Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Malaise autofabrikanten treft alle Duitsers

 BOCHUM – ”Wij strijden voor elke arbeidsplaats”, kopt een spandoek in een Bochumse Opelfabriek in 2004. Het concern verkeert opnieuw in zwaar weer en andere Duitse autofabrikanten eveneens. In oktober werden in Duitsland bijna 8 procent minder auto’s verkocht dan vorig jaar. De eerste klappen vallen bij gedetacheerden. De voorspelling is dat over een jaar bijna alle uitzendkrachten in de branche op straat zullen staan. Foto EPA

BOCHUM – ”Wij strijden voor elke arbeidsplaats”, kopt een spandoek in een Bochumse Opelfabriek in 2004. Het concern verkeert opnieuw in zwaar weer en andere Duitse autofabrikanten eveneens. In oktober werden in Duitsland bijna 8 procent minder auto’s verkocht dan vorig jaar. De eerste klappen vallen bij gedetacheerden. De voorspelling is dat over een jaar bijna alle uitzendkrachten in de branche op straat zullen staan. Foto EPA

BERLIJN - Na Opel staan nu ook andere autofabrikanten moeilijke tijden te wachten. En daarmee heel Duitsland, want auto’s zijn de motor van de Duitse economie.
De blinkende showroom van Mercedes-Benz in Berlijn heeft iets weg van een sprookjeswereld die nog steeds de mare van geluk-door-consumptie en eindeloze groei verspreidt. Onheilsberichten van instortende verkoopcijfers en smeltende winstprognoses lijken op de golvende façade van glas af te ketsen. „Klanten moeten zich hier kunnen ontspannen en zich goed voelen”, aldus een medewerkster.

In het glazen paleis staan honderden Mercedesmodellen. In de lounge kunnen potentiële kopers informeel met een verkoopadviseur onder een van de vele kunstbomen de brochures en aanbiedingen bespreken. Vrouwelijke bezoekers krijgen van ontvangstdames een roos aangeboden.

Een gepensioneerd echtpaar onderwerpt het wagenpark aan een kritische blik. „De prijzen gaan hard omlaag”, constateren ze. Regelmatig bezoeken ze het autopaleis voor een kopje koffie. „Een nieuwe auto moet nog even wachten.”

De motor van de Duitse economie hapert. De showroom van Mercedes mag velen betoveren, de verkoopcijfers betoveren niet. In september ging het al bergafwaarts en in oktober werden in Duitsland bijna 8 procent minder auto’s verkocht als vorig jaar. Daarmee stort de autoverkoop in, na overigens een goed eerste halfjaar.

Grote zorgen bij de grote fabrikanten. Al in oktober maakte Daimler, het moederconcern van Mercedes-Benz, bekend dat de werknemers van autofabrieken rond de Kerst het werk gedwongen vijf weken moeten laten rusten. Voor het komend jaar overweegt de bestuursmanager Zetsche de invoering van een werkweek van 30 uur.

Ook andere fabrikanten kunnen met arbeidstijdverkorting en een tijdelijke productiestop gedwongen ontslagen nog voorkomen, maar hoelang nog?

De eerste klappen vallen bij gedetacheerden. Nu al worden de contracten van duizenden uitzendkrachten bij Volkswagen en BMW en leveranciers als bandenspecialist Continental niet meer verlengd. Autoprofessor Ferdinand Dudenhöffer voorspelt in Die Zeit dat over een jaar bijna alle uitzendkrachten in de autobranche op straat zullen staan - en dat zijn er 100.000.

Ook zelfstandige handelaren komen steeds meer in de problemen, omdat ze met een groot wagenpark blijven zitten dat ze niet snel genoeg kwijt kunnen. Extra kortingen en gunstige lease- en kredietaanbiedingen moeten soelaas bieden, maar de marges krimpen. BMW ruziet met zijn handelaren, omdat die voor de rest van het jaar 20 procent minder auto’s willen afnemen dan eerder afgesproken.

„Mensen houden het geld vast, zijn bang. Dat was al voor de kredietcrisis zo”, zegt garagehouder Reineke. Hij heeft de zaak van een failliete Opelhandelaar overgenomen. „Blijven de auto’s nu te lang staan, dan koopt de klant ze volgend jaar niet meer als nieuw. Die wil dan een model uit 2009.” Reineke verwacht als reparateur juist goede tijden. „Oude auto’s moeten toch blijven rollen.”

Enkele experts verwachten dat 15 procent van de bijna 10.000 handelaren binnen twee jaar hun bedrijf zal moeten sluiten. Sluit echter een fabriek de poorten, dan heeft dit consequenties voor de hele branche. Een bandenfabrikant kan bijvoorbeeld in de problemen komen. Maakt hij toevallig ook de banden voor een andere fabrikant, dan kan die vervolgens zijn auto’s niet afleveren. Zo hangt alles met elkaar samen.

Alleen al met de productie van de heilige koe, bij fabrikanten en onderdelenleveranciers, verdienen in Duitsland zo’n 750.000 mensen hun brood. Naar schatting één op de tien arbeidsplaatsen in Duitsland is van de auto-industrie afhankelijk. De politiek is er dus veel aan gelegen dat Opel op de een of andere manier behouden blijft, niet alleen vanwege de 25.000 arbeidsplaatsen.

Met een belastingvrijstelling voor maximaal twee jaar hoopt de Duitse regering de autoverkoop een zetje in de rug te geven. Expert Dudenhöffer vindt dat weggegooid geld: „Om die paar honderd euro koopt niemand sneller een auto.”

De maatregel bevoordeelt bovendien vooral de benzineslurpers, het assortiment waarmee de Duitse autobouwers tot nu toe het grote geld verdienden. Vooral dit segment heeft met een massieve teruggang in de verkoopcijfers te maken, tot 20 procent. Daarmee krijgen de kenners gelijk die meenden dat de Duitse auto-industrie te lang heeft gewacht met innovaties op het gebied van zuinige auto’s.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek