Afzien van vergoeding
Al deze maatregelen kunnen het vrijwilligerswerk stimuleren. Er wordt in de brief overigens niet ingegaan op een heel ander beleidsdoel van het kabinet: de arbeidsparticipatie (ook onder niet-werkende echtgenoten of echtgenotes) stimuleren.
Ook hiervoor zijn fiscale maatregelen genomen. Het verhogen van de arbeidsparticipatie kan de bereidheid om vrijwilligerswerk te verrichten, echter doen afnemen.
De brief gaat wel in op een andere mogelijkheid, die het vrijwilligerswerk en/of de fondswerving bij vrijwilligersorganisaties verder kan stimuleren. Het gaat om het idee –dat circa twee jaar geleden de pers al haalde– dat vrijwilligers afzien van een vrijwilligersvergoeding. Hiervoor worden in de praktijk zogenoemde vrijwilligersverklaringen gebruikt, waarmee giften aan een anbi (bijvoorbeeld een kerk of een ander goed doel waarvoor vrijwilligerswerk wordt gedaan) kunnen worden opgevoerd.
Met een dergelijke verklaring probeert men te bereiken dat de vrijwilligers de niet-ontvangen vrijwilligersvergoeding als gift aftrekken. In bepaalde gevallen wordt in de verklaring ook vastgelegd dat de vrijwilliger het hierdoor behaalde belastingvoordeel zal afstaan aan de anbi.
Enerzijds wordt door deze werkwijze het vrijwilligerswerk financieel gestimuleerd (want vrijwilligers kunnen extra giften in aftrek brengen). Instellingen pogen echter ook te bewerkstelligen dat het belastingvoordeel aan hen wordt gegeven, zodat zij meer inkomsten krijgen.
Een terecht punt dat in de brief wordt gemaakt is dat de vrijwilliger echt recht moet hebben op de uitbetaling van de vergoeding. Het is dus van belang dat de vrijwilliger de vergoeding ook krijgt indien hij niet bereid is deze vergoeding terug te storten. Er moet dus daadwerkelijk sprake zijn van het afzien van de vergoeding.
De staatssecretaris geeft aan dat de inspecteur van de Belastingdienst bevoegd is om een standpunt in te nemen over de vraag of hiervan echt sprake is, en of dus echt sprake is van een gift. Er wordt niet bij gezegd of dit de inspecteur van de instelling of van de vrijwilliger-donateur is.
In beginsel (omdat het gaat om de giftenaftrek) is dit de inspecteur van de vrijwilliger-donateur. Mogelijk kan dit echter ook de inspecteur van de instelling zijn, vooral omdat de instelling vaak onder hetzelfde belastingkantoor zal vallen als de vrijwilliger.
Vrijwillige teruggave
Van belang is het nog te vermelden dat de vergoedingen niet te hoog mogen zijn. Dit geldt in de eerste plaats voor de eventuele vergoedingen voor degenen met een besturende of toezichthoudende taak. De vergoedingen voor deze werkzaamheden mogen niet bovenmatig zijn, anders raakt de instelling de status van anbi kwijt.
Bovendien is het belangrijk dat elke vrijwilligersvergoeding vrij is van loon- en inkomstenbelasting, anders zal de vrijwilliger er per saldo toch nadeel van kunnen hebben. De voorwaarden voor deze vrijstelling zijn de volgende.
De instelling mag niet belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting. De vergoeding mag niet meer dan 1500 euro per jaar én niet meer dan 150 euro per maand bedragen. Bovendien mag het werk niet beroepsmatig worden uitgevoerd (er geldt geen marktconforme beloning). Als er sprake is van een vergoeding per uur, dan mag deze niet uitgaan boven de 4,50 euro per uur voor vrijwilligers ouder dan 23 jaar. Voor vrijwilligers die jonger zijn, geldt in dat geval een maximumvergoeding van 2,50 per uur.
Iedere instelling zal haar eigen afweging moeten maken of zij vrijwilligers wil verzoeken om op deze wijze giften te doen en of het in dat kader nodig is om een vergoedingsregeling in te voeren. De vrijwilligheid van de teruggave van de vergoeding blijft altijd van groot belang.
De auteur is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs NV. Reageren aan scribent? fiscaliteiten@refdag.nl.