De geschiedenis van de winkel begint in 1968, als Ko Jager, van oorsprong uit Giethoorn, de tabakswinkel overneemt van twee oude dames: „Zus en Mien.” Ko, vader van Klaas, is dan 38 jaar. „Hij deed het naburige VVV-kantoortje erbij, via een tussendeur. Regelde aan de ene kant de verhuur van vakantiehuisjes en ijlde dan terug naar de winkel. In de zomers hielp een meisje hem.”
Als de grondlegger in 1985 ziek wordt en sterft, is de zoon 19 en net van de detailhandelsschool. „Feitelijk was ik te jong, maar ik wilde graag doorgaan, op dat moment samen met m’n moeder en zus Geja. M’n hart lag bij de tabak. Ik kwam bij mijn moeder in dienst en mijn zus deed de administratie. Het was een goedlopende zaak, de meeste mensen rookten nog.”
De firma Gubbels uit Roermond -inmiddels de laatste Nederlandse fabrikant van tabakspijpen- kwam op enig moment bij Jager aanzetten met een Italiaanse vitrinekast vol snuisterijen. „Branchevreemde producten: telefoonklappertje, bureauhouder, dat soort spullen. Of we dat niet eens wilden proberen. Vanaf dag één liep het als een tierelier. Toen Gubbels nadien stopte met dat assortiment, zetten wij -ik was inmiddels getrouwd- door. Samen trokken we naar beurzen om die vitrine gevuld te houden.”
De teruggang in de tabak hield gelijke tred met de groei van de andere poot, die vooral wordt gerund door Jagers vrouw Alette (37). „Vóór de recente ingrijpende verbouwing -van 80 naar 400 vierkante meter- waren beide takken ongeveer even winstgevend. We rekenen erop dat die verhouding komende tijd zal veranderen ten gunste van de woonaccessoires en cadeauartikelen.”
Wat niet wil zeggen dat het in de tabaktak slecht gaat. „Want de omslag van kwantiteit naar kwaliteit zorgt ervoor dat de omzet zelfs groeit. Mensen roken minder, maar beter. Dat geldt vooral voor de sigaren.” Jager zag veel namen die door fabrikanten eerst als exclusief werden gepresenteerd, veranderen in merken bij de benzinepomp. „Mijn vader kreeg La Paz als specialiteit, maar al snel lag die naam bij de supermarkt. Met Oud Kampen ging dat later net zo.”
Natuurlijk voert hij die merken nog in zijn winkel, maar Jager legde zich meer en meer toe op de top. „Olifant, Hajenius, Heren van Ruysdael en Huifkar, de dure lijn van Balmoral. En vergeet Compaenen niet. Tachtig speciaalzaken laten dat merk volgens een geheim recept maken en het mag alleen in díe winkels worden verkocht.”
Nog bijzonderder zijn de sigaren die in de nieuwe klimaatkamer huizen en die vanwege de prijs doorgaans per stuk worden verkocht. „Cuba, Honduras, Dominicaanse Republiek. Dit assortiment ligt in slechts dertig winkels in Nederland. Allemaal zogeheten longfillers: met de hand gedraaide sigaren van hele tabaksbladeren. Ze worden bewaard bij een constante luchtvochtigheid van 70 procent. Dat kan thuis in een humidor, die verkopen we ook. Voor deze mooie merken en benodigdheden vervullen we een regiofunctie.”
Ook bijzondere shortfillers -gesneden tabak met omblad en dekblad- uit die drie naties vullen de klimaatkamer. „Het leuke is dat ze daar worden gemaakt met oude Nederlandse machines. Dat zijn ook prachtige sigaren, soms uit tientallen soorten tabak samengesteld. Ze kunnen oud worden, mits goed bewaard is dat geen enkel probleem. Een sigaar van 30 of 40 jaar? Prima, want dan geldt net als bij wijn: hoe ouder, hoe lekkerder.”
Toch, regeren is vooruitzien en daarom verveelvoudigde recent de oppervlakte voor de woondecoraties en de meubelen. „Op dat gebied moet je zorgen verschillende segmenten te hebben, voor elke beurs passend. Scapa Home, Villa Collection, Rivièra Maison, Joan McCarthy: mijn vrouw reist de beurzen af en koopt alles in. Er werken hier -wij meegeteld- zeven mensen. Je hoort zeggen dat Putten zo langzamerhand wel erg veel woon- en cadeauwinkels heeft, maar dat valt mee: de meeste vullen elkaar aan.”