Tegen halftien trad een licht herstel in. Zwakenberg: „We staan nog steeds 6 punten in de min, omgerekend zo’n anderhalf procent. Maar Japan en Hongkong sloten maandag zo’n 8 procent lager”, vervolgt hij hoopvol.
„Sja-al-la”, zingt een collega van Zwakenberg een tafel verderop. Een ander draait op verzoek van een radioman de microfoon aan zijn werktafel nog wat verder open. „Buy stock, sell stock”, galmt het door het Beursplein. Ook in de crisissfeer, onderdrukt met studentikoze grappen, gaat de handel door.
Bespiegelingen over de economie verdeelden Nederland de afgelopen dagen in twee kampen. Spraken minister-president Balkenende en vicepremier Bos sussende woorden, president Wellink van De Nederlandsche Bank waarschuwde dat de crisis in de Amerikaanse economie zonder twijfel zou overslaan naar Nederland.
„Het gelijk ligt bij Wellink”, zegt Zwakenberg resoluut. „De kapitein van de Titanic zei ook: Er is niets aan de hand. Er heerst gewoon een grote vertrouwenscrisis op de beurs.”
Woordvoerster Anja de Kiwit van Beursplein 5, verhuurder van het beursgebouw, heeft het al uitgerekend: Dit is niet de ergste koersval sinds tijden. „Op 19 oktober 1987 daalden we 12 procent, op 11 september 2001 7,25”, lepelt ze op. „Maar”, vervolgt ze, „omdat wij alleen de handel faciliteren, hebben we makkelijk praten. Voor de handelaars is dit erg genoeg.”
Handelaar Zwakenberg heeft zijn strategie al bepaald. Hij gaat aandelen verkopen. In jargon: Hij neemt zijn verlies. „Ik ga iets nieuws opzetten. Als je niets doet, word je geleefd.” De handelaar heeft goede hoop dat de crisis aan de kleine middenstanders in Nederland voorbij gaat. „Maar grote bedrijven zijn hoe dan ook de klos.” Alle ogen op de beursvloer zijn gericht op Amerika. Zwakenberg, mistroostig: „Het echte probleem zit in de Amerikaanse betalingsbalans. Dat lossen ze niet zomaar op. Ik sluit niet uit dat de Fed een extreme renteverlaging gaat doorvoeren. Die rasopportunisten zullen wel denken: Dat helpt.”