De ideeën van Keynes keren terug in de vele reddingsplannen die regeringen wereldwijd in werking hebben gesteld voor in problemen geraakte banken. De precieze uitwerking van die maatregelen moet nog blijken, maar politici hebben al wel duidelijk gemaakt dat banken in ruil voor overheidssteun een behoorlijk deel van hun vrijheid zullen moeten inleveren.
Keynes’ hernieuwde invloed blijkt ook uit de investeringen die regeringen de laatste tijd hebben gedaan om de economie als geheel draaiende te houden. Hij was van mening dat de overheid in een economische neergang, als de werkloosheid stijgt en consumenten minder besteden, de economie moet stimuleren met investeringen in werkgelegenheid en koopkracht.
De Amerikaanse overheid nam begin dit jaar het voortouw met een pakket belastingvoordelen om de koopkracht van gewone Amerikanen te stimuleren. Regeringen wereldwijd hebben de laatste weken vele miljarden uitgetrokken om ervoor te zorgen dat bedrijven kunnen blijven investeren in groei en werkgelegenheid.
Kritiek dat zijn theorieën alleen op de korte termijn gunstig uit kunnen pakken en dat een overheid die meer geld uitgeeft dan er binnenkomt de basis legt voor problemen in de toekomst, wees Keynes van de hand. „Op de lange termijn zijn we allemaal dood”, is een van zijn beroemdste uitspraken.
Keynes’ theorieën speelden een belangrijke rol in de manier waarop westerse economieën na de Tweede Wereldoorlog de draad oppakten. Hij leidde de Britse delegatie bij de conferentie van Bretton Woods, waar in 1944 de basis werd gelegd voor het naoorlogse financiële systeem. Daar werd ook het Internationaal Monetair Fonds (IMF) opgericht, dat onder meer belast werd met de bewaking van de stabiliteit van dat stelsel.
Sinds de jaren tachtig won evenwel de opvatting dat de vrije markt zo min mogelijk door overheidsbemoeienis moet worden geremd, zoals gepropageerd door onder meer de invloedrijke econoom Milton Friedman, steeds meer terrein. Dat ging ten koste van de invloed van Keynes’ opvattingen, die evenwel vooral in sociaaldemocratische kringen nog steeds op veel aanhang konden rekenen.