„Groei is de kern van het milieuprobleem”
„Het nationaal inkomen meet slechts het volume van de productie door mensen. Milieufuncties zijn niet door de mens voortgebracht; het verlies hieraan blijft dus per definitie buiten de berekening. Al worden de kosten voor milieuherstel wel als toegevoegde waarde bijgeboekt.”
Maar juist de functies van de natuurlijke omgeving, zoals planten- en diersoorten, lucht en water, zijn volgens Hueting „de meest fundamentele consumptie- en productiemiddelen” waarover de mens beschikt. „Ze vormen de basis van ons bestaan en zijn grotendeels onvervangbaar.”
Naar zijn stellige overtuiging wordt de wereld daarom bedreigd door een verkeerd geloof in een verkeerd geformuleerde groei. „Er is economisch gezien slechts sprake van groei wanneer de welvaart stijgt. En die is van veel meer factoren afhankelijk dan alleen van productie en consumptie. De groei van het nationaal inkomen heeft echter de allerhoogste prioriteit in alle landen ter wereld en vormt daarmee de basis voor het beleid.”
Duurzaam
Hueting richtte in 1969 de afdeling milieustatistieken op bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), waar hij zich tot 1999 zou wijden aan de ontwikkeling van het duurzaam nationaal inkomen (dni): het maximaal haalbare productieniveau waarbij schaarse milieufuncties beschikbaar blijven voor komende generaties.
Op aandringen van de Tweede Kamer gaven de toenmalige ministers De Boer (Milieu) en Wijers (Economische Zaken) in 1997 de opdracht om het duurzaam nationaal inkomen te berekenen, wat sindsdien is gebeurd voor de jaren 1990, 1995 en 2000.
Uit die berekeningen blijkt het duurzaam nationaal inkomen ongeveer de helft lager te liggen dan het reguliere nationaal inkomen. In andere woorden: de helft van de huidige productie is niet duurzaam en gaat daarom per definitie ten koste van de mogelijkheden van toekomstige generaties.
Een schatting in 1991 van het mondiale dni door Hueting en de Nobelprijswinnende econoom Jan Tinbergen kwam eveneens uit op zo’n 50 procent van het toenmalige wereldinkomen.
Volgens Hueting is een situatie van volledige milieuduurzaamheid ook niet zomaar te bereiken. „Dat vergt een vrij lange periode van misschien wel tientallen jaren.” Zo moet volgens hem de emissie van broeikasgassen worden teruggebracht tot 20 procent van het huidige niveau.
Hoewel een Kamermeerderheid zich in 2004 uitsprak voor een verbetering van het model achter het duurzaam nationaal inkomen en ramingen in andere landen, is het toegezegde geld er nooit gekomen, stelt Hueting.
En dat terwijl internationale tegenhangers van het dni, zoals de Ecologische Voetafdruk en de Index van Duurzame Economische Welvaart (ISEW), vandaag de dag kunnen rekenen op aanzienlijke subsidies en in tientallen landen worden berekend.
Hueting: „Begrijp me niet verkeerd, ik sta uiterst sympathiek tegenover die berekeningen. Maar ze verschaffen bij lange na niet de informatie die het duurzaam nationaal inkomen geeft. Mijn methode legt de relatie bloot tussen het fysieke milieu en productiegroei. Het dni krijgt echter geen cent.”
Waarom zijn duurzaam nationaal inkomen niet de waardering krijgt die het volgens hem verdient, weet Hueting niet, maar hij heeft zo zijn vermoedens. „Mij wordt verteld dat het dni te gevaarlijk wordt gevonden, omdat het laat zien dat het zeer onwaarschijnlijk is dat het milieu kan worden gered bij een toenemend nationaal inkomen.”
Duurzaamheid vereist een stapje terug, meent de econoom. Maar beleidsmakers willen volgens hem simpelweg de waarheid niet horen. „Vaak wordt gezegd dat er rampen gebeuren wanneer het nationaal inkomen niet groeit. Veel gegevens wijzen erop dat het waarschijnlijk is dat er rampen zullen gebeuren wanneer we juist wél groeien. Groei is de kern van het milieuprobleem.”
Informatie
Het onderzoek naar het duurzaam nationaal inkomen ligt inmiddels al zo’n vier jaar stil en ondertussen begint Hueting zoetjesaan de hoop te verliezen dat het tij zich nog zal keren. „Herman Wijffels zei ooit tegen me: „Roefie, waarom houd je er niet gewoon mee op. Je wordt geestelijk gemarteld.” Soms denk ik: Die man zou wel eens gelijk kunnen hebben. Ik ben nu 78 jaar en heb veertig jaar aan het dni gewerkt. Er is niet veel tijd meer. Helaas ik zie geen jonge econoom opstaan die mijn werk overneemt. Dat doet pijn, veel pijn. Ik lig daar ’s nachts wel eens wakker van.”
Wat Hueting betreft, hoeft het duurzaam nationaal inkomen niet de berekening van het nationaal inkomen te vervangen, maar zouden er juist verschillende indicatoren naast elkaar moeten worden gebruikt. „Het is noodzakelijk dat burgers zien wat de effecten van productie en consumptie op het milieu zijn. Dat is wat me beweegt en daarom zit ik hier nog aan tafel. Het tegenhouden van die informatie staat gelijk aan het knabbelen aan de wortels van de democratie.”