Bovendien ontdekte een commissie die de banken op verzoek van minister van Financiën Henry Paulson doorlichtte, dat beide banken hun balans met alle legaal beschikbare middelen hadden opgekrikt. „Er was niet regelrecht sprake van fraude, maar de zaken werden wel veel positiever voorgesteld dan ze in feite waren”, aldus William Poole, voormalig voorzitter van de Federal Reserve Bank van St. Louis.
Het rapport was volgens hem voor Paulson het sein om in te grijpen. Wat er nu gebeurt, is dat de banken als het ware onder curatele worden gesteld van de overheid. De Federal Housing Finance Agency (FHFA) krijgt het toezicht over de banken, waarvan de topmensen met onmiddellijke ingang worden ontslagen.
Oud-bankier Herbert Allison (Merrill Lynch) vervangt Daniel Mudd bij Fannie Mae en voormalig bankier David Moffett (US Bancorp) vervangt Richard Syron bij Freddie Mac. De ontslagen topmensen blijven voorlopig nog aan als adviseurs. Verder is besloten alle dividendbetalingen te stoppen. Er wordt niet meer voor veel geld gelobbyd in het parlement en eventuele charitatieve betalingen „zullen onder de loep worden genomen.”
De overheid neemt via de FHFA de financiële verantwoordelijkheid van beide banken over en krijgt het recht om aandelen te kopen tot een maximum van 100 miljard dollar (per bank). „Men begint met 1 miljard als signaal aan de markt dat de sanering van beide banken onderweg is”, aldus Martin Baily, voormalig economisch adviseur van Democratisch president Bill Clinton (1993-2001).
Het toezicht van de FHFA lijkt volgens Baily op een herstructurerings- annex saneringsprocedure zoals men die kent onder het Amerikaanse faillissementsrecht. „Men noemt dit conservatorschap, een bestuur onder toezicht van de overheid, maar het is geen overname door de overheid, oftewel nationalisatie. Of het daarvan komt, is afwachten, maar het kan ook zijn dat beide banken na deze sanering weer terugkeren in het commerciële circuit. Verder gaan er stemmen op om de banken in hun geheel of in delen te verkopen”, zegt Baily.
De Federal National Mortgage Association (FNMA, oftewel Fannie Mae) werd in 1938 gecreëerd door president Roosevelt. Na de economische crisis was het vooral voor mensen met een lager inkomen moeilijk om een hypotheek te krijgen. Door hypotheken van commerciële banken over te nemen, pompte Fannie Mae extra geld in de markt om hypotheken voor lagere inkomens te bereikbaar te maken.
In 1970 werd de Federal Home Loan Mortgage Corporation (FHLMC, oftewel Freddie Mac) gecreëerd om de monopoliepositie van Fannie Mae te doorbreken. Beide banken werden geprivatiseerd maar kregen wel een semioverheidsgarantiefunctie, zonder dat de overheid formeel financieel garant stond.
„Dat leidde bij velen in de markt tot de aanname dat de overheid beide banken in een noodsituatie zou redden en garant zou staan voor alle schulden. Deze filosofie heeft de leidingen van beide banken waarschijnlijk ook te roekeloos gemaakt. Nu het misgaat, kán de overheid niet anders dan ingrijpen, omdat een implosie van Fannie Mae en Freddie Mac catastrofale gevolgen zou hebben voor onze banksector en onze hele economie”, meent senator Charles Schumer, voorzitter van de economische commissie van de Senaat.
De banken met overheidsgeld overeind houden is echter het verkeerde medicijn, meent Peter Wallison, economisch analist van het American Enterprise Institute in Washington. „Dit geeft een verkeerd signaal aan de markt. Doe maar en verrijk jezelf maar zolang het goed gaat, want als het misloopt grijpt de overheid wel in. Dat is volgens mij het slechtste signaal dat je aan de markt kunt geven. Aan de andere kant begrijp ik wel dat Paulson met de rug tegen de muur staat.”
„De regering-Bush geeft veel te veel geld uit en financiert dat -leent dat- via overheidsobligaties en indirect via bankobligaties, waaronder die van Fannie Mae en Freddie Mac, die vooral bij Aziatische overheden populair zijn. Als die obligaties ineens niets meer waard zouden zijn, ontstaat er een internationale crisis waarbij onder meer de dollar instort. Tegen deze achtergrond is Paulsons beslissing wel begrijpelijk, maar toch betreurenswaardig. En ik ben er niet zeker van dat wij hiermee het ergste achter de rug hebben”, aldus Wallison.