Bij ontslag heeft een werknemer in sommige situaties recht op een financiële schadeloosstelling, de gouden handdruk. Dit bedrag vervangt het inkomen dat hij zal gaan missen. De voormalige werkgever betaalt de vergoeding, omdat iemand tijdelijk werkloos wordt of een nieuwe baan aanvaardt tegen een lager salaris. Er bestaat geen recht op een ontslagvergoeding, maar in sommige situaties wordt deze toegekend.
Voor wie wordt ontslagen via de kantonrechter is er een redelijke kans dat hij aanspraak kan maken op een gouden handdruk, evenals wanneer iemand wordt ontslagen met wederzijds goedvinden. Ook is het mogelijk dat in een sociaal plan is opgenomen dat de ontslagen werknemer aanspraak maakt op een vergoeding bij een collectief ontslag.
De werkgever zal kiezen voor de gerechtelijke procedure als hij geen ontslagvergunning krijgt, of als er bij het ontslag haast is geboden. Bij ontslag via het kantongerecht stelt de rechter de gouden handdruk vast door middel van de kantonrechtsformule. Het is voor de werknemer ook mogelijk om een gouden handdruk te bedingen bij beëindiging met wederzijds goedvinden (via een vaststellingsovereenkomst). Hierbij stellen werknemer en werkgever in onderling overleg de hoogte van de ontslagvergoeding vast. In zo’n situatie ontvangt de werknemer vaak hulp van een deskundige.
Wie een gouden handdruk gaat ontvangen, heeft hiervoor drie (gecombineerde) mogelijkheden.
Allereerst kan hij ervoor kiezen de gouden handdruk direct af te rekenen met de fiscus. Voordeel hiervan is dat hij het geld direct in handen krijgt. Groot nadeel is echter dat de uitkering wordt belast tegen een progressief tarief, oplopend tot 52 procent.
Verder is het bedrag geheel of gedeeltelijk te gebruiken als stamrechtverzekering, zodat direct –via direct ingaande lijfrente– of op termijn een aanvullend inkomen is te creëren. De gouden handdruk wordt dan als koopsom voor een stamrechtverzekering gestort bij een levensverzekeringsmaatschappij. De periodieke uitkeringen hieruit zijn wel belast, maar vaak in een lagere belastingschaal.
Belangrijk: de werkgever moet de gouden handdruk rechtstreeks overmaken naar de verzekeringsmaatschappij. Indien dit geld door de werkgever aan de werknemer wordt overgemaakt, wordt dit door de fiscus als afkoop gezien en zal de fiscus progressief belasting gaan heffen.
Een derde mogelijkheid is de oprichting van een eigen stamrecht-bv. Die lijkt op een stamrechtverzekering, alleen wordt het kapitaal nu niet gestort bij een levensverzekeringsmaatschappij maar bij de bv. Voor wie een gouden handdruk van een grotere omvang heeft ontvangen én een eigen bedrijf wil starten, is de stamrecht-bv een optie. In dat geval stort de werkgever de gouden handdruk in de stamrecht-bv. Op deze manier is het startkapitaal er vast. Deze manier is niet echter zinvol voor wie geen eigen onderneming gaat beginnen, of bij kleinere bedragen, vanwege de daarbij horende hoge kosten.
Voorop stellend, het is niet alles goud wat er blinkt, ook niet met een gouden handdruk – het feit van een verloren baan blijft immers overeind.
De auteur is werkzaam bij de RMU als juridisch medewerker individuele belangenbehartiging. Reageren aan scribent? socialezaken@refdag.nl.