Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Moneypenny is niet te vangen op één plek

 AMSTERDAM – Thuiswerkorganisatie Moneypenny bemiddelt tussen werkgevers die medewerkers zoeken en mensen die flexibel willen werken.
 1 van 2  

AMSTERDAM – Thuiswerkorganisatie Moneypenny bemiddelt tussen werkgevers die medewerkers zoeken en mensen die flexibel willen werken.

AMSTERDAM – Groot hoeft het kantoor van Moneypenny, een internetbedrijf dat bemiddelt tussen bedrijven en telewerkers, niet te zijn. Dus is het klein. Het is ook strak en fris, aan de muren hangt kunst.
Wat een thuiswerkorganisatie ook kan missen, een eigen uitvalsbasis niet. Daar vergaderen de acht medewerkers elke maandagochtend – de helft is fysiek aanwezig, de andere helft via de telefoon. „Een klein satellietje hebben we wel nodig”, zegt directeur Marianne Sturman. „Maar dat kan ook een kelder zijn. Met klanten zouden we dan afspreken in het businesscenter.”

Die bedrijfsruimte ligt centraal in Amsterdam; het is er druk met ondernemers die er gebruik maken van kantoorruimte en andere zakelijke faciliteiten.

Moneypenny staat voor flexibiliteit. De organisatie doet aan werving en selectie, outsourcing en detachering, en dan gericht op mensen die hun werk zo veel mogelijk „onafhankelijk van tijd en plaats” willen doen – of dat nu vanuit huis is of op kantoor. Opdrachtgevers zijn bedrijven die medewerkers zoeken om taken uit te voeren; Moneypenny speurt voor hen in een bestand van ruim 5000 „flexibele assistenten” (fa’s).

Sturman startte met de organisatie in 2000. Tot die tijd werkte ze als salesmanager bij een telecombedrijf. Ze was getrouwd, kreeg een kind. „Het eerste levensjaar van mijn kind heb ik echt moeten goochelen om werk en privé te combineren. Mijn man had een vaste baan. Ik dacht: Ik begin lekker voor mezelf en ga mooi mijn eigen tijd indelen.”

Ze maakte haar beroep van haar uitgangspunt dat werken dankzij internet niet is gebonden aan vaste momenten en voorgeschreven plaatsen. Sturman, die bedrijfskunde heeft gestudeerd, stuitte op een „fantastisch gat in de markt.” Haar ict- en verkoopachtergrond kwamen goed van pas.

Een representatief kantoor hoort er toch wel bij, dacht Sturman aanvankelijk. „Maar dat hebben we opgedoekt, dat scheelt een stuk in de kosten. Daarna werkte ik vanuit huis. Later kwam er een kleiner kantoor terug. Mensen willen toch een gezicht zien.”

Een gezicht. Gewenst aan de kant van de opdrachtgevers richting Moneypenny, maar ook bij Moneypenny richting de fa’s. De thuiswerkorganisatie beveelt geen mensen aan zonder hen gezien te hebben.

Een ontmoeting met werknemers kan bij Moneypenny plaatshebben in levenden lijve, maar ook via de webcam. Vertelt een camera wel genoeg van een sollicitant? „Je ziet veel meer zelfs”, aldus Sturman. „Een rommelige kamer, een vol bureau op de achtergrond… Zoiets weet je niet van iemand als hij in zijn nette pak op gesprek komt.”

Soms ziet de camera ook minder, vertelt Sturman. Lachend: „Via de webcam hadden we kennisgemaakt met een vrouw van wie we alleen het gezicht konden zien. Bleek er een dikke buik onder te zitten – ze was zwanger. Dat wisten wij niet; ze had het niet verteld.” Van de werkzoekers in het systeem van Moneypenny is 20 procent zzp’er. „De overigen zijn op zoek naar flexibiliteit. Voor veel mensen is het niet: ik wil thuiswerken, maar: ik wil flexibel zijn.” Opmerkelijk: 85 procent is vrouw.

Het invoeren van flexibele arbeidstijden is niet waar Sturman voor pleit. „Oké, je mag dan om elf uur het kantoor binnenwandelen en zo de files vermijden, maar dan ben je ’s avonds heel laat thuis.” Mensen moeten zelf kunnen roosteren, vindt ze.

Bedrijven moesten tien jaar geleden erg wennen aan dat idee. „Ze vroegen zich af: „Moeten wij nu ons mooie pand sluiten?” Dat hoeft helemaal niet. Maar gebouwen kunnen vaak kleiner; de meeste worden maar voor 50 procent bezet.” Kantoren zijn belangrijk om hun ontmoetingsfunctie, niet om hun werkfunctie, betoogt Sturman. „Collega’s moeten samenwerken en brainstormen; ze moeten elkaar zien, dat hoort bij een team.” Maar hoe vaak en waar en hoe, dat blijft de afweging. „Een bedrijf als Microsoft streeft naar het virtuele optimum en het fysieke minimum.”

Intussen staat telewerken hoog op de agenda bij werkgevers en overheid; het terugdringen van files en het streven naar meer arbeidsparticipatie maken het tot een interessant onderwerp. Dat, samen met de toenemende technische mogelijkheden, zorgt ervoor dat de oprichter van Moneypenny grote ideeën heeft voor de toekomst. Zo ziet ze een systeem voor zich dat werknemers ordent naar beroep, zoals een virtueel centrum voor accountants. „Een accountant rekent zo 200 euro per uur. Ik ken vrouwen die datzelfde werk voor veel minder kunnen doen.” Bescheiden: „De vraag is of ik, als klein mkb’ertje, genoeg op al de mogelijkheden van deze tijd weet te spelen.”

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Serie
    Ondernemend
    Meer uit deze rubriek