DEN HAAG – In de Tweede Kamer werd donderdag een rondetafelgesprek gehouden over de Winkeltijdenwet. Vakbonden schaarden zich hier achter een gezamenlijke initiatiefwet van de Kamerleden Van der Vlies (SGP) en Gesthuizen (SP) om oneigenlijke oprekking van het aantal koopzondagen tegen te gaan. In tegenstelling tot een soortgelijk voorstel van minister van der Hoeven van Economische Zaken spelen werknemersbelangen hierin een grote rol. FotoFrankvanRossum
De voorstellen (een kabinetsvoorstel en een concurrerende initiatiefwet van SGP en SP) moeten een einde maken aan het misbruik van de zogeheten toerismebepaling in de Winkeltijdenwet. Op grond daarvan kunnen gemeenten per jaar meer koopzondagen aanwijzen dan de twaalf die de wet normaal gesproken biedt. De toerismebepaling wordt echter door een toenemend aantal gemeenten oneigenlijk gebruikt om het aantal koopzondagen op te krikken zonder dat er sprake is van substantieel toerisme.
Sjoerd Veenstra van de Raad Nederlandse Detailhandel (RND) ziet het echter helemaal niet zitten dat het straks moeilijker wordt voor gemeenten om extra koopzondagen aan te wijzen. Volgens de koepelorganisatie van winkeliers zijn twaalf koopzondagen per jaar voor detaillisten veel te weinig. „Dat is er nog geen één per maand. Mensen realiseren zich niet dat een jaar zestig zondagen telt. Want ook feestdagen gelden als een zondag.”
Bovendien is er volgens de RND-adjunct-directeur ook helemaal geen sprake van oneigenlijk gebruik van de Winkeltijdenwet. „Zijn er al boetes uitgedeeld? Zitten er gemeentebestuurders achter slot en grendel? Nul komma nul.”
Toch is volgens Veenstra de zondag ook voor ’zijn’ winkeliers een „bijzondere” dag. „In principe wordt er die dag alleen vrijwillig gewerkt met, in principe, een speciale zondagstoeslag van 100 procent.”
Vakbonden constateren echter een toenemende druk op werknemers om, ondanks het wettelijke recht dit te weigeren, op zondag te werken. „Als je niet op zondag wil werken, word je vaak niet eens aangenomen. Of je krijgt uit wrok slechte diensten toegewezen en noem de vormen van intimidatie maar op”, zegt Sam Groen, adviseur arbeidstijden bij vakcentrale FNV-Bondgenoten. Volgens de vakbondsman is een grote meerderheid van de werknemers daarom tegen een verruiming van het aantal koopzondagen. „Met de huidige twaalf koopzondagen kunnen de vakbonden „prima leven”, maar een toename van het aantal koopzondagen leidt ook volgens Fedde Monsma van CNV-Dienstenbond onvermijdelijk tot een verdere druk op werknemersbelangen. „Vanuit alle branches wordt die druk groter. De gevolgen daarvan vind ik dagelijks op mijn bureau. Ook de zaterdag wordt in toenemende mate als een werkdag gezien. Er moet ruimte blijven voor een gezonde verhouding tussen werk en privé.”
Daarnaast leiden meer koopzondagen volgens Monsma tot een verschuiving van vast personeel naar flexibel personeel. „Zondagswerk wordt vooral door flexwerkers verricht. Werknemers met, oneerbiedig gezegd, pulpcontracten verdringen volwaardige banen.”
Volgens CNV en FNV gaat het voorstel van het kabinet om het aantal koopzondagen te beperken voorbij aan de belangen van werknemers en laat het gemeenten te veel beleidsvrijheid. Hun voorkeur gaat daarom „meer in de richting” van de SGP/SP-initiatiefwet, die hierin een stap verder gaat.
Dat voorstel heeft ook de voorkeur van voorman Peter Schalk van de reformatorische vakorganisatie RMU. Volgens hem wordt er door gemeenten met de toerismebepaling meer en meer de hand gelicht. „Zet een paar klompen neer en je bent toeristisch, lijkt de heersende gedachte.”
Zowel VNG, RND als de Nationale Winkelraad van MKB-Nederland zien echter liever dat de beslissing over het aantal koopzondagen helemaal wordt losgekoppeld van het begrip toerisme en dat gemeenten het helemaal (VNG en RND) of in overleg met burgers en ondernemers (MKB-Nederland) voor het zeggen krijgen.
Maar dat niet alle ondernemers het eens zijn met de vertegenwoordiging vanuit de koepelorganisaties bleek wel uit de smeekbede aan de Kamerleden van middenstander T. Rijken, die enkele kleine winkeliers uit de binnenstad van Roermond vertegenwoordigde. „Wij willen graag één dag in de week aan ons gezin kunnen wijden, zonder het risico te lopen omzet aan concurrenten te verliezen. Help ons. Maak ons privéleven niet kapot.”