Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

(G)een recht op WW-uitkering

Door de recessie krijgen veel mensen te maken met ontslag. Sommigen worden persoonlijk geraakt, anderen indirect door ontslag van vader, zus of buurman. Behalve emotionele zijn hier ook financiële consequenties aan verbonden. Wat gebeurt er met het inkomen bij ontslag?
De eerste vraag is of de werknemer in aanmerking komt voor een uitkering. De wet stelt een aantal voorwaarden. 1. De werknemer is werknemer in de zin van de WW. Dit is meestal het geval wanneer hij een arbeidsovereenkomst heeft of had.

2. Er moet sprake zijn van werkloosheid en beschikbaar zijn voor werk. Werkloos is iemand die ten minste vijf uur of ten minste de helft van het aantal arbeidsuren per kalenderweek heeft verloren.

3. Er moet aan de wekeneis voldaan zijn. Iemand voldoet hieraan als hij in 36 weken onmiddellijk voorafgaande aan zijn werkloosheid in ten minste 26 weken feitelijk in dienst­betrekking heeft gewerkt.

4. De werkloosheid mag niet verwijtbaar zijn. De werknemer is verwijtbaar werkloos indien hij zelf ontslag heeft genomen of als de dienstbetrekking is geëindigd omdat zijn gedrag een dringende reden voor de werkgever is om hem te ontslaan.

Een werknemer die aan de wekeneis voldoet, heeft recht op een WW-uitkering van drie maanden. Deze uitkering bedraagt de eerste twee maanden 75 procent van zijn dagloon, vanaf de derde maand 70 procent. Het dagloon is het loon dat de werknemer heeft verdiend in het jaar voorafgaande aan de werkloosheid. Stel, de werknemer verlies per 1 juli 2009 zijn baan. Zijn dagloon wordt berekend aan de hand van zijn inkomen, inclusief vakantietoeslag van 1 juli 2008 tot 1 juli 2009. Er wordt gekeken naar het loon voor sociale verzekeringen. Dit betekent dat spaarloon, levensloop en pensioenpremies niet meetellen.

Naast de wekeneis kent de WW een jareneis. De jareneis houdt in dat men in tenminste vier van de vijf kalenderjaren voorafgaande aan het jaar waarin men werkloos werd over 52 of meer dagen per jaar loon moet hebben ontvangen. Wordt hieraan voldaan, dan wordt de uitkeringsduur verlengd. De lengte is afhankelijk van het arbeidsverleden en bedraagt maximaal 38 maanden. Een voorbeeld:

Een werknemer van 50 jaar raakt in 2009 zijn baan kwijt. Zijn arbeidsverleden wordt als volgt berekend. Eerst wordt gekeken in hoeveel kalenderjaren vanaf 1998 tot en met het jaar voorafgaand aan het ontslag over 52 dagen of meer loon is ontvangen. Dit is het feitelijk arbeidsverleden. Vervolgens telt men het aantal kalenderjaren dat voor 1998 ligt, teruggaand tot en met het kalenderjaar waarin iemand 18 jaar werd. Dit is het fictieve arbeidsverleden. Dit bij elkaar opgeteld, bepaalt het arbeidsverleden en de duur van de WW-uitkering.

Voor de werknemer van 50 jaar komt dit neer op: 1998 t/m 2008 = 11; 1977 (jaar waarin hij 18 werd) t/m 1997 = 21; Totaal 32 jaar. De totale uitkeringsduur bedraagt 32 maanden.

Stel dat deze werknemer een ontslagvergoeding ontvangt van 50.000 euro. Heeft dit consequenties? Nee, dat is niet het geval. Inkomsten die verband houden met het einde van de arbeidsovereenkomst worden niet in mindering gebracht. Verder blijven ook inkomsten die niets met werk te maken hebben buiten beschouwing. Lichtpunt kan dus zijn dat een inkomen uit vermogen, erfenissen en inkomsten van de partner geen invloed hebben op de uitkering.

De auteur is juridisch medewerker individuele belangenbehartiging bij de RMU. Reageren aan scribent? socialezaken@refdag.nl.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Serie
    Sociale Zaken
    Meer uit deze rubriek