Het verbod moet fondsen beschermen tegen onnodig grote verliezen. Vermoed wordt dat sommige beleggers shortposities misbruiken en koersen van bankaandelen hebben beïnvloed door negatieve geruchten te verspreiden over de financiële positie van bedrijven.
Bij short selling speculeren beleggers op waardedaling van een aandeel. Een belegger verkoopt geleende aandelen, met de bedoeling ze later tegen een lagere prijs terug te kopen. Onlangs vaardigden de Verenigde Staten, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Ierland hierop al een verbod uit.
De maatregel kan op de korte termijn een gunstig effect hebben, maar een structurele oplossing is het niet, stelde de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) vanmorgen. „Beleggers zijn inventief en zullen snel andere manieren bedenken om van koersdalingen te kunnen profiteren.”
Volgens de VEB is anticiperen of speculeren op koersdaling onderdeel van de beleggingswereld en dient dat ook zo te blijven. „Een eventuele verlenging van de termijn van drie maanden is dan ook alleen aanvaardbaar als de omstandigheden op de financiële markten zo uitzonderlijk blijven als ze nu zijn.”
Ook andere marktdeskundigen reageren sceptisch op het afgekondigde verbod. „Ik ben er geen voorstander van om de markt op deze manier te reguleren”, aldus Michel van der Stee, beursanalist bij Van Lanschot Bankiers.
Hij wijst erop dat beleggers wel ”long” kunnen gaan, waarbij gespeculeerd wordt op een koersstijging. „Waarom de markt aan de ene kant openlaten en aan de andere kant dichtgooien?” aldus Van der Stee.
Ook handelaar Rik Zwaneveld denkt niet dat de maatregelen soelaas bieden. „Een vreemde zaak. Als je het maar vaak genoeg zegt, is de beurscrisis door shortsellers veroorzaakt.”
Zondag meldden Britse media dat enkele investeringsfondsen juridische stappen voorbereiden tegen het verbod op short selling dat Groot-Brittannië vorige week al instelde. De fondsen willen compensatie voor verliezen die ze door dit verbod lijden.