Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Lessen van een crisis

Onlangs heb ik het boek van de in 2006 overleden Amerikaanse econoom John Kenneth Galbraith over de krach van ’29 weer eens opgezocht. Galbraith beschrijft daarin de gang van zaken in de herfst van 1929 en de eerste jaren daarna. De koersen op Wall Street daalden toen in korte tijd met tientallen procenten, wat een belangrijke oorzaak vormde van de depressie van de jaren dertig.
In het boek moeten allerlei autoriteiten het ontgelden. Bankiers, economen en politici deden voortdurend geruststellende uitspraken, in die zin dat er weinig aan de hand was en dat de economie fundamenteel gezond was. Vanaf het begin van 1930, toen de crisis echt doorzette, kondigden de autoriteiten vrijwel iedere week aan dat het herstel ophanden was. Het dieptepunt van de malaise kwam echter pas in 1933.

Ook nu hoor je geruststellende commentaren. Zo werd wel gesuggereerd dat de problemen waarschijnlijk tot de VS beperkt zouden blijven, omdat in de EU de zaken beter geregeld zijn. Dat kan zo zijn, maar na enkele decennia van globalisering zijn economieën en bedrijven zo sterk internationaal verweven dat een serieus economisch probleem in de VS vroeg of laat ook in de EU voelbaar is. Ook zouden de problemen beperkt blijven tot de financiële wereld en zou de ’echte’ economie er weinig last van hebben. Een merkwaardige opvatting, omdat de financiële instellingen een integraal en belangrijk onderdeel van de economie vormen.

Een belangrijke oorzaak van de huidige problemen is dat er heel wat is scheefgegroeid in financiële instellingen. Galbraith had geen hoge pet op van het bankwezen. Zo stelt hij in een ander boek dat „de financiële wereld alleen is te begrijpen als men inziet dat daar de grootste bewondering ten deel valt aan degenen die de weg effenen voor de grootste catastrofe”, en: „de meeste mensen hebben een overdreven indruk van de intelligentie van hen die dagelijks met grote sommen geld omgaan.” Dat is misschien enigszins overdreven, maar wat meer zelfkritiek binnen de financiële sector en wat meer overheidstoezicht zouden zeker geen kwaad hebben gekund.

De politiek heeft volgens Galbraith destijds, daarin gesteund door de meeste economische adviseurs, vooral bijgedragen aan het verergeren van de problemen, vooral door de nadruk op bezuinigen en het sluitend houden van de begroting. Die fouten lijken de politici nu niet te zullen maken, maar misschien maken ze wel andere.

Onheilspellend
Of de economische adviseurs het beter zullen doen dan destijds, zal de tijd leren. Het CPB voorziet voor 2009 een krimp met 0,75 procent, maar in 2010 zou al weer een bescheiden herstel optreden. In 1933 was de Amerikaanse economie met meer dan 30 procent gekrompen ten opzichte van 1929 en zat een kwart van de Amerikanen zonder werk. Tegen die achtergrond zijn de jongste prognoses van het CPB eerder optimistisch dan onheilspellend. Maar het is de vraag of de economische modellen bij een zeer uitzonderlijke situatie zoals nu wel betrouwbare voorspellingen opleveren. In ieder geval werd de huidige crisis niet tijdig voorzien.

Belangrijke lessen van de oude en de nieuwe crisis lijken mij dat meer bescheidenheid over het menselijk inzicht op economisch gebied gepast is en dat het woord van Paulus over de geldzucht als wortel van allerlei kwaad nog steeds actueel is.

De auteur is landbouweconoom en oud-lid van de Eerste Kamer. Reageren aan scribent? nietbijbroodalleen@refdag.nl.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek