Nu zelfs een gemeente als Almere zich recent tot toeristische trekpleister heeft uitgeroepen ter legitimering van de verruimde zondagsopenstelling, acht MKB-Nederland de tijd rijp dat hiervoor op nationaal niveau objectieve toetsingscriteria worden ingevoerd. In België moeten gemeenten aan acht criteria voldoen om de erkenning als toeristische gemeente te krijgen. Zo moet er in toeristische gemeenten bij onze zuiderburen minstens één bezienswaardigheid zijn met minimaal 5000 bezoekers per jaar. Er dienen 55.000 toeristische overnachtingen op jaarbasis worden te geboekt of er dient één horecazaak aanwezig te zijn per 150 inwoners. Verder moet er een indicatie zijn van het aantal toeristen en de impact op de lokale handel moet helder zijn. Ook dient de gemeente over een investeringsplan te beschikken op het gebied van toerisme en moet er een erkend toeristisch centrum (in Nederland de VVV) gevestigd zijn.
MKB-Nederland vindt deze nieuwe Belgische wet een prima eerste uitgangspunt om ook in Nederland tot nationaal geldende spelregels te komen die een gelijk speelveld bieden voor alle ondernemers. Uit de evaluatie van de Winkeltijdenwet, die onlangs naar de Tweede Kamer is gezonden, komt naar voren dat twee derde van de Nederlandse consumenten de huidige openingstijden voldoende vindt. Verder verkiest 75 procent van de winkeliers de eigen zondagsrust boven openstelling, waarbij geen grote tegenstellingen zijn tussen het midden- en kleinbedrijf en het grootwinkelbedrijf. Ook voor 80 procent van de werknemers gaat elke zondag koopzondag te ver. Verder vindt de koepelorganisatie dat gemeenten en politie de wetgeving dan wel dienen te handhaven. Uit de evaluatie blijkt namelijk dat gemeenten hier nauwelijks aandacht aan schenken.
Winkeliers beschikken op dit moment niet over een „gelijk speelveld”, met oneerlijke concurrentie tot gevolg. Een winkel in het centrum van Amsterdam mag elke zondag open zijn, terwijl men op de Overtoom maar eens per maand de deuren op zondag mag openen. Evenzo kan een meubelboulevard in Utrecht elke zondag open zijn, terwijl meubelzaken in Bunnik hun deuren ’s zondags gesloten moeten houden. Meer dan de helft van de Nederlanders is „de weg al kwijt” en kan niet aangeven op welke zondagen in het jaar de winkels in hun woonplaats open zijn.
De Tweede Kamer debatteert pas na de verkiezingen over het vervolg van de Winkeltijdenwet. Het afschaffen van de Winkeltijdenwet of het verder decentraliseren van de bevoegdheden is naar de overtuiging van MKB-Nederland niet de oplossing. Het oplossen van het probleem van de nationale achterdeur van het toeristisch regime vraagt ook om een nationale oplossing. „Alleen centrale regels kunnen een einde maken aan willekeur en oneerlijke concurrentie.”