Nee. Overheden hebben onder meer banken genationaliseerd -in Nederland gebeurde dat met Fortis en, als onderdeel daarvan, ABN AMRO-, kapitaalinjecties toegediend (ING en Aegon) en zich garant gesteld voor de terugbetaling van leningen die ondernemingen in de betrokken sector elkaar verstrekken. Die ingrepen waren vooral bedoeld om te vermijden dat er banken zouden omvallen en om het onderlinge kredietverkeer nieuw leven in te blazen.
Welnu, faillissementen zijn uitgebleven en de dalende rente op de geldmarkt duidt erop dat onderling de liquiditeiten weer beginnen te stromen. De meeste deskundigen vinden de aanpak van de autoriteiten adequaat.
Hoe komt het dan dat er op de beurzen toch sprake is van voortdurend zware verliezen?
Het lijkt erop dat marktpartijen in deze fase de aandacht verschuiven naar wat we noemen de reële economie, naar de ontwikkeling van vraag en aanbod van goederen en diensten. Bedrijven waarschuwen voor tegenvallende resultaten in de nabije toekomst. De omstandigheden verslechteren snel. Neem DSM, dat begin deze week het kwartaalbericht publiceerde. Onlangs verhoogde het Limburgse chemieconcern de winstprognose voor 2008, krap een maand later reeds moest het die verwachting corrigeren. In een aantal fabrieken heeft het inmiddels de activiteiten stilgelegd omdat de verkoop van de producten sterk inzakt. Beleggers lopen met de almaar lagere koersen vooruit op de recessie en op de ongunstige cijfers die zij straks over zich heen krijgen.
Wat is een recessie precies?
Volgens de gangbare definitie praten we over een recessie als er gedurende minimaal twee kwartalen achtereen een negatieve economische groei optreedt ofwel een krimp van de bedrijvigheid. Houdt een recessie lang aan, zoals in de jaren dertig van de vorige eeuw, dan spreken we van een depressie. Over waar de grens ligt, bestaat geen eenduidige opvatting. Wanneer we welke van de twee begrippen gebruiken, hangt vaak af van subjectieve beleving en beoordeling.
Wat merkt de burger van die economische teruggang?
Krimp betekent dat we met z’n allen minder produceren en minder verdienen dan in een vorige periode. We worden dus geconfronteerd met een stukje nationale verarming. Er valt minder te verdelen en dat heeft op enig moment zijn weerslag in de portemonnee, via een versobering van lonen en uitkeringen. Voorts zullen er ongetwijfeld mensen hun baan kwijtraken.
Wat is de beste remedie tegen een inzakkende groei?
Als iedereen doet alsof er niets aan de hand is en zijn uitgavenpatroon niet wijzigt, blijven consumptie en investeringen op peil en volgt er geen inzinking. Maar zo werkt het niet. Zo veel solidariteit brengen we niet op. We handelen nu eenmaal individueel en niet als collectief. We laten ons daarbij allemaal beïnvloeden door slecht nieuws en passen ons economisch gedrag daaraan aan, met alle gevolgen van dien.
Voorlopig hoeven we dus niet te rekenen op betere tijden?
Om positief te beginnen: wat de banken betreft kunnen we vaststellen dat er onder die instellingen een stevig vangnet is gespannen. Bovendien zijn de spaartegoeden tot 100.000 euro gewaarborgd. Dit alles voorkomt dat burgers in acute geldnood geraken, met ernstige gevolgen voor de bestedingen.
Maar ondertussen heerst er in de financiële en de economische wereld nog steeds een enorme onrust en onzekerheid. Die nemen op sommige fronten zelfs toe. We wijzen in dat opzicht op de aanstormende recessie. Verder dreigen diverse landen, waaronder IJsland, Hongarije, Oekraïne en Pakistan, niet langer aan de rente- en aflossingsverplichtingen te kunnen voldoen.
Een ander probleem: de waarde van de Japanse yen schiet omhoog. Dat brengt landen, bedrijven en investeerders die schulden hebben in die muntsoort in moeilijkheden. Omgerekend in de eigen valuta vermeerdert namelijk de omvang van het bedrag dat zij moeten terugbetalen.
Zo duiken telkens weer nieuwe facetten van de crisis op. Het algemene beeld ziet er onverminderd zorgwekkend uit.