Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Ondanks hoge vergoeding geen loonheffing

Om vrijwilligerswerk te stimuleren, kunnen vrijwilligers kleine bedragen belastingvrij ontvangen. Het gaat hierbij om vrijwilligerswerk voor sportorganisaties en andere instellingen die niet onderworpen zijn aan vennootschapsbelasting.
De uitbetalingen mogen maximaal 1500 euro per jaar en 150 euro per maand bedragen. Een werkgever die vrijwilligers te veel betaalt, is verantwoordelijk voor de afdracht van loonheffingen. Dat daar ook uitzonderingen op zijn, blijkt uit de volgende zaak.

Het ging om een stichting die allerlei bevolkingsgroepen in een stad probeerde te bereiken met kennisoverdracht en vorming op geestelijk, maatschappelijk, kunstzinnig en praktisch gebied.

Wellicht een wat vage doelstelling, maar de uitspraak van de rechtbank biedt geen nadere informatie.

Zeven van de veertig vrijwilligers die werkzaam waren bij deze stichting verrichtten hand- en spandiensten in de kantine en beheerden het gebouw. Ook fungeerde een aantal van hen als gastvrouw en sommigen werkten bij het secretariaat. De vrijwilligers kregen een bedrag van 5 euro per uur uitbetaald; op jaar­basis ontvingen ze honderden euro’s.

Volgens de stichting konden deze bedragen onder de vrijwilligersregeling vallen. Helaas kregen de vrijwilligers per jaar meer geld uitbetaald dan de voor hen geldende grens van 1500 euro. En dus legde de Belastingdienst naheffings­aanslagen loonheffing op aan de stichting, met 10 procent boete. Dat zou de stichting duizenden euro’s kosten.

Deuren afsluiten

Zij stapte daarom naar de rechter. Daar moest worden uitgevochten of de bedragen terecht met loonheffing werden belast. De stichting bestreed dit met het argument dat geen sprake was van een dienstbetrekking, omdat de stichting geen gezag uitoefende over de vrijwilligers. Tijdens de avonden dat het gebouw open was, controleerde immers niemand de beheerders.

De werkzaamheden van de beheerders bestonden uit het controleren van de verwarming en het zo nodig helpen van de docenten met de apparatuur. Zo nodig verkochten zij papier voor tekenlessen. Zij sloten wel altijd na afloop de deuren af. De beheerders konden zich zonder toestemming laten vervangen en waren op minder dan twee dagen per week werkzaam.

De inspecteur ging hiertegen in. Volgens hem was er wel sprake van gezag en was er op basis van de wet sowieso sprake van een dienstbetrekking. De vrijwilligersregeling was niet van toepassing, omdat de vergoeding op jaarbasis hoger was dan de toegestane maxima.

De rechtbank concludeerde dat de uitbetaalde bedragen inderdaad te hoog waren voor toepassing van de vrijwilligersregeling. Maar was er wel een dienstbetrekking?

Hier had de rechtbank meer woorden voor nodig. Er zou wellicht gezegd kunnen worden dat het sluiten van de deur een verantwoordelijke en verplichte werkzaamheid was die zou leiden tot een gezagsverhouding. Maar voor alle andere werkzaamheden gold dat niet. Bovendien vond er geen enkele controle plaats, de beheerders hadden het grootste deel van de avond grote vrijheid om werkzaamheden te doen die zij nodig achtten. Zij hoefden de werkzaamheden ook niet persoonlijk te verrichten en konden zich laten vervangen. De vrijwilligers die als klusjesmannen fungeerden, deden dit in alle vrijheid en naar eigen inzicht.

Te veel

Gelet op al deze feiten kon de inspecteur volgens de rechtbank niet aannemelijk maken dat er een afdwingbare plicht tot het persoonlijk verrichten van arbeid bestond. Er was evenmin een gezagsverhouding. Verder had de stichting aannemelijk gemaakt dat de vrijwilligers minder dan twee dagen per week aanwezig waren, zodat ook dat geen reden kon zijn om een dienstbetrekking aan te nemen.

De stichting hoefde volgens de rechtbank dus geen loonheffing in te houden en de naheffingsaanslagen moesten van tafel. Of de beheerders zelf nog inkomstenbelasting zouden zijn verschuldigd over de ontvangen vergoedingen, is niet duidelijk. Het zou best wel kunnen, maar dat hangt af van de kosten die zij zelf hebben gemaakt, en van hun andere inkomen.

Uit deze zaak valt te leren dat stichtingen, verenigingen en kerken bij het uitbetalen van hun vrijwilligers altijd goed de toegelaten maximumbedragen in de gaten moeten houden. Vijf euro per uur (zoals bij deze stichting) is overigens ook al te veel.

Een instelling die boven de grenzen uitkomt, loopt het risico dat zij loonheffing verschuldigd is. Daaraan is te ontkomen, indien er geen sprake is van een dienstbetrekking, maar uit deze zaak blijkt dat dit dan wel erg nauwkeurig moet worden beoordeeld. Van geval tot geval kan deze beoordeling tot andere uitkomsten leiden.

Er is nog een andere mogelijkheid om aan loonheffing te ontkomen: alleen de werkelijk en aantoonbaar gemaakte kosten vergoeden. De vrijwilligers moeten dan dus hun bonnetjes inleveren – de hoogte van de vergoeding is in dat geval niet meer relevant.

De auteur is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs NV. Reageren aan scribent? fiscaliteiten@refdag.nl

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Serie
    Fiscaliteiten
    Meer uit deze rubriek