The Mission Society werd ook in 2000-2001 getroffen door een financiële malaise. Destijds door de instorting van de ict-sector. „Onze inkomsten lagen toen 30 tot 40 procent lager”, aldus Granger. Dat leidde dan ook tot drastische wijzigingen in het beleid van The Mission Society. „Je kunt nog zo vaak de broekriem aantrekken, maar er komt een moment dat de broekriem de burger aantrekt. Als je praat over missionair werk en evangelisatie, dan ben je voor meer dan 80 procent afhankelijk van de giften van mensen.”
Onder een aantal mensen ziet Granger paniek ontstaan. „We zijn op een punt aanbeland waar er een wijdverspreid gevoel van onzekerheid is. Hoe sterker dit aangewakkerd wordt, des te minder zullen mensen geven aan goede doelen, terwijl ze relatief al zo weinig geven.”
Granger ziet ondanks de precaire economische situatie een lichtpunt. „De kredietcrisis maakt mensen kwetsbaar en dat is een mogelijkheid om het gesprek aan te knopen over de liefde van God, Die mensen aanziet zonder onderscheid van persoon.”
Granger moedigt christenen aan om hun uitgaven te zien in eeuwigheidsperspectief: „Als mensen de mogelijkheid hebben om te kiezen om een dollar te besteden aan een extra glas cola óf aan een gift voor een goed doel, dan moeten zij kiezen voor de geestelijke behoeften van de mens.”