Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Laffe bankiers en spaarders

Ruim 500 jaar voor Christus leefde in het oude China een wijs man, Confucius geheten. Deze filosoof legde de nadruk op moraal, orde en respect voor de meerdere. Een van zijn overgeleverde wijsheden lijkt zeer toepasselijk bij de huidige financiële crisis: „Weten wat juist is en dat niet doen, is de ergste lafheid”, aldus Confucius.
Lafheid is het van die bankiers om geld uit te lenen aan mensen die dat feitelijk niet kunnen terugbetalen. Als bankier weet je dat de kredietwaardigheid van je klanten goed moet zijn. Anders loop je immers het risico dat je geld verdwijnt in een bodemloze put. Als de rente stijgt of de werkloosheid toeneemt, zijn de rapen gaar.

Goede bonus
Maar de lafheid van bankiers zit dieper. Ze lenen dat geld niet alleen uit om er huizen van te laten bouwen, maar ze verkopen die leningen ook nog eens door aan collega-bankiers. Aan banken over de hele wereld en verpakt met gouden strikken. Laf is het om risico’s, waaraan je groot geld en een dikke bonus verdient, af te wentelen op je collega’s. Die moeten niet zeuren, want die wilden er ook nog iets aan overhouden en hebben ook niet het volle pond betaald. Op korte termijn was er een goede bonus mee te verdienen, dus waarom zou je dat niet moeten doen?

Het is laf van bankiers om daar ons zuur verdiende spaargeld voor te gebruiken. Net zo lang totdat het echt fout ging. Als er duizenden huizen tegelijk op de markt komen omdat de rente en schulden niet meer worden afbetaald, dan blijkt het hele systeem als een kaartenhuis in elkaar te storten.

Tot op dit moment heb ik nog geen bankier zijn fouten horen erkennen. Nee, de kredietcrisis heeft het gedaan. Dat is lekker makkelijk. Als je weet wat juist is en dat niet doet, moet je niet de gevolgen de schuld geven. Waarom is het nu zo moeilijk om uit te vinden of je van die Jan-met-de-pet-leningen in je boeken hebt. Je verschuilen achter een sluier van onwetendheid is de ergste lafheid. En dan gebeurt ook het ergste wat je als bankier kan overkomen. Niemand wil meer zaken met je doen. Gelukkig is er dan nog de bank der banken, de staat. Ze hebben geld genoeg en profiteren van een koopje. Ze hebben gedaan wat juist is en zijn dus niet van lafheid te betichten.

Overigens, op ons valt ook veel aan te merken. Wie van u heeft zijn geld via internet naar de Vikingen gestuurd? U vindt dat u gewaarschuwd had moeten worden? Waarvoor? De voorman van de Boerenleenbank heeft er maanden geleden al voor gewaarschuwd. Waar de hele wereld nauwelijks meer dan 3 tot 4 procent op z’n spaargeld kreeg, wilde u meer. Hoe die Vikingen het deden interesseerde u niet. Zij gaven immers keurig 5 procent of meer.

Bij de wortel
Natuurlijk zijn toezichthouders ook laf. Weten wanneer je moet waarschuwen, maar niet kunnen omdat dan juist gebeurt waarvoor je waarschuwt is het toppunt van lafheid. Toezichthouders moeten niet symptomen bestrijden maar de problemen bij de wortel aanpakken. Het blijft echter ook op dat front gevaarlijk stil.

Kortom, bankiers zouden te vertrouwen zijn als ze direct hadden erkend fouten te hebben gemaakt. Wij, spaarders, zouden geloofwaardig zijn als we erkennen dat het ons ging om winst op de korte termijn. Laten we niet laf, maar wijs zijn en naast Confucius gewoon Jakobus 4 lezen: „Wie dan weet goed te doen, en niet doet, voor die is het zonde.”

De auteur is directeur van IRS Forensic Services & Investigations. Reageren aan scribent? nietbijbroodalleen@refdag.nl.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek