Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Ontslag op staande voet heeft grote gevolgen

De meest ingrijpende vorm van ontslag is ontslag op staande voet. Een werknemer die dit krijgt, heeft het heel bont gemaakt. Zo bont dat de werkgever –zo staat het in de wet– een „dringende reden” heeft om per direct tot opzegging over te gaan.

De gevolgen van zo’n ontslag zijn niet mis. De werknemer is „rechteloos”: geen opzeg­termijn, geen beoordeling van het ontslag door UWV of kantonrechter, geen ontslagvergoeding en geen aanspraak op WW.

Het wekt dan ook geen verbazing dat heel wat arbeidsrechtelijke procedures gaan over de vraag of de werkgever terecht tot ontslag op staande voet is overgegaan. Er staat immers veel op het spel.

Wanneer is er sprake van een „dringende reden?” Is dit het enkele feit dat de werknemer “iets ergs” heeft gedaan, bijvoorbeeld heeft gestolen of een collega heeft mishandeld?

Niet zonder meer, zo blijkt uit het in de rechtspraak geformuleerde beoordelingscriterium: „Bij de beoordeling van de vraag of van zodanige dringende reden sprake is, moeten de omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren ook in de beschouwing te worden betrokken de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag voor hem zouden hebben.”

Het gaat dus om een afweging van meerdere omstandigheden, zoals de „aard en de ernst” van het vergrijp, maar ook bijzondere persoonlijke omstandig­heden van de werknemer. Zo kan diefstal door een werknemer die nog geen jaar in dienst is ontslag op staande voet rechtvaardigen, maar kan deze straf voor een werknemer met een heel lang dienstverband net even te zwaar zijn.

Een klassieker is het zogenoemde HEMA-arrest. Een werknemer steelt na 25 dienstjaren op de laatste dag van zijn werkzame leven na afloop van een voor hem georganiseerd afscheidsfeest twee flesjes motor­olie ter waarde van nog geen 5 gulden per stuk. Hij wordt op staande voet ontslagen.

Kantonrechter en appelrechter oordelen dat het ontslag terecht is gegeven. De Hoge Raad daarentegen vernietigt de beslissing van de appelrechter omdat er onvoldoende aandacht was besteed aan de verhouding tussen het verwijt dat de werknemer kan worden gemaakt (het geringe bedrag dat met de diefstal was gemoeid) en de gevolgen die het ontslag voor de werknemer zou hebben.

Uiteindelijk leidt de beslissing ertoe dat de werknemer vrijuitgaat. Veel mensen hebben moeite met deze uitkomst, omdat de ”dief” in de juridische strijd de overwinning behaalt. Men moet zich evenwel realiseren dat hier sprake is van een heel bijzonder geval (het was de laatste werkdag voor de werknemer en hij zou met vroegpensioen gaan) en dat er niet veel uitspraken met deze inhoud te vinden zijn.

Integendeel zelfs. Diefstal of fraude wordt bijna altijd aangemerkt als een goede grond voor ontslag op staande voet. Zo werd recentelijk nog het ontslag van een postbode na ruim vijftien dienstjaren door de rechter gebillijkt, omdat de man vier poststukken zonder te frankeren had meegegeven aan een collega-postbode. Een werknemer die een tankpas van de zaak liet gebruiken door zijn echtgenoot liep eveneens tegen de lamp. Het door hem gevoerde verweer: „Ik wist het niet”, werd bij alle rechterlijke instanties van de tafel geveegd. Ook het gesjoemel met declaraties wordt over het algemeen gezien als een dringende reden, ongeacht de „persoonlijke omstandigheden” van de werknemer. Lastiger wordt het wanneer sprake is van een grijs gebied, bijvoorbeeld wanneer sprake is van excessief declareren. Als de regels bij de werkgever hierover niet helder zijn (en de werknemer niet wordt aangesproken op zijn gedrag), zal ontslag op staande voet het doorgaans niet houden. Duidelijke regels zijn daarom aan te bevelen.

De auteur is hoogleraar arbeidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dit is het zesde artikel in een achtdelige serie over ontslagrecht.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
 
Reacties
En dat in reformatorische kring, foei toch!!
Arend | Opheusden | 19 aug 2011 - 11:14
 
Het bestuur van mijn eerste reformatorische werkgever heeft een aantal mensen (deels op staande voet) ontslagen met een flutreden; ieder functioneerde en presteerde goed, was loyaal, had goed contact met collega's, klanten en directeur. We hebben ons jarenlang het hoofd gebroken over de reden en kwamen niet verder dan dat een van de bestuursleden (en man met veel overtuigingskracht) een hekel aan een paar mensen had. Niet elke ontslagen medewerker ging procederen, omdat dit veel geld kost en de uitkomst niet altijd zeker is. Degenen die procedeerden, kregen uiteindelijk allen een ruime schadeloosstelling, maar hebben jarenlang met zich meegedragen dat ze op staande voet ontslagen waren (en bang waren dat de buitenwereld hen van diefstal e.d. zou verdenken).
Wilma | Zuid-Holland | 19 aug 2011 - 09:02
 
Plaats een reactie
Naam
Woonplaats
E-mail
Bericht
 
Captcha
Verificatiecode

Hiermee wordt voorkomen dat via geautomatiseerde programma's reacties worden gemaakt en spam wordt verstuurd.

Door te reageren gaat u akkoord met de algemene voorwaarden.

 
Knipsels
    Serie
    Sociale Zaken
    Meer uit deze rubriek