FAILLISSEMENT: Een bedrijf of persoon wordt door de rechter failliet verklaard als het niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen. Een door de rechtbank aangewezen curator legt beslag op alle bezittingen, maakt deze te gelde en verdeelt de opbrengst onder de schuldeisers. Lehman Brothers is zijn schuldeisers meer dan 613 miljard dollar schuldig. De bezittingen waren op het moment van de chapter 11 aanvraag 639 miljard dollar waard. Door de krediet en hypotheekcrisis zijn de bezittingen veel minder waard. Op de beurs daalde de waarde van Lehman in een jaar tijd met 95 procent.
LIQUIDATIE: Het opheffen van een onderneming door de bezittingen een voor een te verkopen. Bij Lehman Brothers wordt gekeken naar liquidatie van bepaalde onderdelen die grote verliezen lijden op de hypotheekmarkt.
GELDINJECTIE: De centrale banken pompen extra geld rond om een dreigend tekort op de geldmarkt te voorkomen. Het vertrouwen tussen banken onderling heeft opnieuw een deuk opgelopen met het dreigende faillissement van Lehman Brothers. Ze lenen elkaar geen geld meer, omdat ze niet weten wie kredietwaardig is en wie niet. Om te voorkomen dat de geldstromen gaan haperen of dreigen op te drogen, springen de centrale banken bij.
CREDIT DEFAULT SWAPS: Een obligatie is een verhandelbaar bewijs van een deelneming in een geldlening. Bij credit default swaps (kredietderivaten) verzekert de uitgever van de swap de bezitter van een obligatie tegen de mogelijkheid dat het bedrijf de lening niet kan terugbetalen. Lehman Brothers is een van de grootste spelers in deze miljardenmarkt.
BLOOTSTELLING: Dit geeft de mate aan waarin banken door middel van verhandelbare waardepapieren (effecten) aan elkaar verbonden zijn. De directe blootstelling van de grote Nederlandse financiële instellingen Fortis, ING en Aegon aan Lehman Brothers bedraagt ongeveer 600 miljoen euro. Een deel daarvan zal op de winst van de bedrijven drukken.e