Het ceremoniële hoofddeksel krijgt speciale aandacht van Van den Top (47). „Defensie geeft tegenwoordig meer geld uit aan dit speciale tenue dan in het verleden. Koningin Beatrix hecht daar veel waarde aan. Elk regiment heeft een eigen uniform met een daarbij behorende hoofdbedekking. Ook de pet die prins Willem-Alexander op had tijdens zijn huwelijk maakte Hassing.” Drie mensen fabriceren in een Nijkerks atelier de ceremoniële hoofddeksels. „Meestal gaat het om kleine aantallen, zo’n zestig of zeventig per regiment, met elk een andere hoofdmaat.”
Hassing produceert al meer dan veertig jaar de uniformpet voor de Nederlandse politie. „Die ziet er al dertig jaar hetzelfde uit. Verder maken we het hoedje voor de dames, de berenmuts voor in de winter en het petje voor de ME.”
Behalve het atelier in Nijkerk heeft Hassing een productielocatie in Tunesië waar alle andere uniformpetten worden geproduceerd. Hassing is een typisch kop-staartbedrijf, legt Van den Top uit. „We kopen materialen in. De producten worden vooral in Tunesië geconfectioneerd. Dan komen ze naar Nederland en controleren we ze.”
Hoeveel uniformpetten Hassing jaarlijks maakt en hoeveel dat in het laatje brengt, wil Van den Top niet zeggen. „Het zijn er tienduizenden; meestal bijna honderdduizend.”
De geschiedenis van Hassing begint in 1894 in Purmerend. Drie jaar later specialiseert Julius Hassing, zoon van oprichter Anthonius, zich in uniformpetten en vestigt het bedrijf in Amersfoort. Eind jaren zeventig neemt Ab Have de fabriek over. Sinds twee jaar zit Hassing in Nijkerk.
Hassing is in Nederland de enige specialist in het maken van uniformpetten, aldus Van den Top. „Er zijn nog wel wat andere bedrijven die bijvoorbeeld hoofddeksels voor muziekkorpsen maken, maar dat gebeurt op kleine schaal. De markt verandert wel. Europese inschrijvingen komen regelmatig voor. Daardoor worden buitenlandse bedrijven concurrent.”
Van den Top werkt sinds 2001 bij de uniformpettenfabrikant. Een textielachtergrond heeft hij niet, managen kan hij wel. En: hij heeft een bedrijfsfilosofie. „Internationaal zakendoen is geen slangenkuil. Ik geloof in eerlijk werken. Vertrouwen winnen staat bij mij op de eerste plaats. Is dat er niet, dan doe ik geen zaken. Ik sluit grote contracten af zonder een letter op papier te hebben.”
Bij de overheid kan dat niet, aldus de bedrijfsleider. „Bij Defensie en politie moet alles op basis van getekende overeenkomsten. Maar ik lees ze niet door. Ik begrijp het wel, ze moeten zich indekken. Daardoor gaat zakendoen met de overheid veel langzamer.”
Toen Van den Top bij Hassing begon was het bedrijf maar beperkt internationaal actief. „We hadden een paar klantjes in het buitenland: vooral België en Luxemburg. Ik ben eerst begonnen de Nederlandse markt terug te veroveren. Sinds 2006 probeer ik in Duitsland een voet aan de grond te krijgen.”
Ook daar richt Hassing zich op Defensie en politie. „Die sectoren passen bij ons bedrijf: afspraak is afspraak. In Duitsland is werk genoeg. De politie gaat daar van groen over op blauw. Het politieapparaat is bij de oosterburen per deelstaat ingericht: elke heeft een eigen uniform met bijbehorend hoofddeksel.”
Van den Top moet het vooral hebben van deelstaten die dicht bij de Nederlandse grens liggen. „Noord-Rijnland-Westfalen en Beieren proberen elkaar in veel dingen de loef af te steken. Als beide deelstaten bij dezelfde fabrikant hun uniformpetten bestellen, zal de een op de ander moeten wachten. Dat zal niet snel gebeuren. Wij proberen daarvan te profiteren.”
Van de recessie heeft Hassing geen last. Van den Top: „We leveren vooral aan de overheid. Die heeft niet zo veel hinder van economische neergang.” Zusterbedrijf Integrated Sports, dat vooral promotionele baseballcaps produceert, merkt de crisis wel.
In Nederland doet Hassing niet aan acquisitie. „We hebben een goede naam, die veel mensen kennen. Iedereen die z’n dienstplicht heeft vervuld, heeft een product van Hassing.”