vergunningen) heb ik een negatieve conclusie over de inzet van werktijdverkorting gelezen.

Het is dan vreemd dat er begin jaren negentig plotseling sprake blijkt te zijn van een omslag in het denken en het instrument in een negatief daglicht komt te staan. Een omslag die mijns inziens in belangrijke mate steunde op het negatieve denken over alles wat maar riekt naar vormen van staatssteun (naar aanleiding van de RSV-problematiek).

Werktijdverkorting is evenwel geen staatssteun, maar een normale toepassing van de Werkloosheidswet. Sterker, de huidige Werkloosheidswet is onder andere de opvolger van de ooit door het bedrijfsleven opgezette wachtgeldfondsen die bedoeld waren om werknemers in tijden van economische moeilijkheden te ondersteunen en tegelijkertijd de band tussen het bedrijf en de werknemer intact te laten.

Kort arbeidsverleden
Ook in het buitenland -met name in Canada, Japan, Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje- is werktijdverkorting een belangrijk onderdeel van het sociaaleconomische stelsel, waarbij moet worden toegegeven dat het in België en Italië wel wat uit de hand is gelopen. Officieel onderzoek naar de effecten van tijdelijke werktijdverkorting vond onder meer plaats in Canada. Een vuistdik rapport, opgesteld door economen, bevat als centrale conclusie dat het instrument tot tevredenheid van alle betrokkenen is ingezet om conjuncturele dips te bestrijden.

In Duitsland is eveneens veel ervaring opgedaan met de combinatie van tijdelijke werktijdverkorting en scholing. Werknemers die geheel op non-actief werden gezet, konden gebruikmaken van scholingsfaciliteiten.

Het lijkt mij een goede zaak als deze faciliteiten ook in het Nederlandse stelsel worden opgenomen. Wel moet de positie van werknemers goed in het oog worden gehouden. Werknemers met een kort arbeidsverleden hebben slechts gedurende een korte tijd recht op een werkloosheidsuitkering. Zij lopen -als de loondoorbetalingsverplichting in de cao is uitgesloten, hetgeen in circa vijftig cao’s het geval is- het risico in de bijstand te belanden. Dat zou mijns inziens anders moeten worden geregeld, bijvoorbeeld door de werkgever te verplichten een deel van het loon door te betalen.

De auteur is hoogleraar arbeidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Reageren aan scribent?

socialezaken@refdag.nl.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Serie
    Sociale Zaken
    Meer uit deze rubriek